Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Strafprocesrecht uitwerkingen + aantekeningen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
50
Geüpload op
27-05-2020
Geschreven in
2019/2020

Dit document bevat alle opdrachten met correcte antwoorden van alle weken strafprocesrecht jaar 1. Naast uitwerkingen staan er ook uitgebreide aantekeningen van de werkcolleges in.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Strafprocesrecht
Anna Peters
Week 1

Algemene vragen

1. Wat zijn de verschillende doelen van het strafproces?
- Generale preventie  het schrikt mensen over het algemeen af om een strafbaar feit
te begaan.
- Speciale preventie  het schrikt het individu af (om weer een strafbaar feit te
plegen) dat het strafbare feit is begaan omdat diegene niet weer een straf of boete
wil krijgen.
- Voorkomen van eigenrichting  strafrecht zorgt ervoor dat mensen niet zelf rechter
gaan spelen en iemand gaan straffen.
- Genoegdoening  eerherstel voor de nabestaanden of het slachtoffer
- Leedtoevoeging/vergelding  algemeen: iemand die een strafbaar feit begaat moet
daarvoor boeten.
2. Het strafrecht (in ruime zin) wordt onderverdeeld in materieel en formeel strafrecht en
penitentiair recht. Geef aan welke onderwerpen door de verschillende delen worden
beschreven en welke wetten voor de deelgebieden van belang zijn.
- Materieel strafrecht  wetboek van strafrecht, algemene bepalingen en leerstukken.
- Formeel strafrecht  wetboek van strafvordering, vooral strafprocesrecht.
- Penitentiair strafrecht  verschillende wetten, houdt zich bezig met de sancties en
de rechtsposities van degenen die sancties opgelegd krijgen (sancties zijn anders dan
straffen).
3. Wat betekend ‘wettelijke strafbepaling’ in art. 1 Sr?
Dit doelt op de codificatieplicht: iets is pas strafbaar als het in de wet staat.
4. Wat betekend ‘bij de wet voorzien’ in art. 2 Sv?
Dit doelt op het beginsel dat strafprocesrecht alleen bij de wet in formele zin geschiedt.
5. Wat is de verhouding tussen het EVRM en het nationale strafrecht?
Het EVRM is een verdrag en staat dus in hiërarchie hoger dan het nationale strafrecht, het is
dus ook een bron van het strafrecht. Ook staan er belangrijke bepalingen in het EVRM
waaraan het strafrecht moet voldoen, bijvoorbeeld het recht op een eerlijk proces (art. 6 Sr)
6. Welke belangrijke beginselen kun je uit art. 6 lid 1 EVRM afleiden?
De beginselen van behoorlijk strafprocesrecht
7. Welke belangrijke rechten kun je uit art. 6 lid 2 en 3 EVRM afleiden?
- Onschuldpresumptie
- Rechten van de verdachte
8. Lees art. 3 EVRM: welke mensenrecht wordt hier omschreven
Het verbod op foltering/vernedering
9. Wat is het belang van art. 3 EVRM voor het Nederlandse strafprocesrecht?
Dat het Nederlandse strafrecht niet mag folteren of mensen vernederen.
10. Lees art. 5 EVRM: welke mensenrechten worden hier omschreven?
Het recht op vrijheid en veiligheid
11. Wat is het belang van art. 5 EVRM voor het Nederlandse strafprocesrecht?
Dat het Nederlandse strafprocesrecht zich moet houden aan de bepaling dat iedereen recht
heeft op vrijheid en veiligheid (behalve als sprake is van een van de uitzonderingen in het
art.)

,Strafprocesrecht
Anna Peters
12. Lees art. 8 EVRM: welk mensenrecht wordt hier omschreven?
Het recht op een eerbiedig privé-, familie- en gezinsleven
13. Wat is het belang van art. 8 voor het Nederlandse strafprocesrecht?
Nederland mag haar strafrecht niet in strijd met dit grondrecht maken en zal dus geen
bepalingen mogen opnemen die het recht op een eerbiedig privéleven enz. schenden.
14. Wanneer kun je spreken van een verdachte?
Het verdachte begrip staat omschreven in art. 27 Sv:
3 criteria:
- Strafbaar feit
- Redelijk vermoeden van schuld
- Blijkend uit feiten en omstandigheden
15. Waarom is het van belang om te weten of iemand als verdachte wordt aangemerkt?
Omdat verdachten bepaalde rechten krijgen toegekend, zoals het recht op zwijgen of het
recht op bijstand van een advocaat.

Vragen naar aanleiding van de jurisprudentie
HR Bestaan van een verdenking
Gang van zaken:
Een verbalisant kwam zeer kort na een melding over een gepleegde inbraak in een school ter
plaatse aan. Hij zag daar de verdachte en zag dat deze zwarte handschoenen droeg. Hij dat
nog geen wettelijke bevoegdheden om de man aan te houden dus hij vroeg of de man
vrijwillig in zijn auto wilde gaan zitten. Echter kan de verdachte niet zelfstandig uit het
voertuig en wordt hiermee zijn vrijheid als het ware ontnomen. De HR oordeelde dus dat dit
weldegelijk een aanhouding was van de verbalisant, echter onrechtmatig omdat hij hiertoe
nog geen wettelijke bevoegdheden had.
Feiten en omstandigheden relevant voor het bestaan van een verdenking in de zin van art.
27 Sv:
- Het feit dat de man op die plek en die tijd rondloopt bij de basisschool
- Het feit dat de man zwarte handschoenen droeg
- Het feit dat er een melding van een inbraak bij die basisschool gemeld was
Volgend de HR is er sprake van een aanhouding als de verdachte plaatsneemt in een
voertuig waaruit hij zich niet meer zondermeer kan verwijderen, dus als er in enige zin
sprake van vrijheidsontneming is.

HR Muilkorf
Gang van zaken:
Een man kreeg een boete omdat zijn hond geen muilkorf droeg, dit was wel verplicht
volgens de APV in die gemeente voor zijn soort hond. Hij werd aangehouden door
plaatselijke politie en moest mee naar het politiebureau, de man weigerde echter en kreeg
hierdoor een boete van €1 opgelegd.
Het probleem zit hem in het feit dat een APV een strafbepaling mag bevatten volgens het
formele strafrecht. Art. 1 Sv luidt dan ook dat strafvordering alleen plaats heeft op de wijze
voorzien bij de wet. Dit zegt met andere woorden dat alleen wetten in formele zin straffen
mogen bevatten, en dus geen APV.
Regels die gaan over strafvordering mogen op grond van art. 1 Sv alleen gesteld worden in
een formele wet.

, Strafprocesrecht
Anna Peters
Casusvragen
Casus 1
De agenten Willem en Yvon, bevinden zich in een politieauto in Rotterdam als zij een BMW
voorzien van een Frans kenteken zien. Het is deze agenten ambtshalve bekend dat veel mensen
uit Frankrijk naar Rotterdam rijden om daar verdovende middelen te kopen. Vastberaden om
een flinke drugsvangst te onderscheppen wordt de BMW door de agenten gevolgd. Zij zien dat
de BMW meerdere keren parkeert op een parkeerterrein en dat de bestuurder in de achterbak
rommelt. Op het moment dat de BMW weer een parkeerterrein oprijdt, besluiten de agenten in
actie te komen.

Is er op grond van het bovenstaande volgens u voldoende om de Franse mannen als verdachte
aan te merken?

Het verdachte begrip kan je terugvinden in art. 27 Sv, hierin staan de 3 criteria voor
verdachte omschreven:
- Redelijk vermoeden van schuld
- Aan een strafbaar feit
- Op grond van feiten en omstandigheden
Het gaat hier om eventuele drugssmokkel (Opiumwet).
Is er objectief gezien sprake van een redelijk vermoeden van schuld op grond van feiten en
omstandigheden? Ambtshalve is bekend dat mensen drugs smokkelen vanuit NL naar FR, het
is een Frans kenteken en er wordt richting Rotterdam gereden. Ook wordt er steeds in de
achterbak gerommeld. Maar ondanks deze feiten is het onvoldoende objectief om een
redelijk vermoeden van schuld te vormen.
Handvaten om vast te stellen of het vermoeden redelijk is:
Concretiseerbaar  Welk strafbaar feit (eventueel), altijd eerst benoemen
Individualiseerbaar  Je moet het kunnen toespitsen aan bepaalde personen/een bepaald
persoon
Objectiveerbaar  Geen intuïtie of vaag onderbuikgevoel (ambtshalve vaststellen is wel
toegestaan). Maar je moet echt de feiten en omstandigheden eruit vissen die leiden tot een
redelijk vermoeden van schuld

Casus 2
Op een dag komt bij de politie een anonieme melding binnen inhoudende dat zich op een
bepaald adres een hennepkwekerij zou bevinden. Een meting van het elektriciteitsnet levert
echter niets op. Een warmtemeting op het dak van het betreffende adres levert wel een positief
resultaat op. Twee agenten besluiten een kijkje te nemen bij het pand. Hoe dichter zij het pand
naderen, hoe sterker de hennepgeur wordt. Verder zien zij dat de ramen allemaal dichtgeplakt
zijn met folie.

a. Is er volgens u op grond van het bovenstaande een redelijk vermoeden van schuld tegen
de bewoner(s) van het pand?

Het verdachte begrip is terug te vinden in art. 27 Sv, daarin staan de criteria:
- Redelijk vermoeden van schuld,
- Aan een strafbaar feit
- Op grond van feiten en omstandigheden
Het gaat hier om een eventuele drugsplantage (Opiumwet). Uit de feiten en
omstandigheden kan een redelijk vermoeden van schuld ontstaan want er is een warmte
meting gedaan, er is een hennepgeur en de ramen zijn dicht getapet. Dit is voldoende.
Stel de politie is binnengetreden en heeft een grote hennepplantage aangetroffen. De bewoner
van het pand is woedend dat de politie zomaar zijn huis is binnengedrongen en roept dat hij zal
procederen tot aan het EHRM.

, Strafprocesrecht
Anna Peters
b. Op welk mensenrecht zal de bewoner zich vermoedelijk gaan beroepen? En heeft dat
volgens u kans van slagen?
Art. 8 EVRM, het recht op een eerbiedig privéleven en dus geen random invallen in je huis
door de politie. Echter gaat dit niet slagen want de uitzondering in lid 2, als er namelijk een
vermoeden is van een strafbaar feit kan dit recht worden beperkt. Wel moet er altijd
rekening worden gehouden met het proportionaliteitsbeginsel: niet te overdreven gaan
doen als politie.

Casus 3
Tony laat op een dag zijn hond uit. Op een rustig stuk openbare weg laat hij zijn hond zonder lijn
lopen. Een paar minuten later stopt een politieauto bij Tony en wordt hem gevraagd of hij weet
dat hier een aanlijnplicht voor honden geldt (o.g.v. APV). Tony zegt dat hij van niets weet en zich
niet aan de aanlijnplicht zal houden. Hij wordt prompt gearresteerd. Daarop begint Tony te
schelden. Dat schijnt ook al niet te mogen. Dan wordt Tony pas echt kwaad en begint om zich
heen te meppen, en te roepen dat hij de agenten zal neersteken. Nadat de agenten Tony onder
controle hebben, zetten ze hem tegen de politieauto en fouilleren hem waarbij de agenten de
broek van Tony tot aan de enkels omlaag trekken. Hij moet vervolgens mee naar het bureau.

a. Waar is de bevoegdheid tot arrestatie en fouillering geregeld? Geef gemotiveerd aan op welke
rechten uit het EVRM de agenten door de handelwijze inbreuk maken?

Bevoegdheid tot arresteren is geregeld in titel IV eerste afdeling van het wetboek van
strafvordering, art. 53/54 Sv. Fouilleren is geregeld in art. 56 lid 1 Sv. Ook in bijzondere
wetten soms terug te vinden (Opiumwet)
Je zou kunnen stellen dat er sprake is van foltering omdat zijn broek onnodig helemaal tot
aan de enkels omlaag wordt getrokken. Op een publieke plek ook nog eens, daar is meer
vernedering dan in bijvoorbeeld een afgelegen steegje.
b. Welke strafbepalingen overtreedt Tony vermoedelijk? En stel dat zijn gedrag naar Nederlands
strafrecht ongeoorloofd is, kan Tony dan een beroep op schending van een of meer
mensenrechten doen?

Tony overtreedt in de eerste instantie de APV,
Hij beledigt de ambtenaren in functie  art. 2:67 Sr.
- Bedreiging  art. 258 Sr.
- Verzet tegen arrestatie  art. 180 Sr.
- Geweld tegen agenten  art. 180 Sr.
- Tony kan zich beroepen op vrijheid van meningsuiting, art. 10 EVRM. Maar in lid 2
staan hierop uitzonderingen, zoals geen beledigingen.




Casus 4
De gemeente Nijmegen overweegt met het oog op veelvuldig gemelde geluidsoverlast van (opgevoerde)
brommers de volgende bepaling in zijn Algemene plaatselijke verordening op te nemen

Artikel 16 APV
1. Het is verboden zich tussen 22.00 uur en 06.00 uur met een gemotoriseerde tweewieler die een
gemiddeld geluidsniveau van 70 dB overstijgt, te verplaatsen door gemeentelijke gebieden die
hoofdzakelijk de functie van woongebied hebben. Overtreding van dit verbod wordt gestraft met hechtenis
van ten hoogste twee maanden en/of een geldboete van de derde categorie.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
27 mei 2020
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2019/2020
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$10.12
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annapeterss
3.0
(1)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annapeterss Radboud Universiteit Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
0
Laatst verkocht
5 jaar geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen