Mitose:
G1-fase = alles delen behalve genetisch materiaal
S-fase = genetisch materiaal delen
DNA bestaande uit een fosfaat, suiker en een base (purine of
pyrimiden), het wikkelt zich om histonen wat uiteindelijk een
nucleosoom vormt
Helicases maken DNA los en DNA polymerase leest DNA van 3’ 5’
(de lagging strand bevat okazaki fragmenten). DNA ligase plakt het
vervolgens
Telomeren zorgen ervoor dat de DNA deling eindig is telomerase kan
de telomeren herstellen aan de 3’ einden
TR (of TERC) is de RNA template en TERT is het katalytische domein
G2-fase = checken of het genetisch materiaal goed is
M-fase = mitose
,Gen transcriptie/ translatie:
RNA polymerase bindt aan het DNA en leest van 3’ 5’
Onder invloed van transcriptiefactoren kan dit gestimuleerd worden (of
geremd)
mRNA ontstaat de intronen worden geknipt
Het mRNA wordt afgelezen en er ontstaat een eiwit
Processen die de mitose en transcriptie/ translatie kunnen beïnvloeden:
1. Mutaties
In het coderende of het junk DNA
Puntmutatie één nucleotide verandert
Frame-shift door bijvoorbeeld insertie
Non-sense er ontstaat een nieuw stopcodon
Missense (één aminozuur verandert)
Stil (meerdere codons kunnen coderen voor hetzelfde aminozuur)
Conservatief (zelfde categorie aminozuren)
Niet conservatief
2. Epigenetica
Methylering
Dit kan de mate van transcriptie beïnvloeden veel methylering kan
ertoe leiden dat er minder transcriptie kan plaatsvinden (DNMT-1)
Acethylering
HAT acethyleert (los DNA) en HDAC deacetyleert (opgerold DNA)
3. Receptoractiviteit
Hormonale receptoren nucleaire receptor
Groeifactoren kunnen aan de EGFR binden
GPCR’s belangrijk bij de fosforylering de defosforylering
Hallmarks van kanker
1. Weefsel invasie en metastase
2. Ongelimiteerde replicatie
3. Angiogenese
4. Apoptose ontwijken
5. Groeien zonder groeifactoren
6. Ongevoeligheid voor anti-groeifactoren
7. Zorgen dat je niet wordt vernietigd door het immuunsysteem
8. Disregulatie cellulaire energie-huishouding
9. Inflammatie die de tumor stimuleert
10.Instabiliteit van het genoom en mutaties
Nummer 9 en 10 zijn enabling characteristics kenmerken die kanker
mogelijk maken
, Vogelgram:
- Vroeg adenoom = Kras mutatie
- Laat adenoom/ carcinoom = p53 mutatie