ER NIET TE WEZEN
E E N E V A L U A T I E V A N A C T O R E N I N D E C A S U S ‘G E W E L D’
Naam
Klas
Docent
26 JANUARI 2021
1307 WOORDEN
ACTOREN IN DE RECHTSHANDHAVING
1
, 1. Inleiding
Maandag 6 augustus 2013 komt er in Amsterdam een melding binnen van een mishandeling
in het Erasmuspark. Eenmaal gearriveerd, treffen de verbalisanten de heer Klein aan met een
bebloed hoofd en diverse zwellingen. De man verklaart bestolen en mishandeld te zijn en op
basis van zijn verklaring, getuigenverklaringen en eigen waarneming houden de
opsporingsambtenaren niet veel later een verwarde, vermoedelijk dronken man aan. Het blijkt
te gaan om de op dat moment 23-jarige Maarten Jansen. De heer Jansen wordt na het
opsporingsonderzoek en onderzoek ter terechtzitting uiteindelijk veroordeeld voor afpersing
met geweld. De rechter veroordeelt hem tot 30 maanden gevangenisstraf,
terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met voorwaarden en het vergoeden van materiële en
immateriële kosten van de heer Klein. De reclassering krijgt daarbij de taak om verdachte
hierbij hulp en steun te verlenen. Ook adviseert deze organisatie na twee jaar TBS een
verlenging van nog eens twee jaar. Deze vordering zal uiteindelijk worden toegewezen. 1
In dit verslag zal worden gekeken naar de rol van twee actoren in deze casus: de
officier van justitie en de rechterlijke macht. In iedere paragraaf zal in eerste instantie vanuit
theoretisch perspectief worden gekeken naar de rol van de betreffende actor en de verhouding
met andere actoren. Vervolgens zal worden gekeken hoe de actor in de betreffende casus,
oftewel de praktijk, heeft gehandeld. Als laatst volgt de conclusie waarin de verschillen en
overeenkomsten zullen worden besproken tussen theorie en praktijk. Ook zal hier worden
bekeken in hoeverre de interactie tussen de actoren van invloed is op deze verschillen en
overeenkomsten.
2. De officier van justitie
Voor de officier van justitie (hierna: de officier) is een rol weggelegd tijdens het gehele
strafproces. De officier treedt op als vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en
draagt tijdens het opsporingsonderzoek dan ook de verantwoordelijkheid. Samen met de
burgemeester heeft hij het gezag over de politie en kan hen vragen om nader onderzoek te
doen. Tegelijkertijd kan de politie aan hem toestemming vragen voor de inzet van bepaalde
dwangmiddelen. Bij extreme dwangmiddelen zal hij eerst de rechter-commissaris om een
1Verbalisanten van de Politie Amsterdam-Amstelland, 7 augustus 2013, Proces-verbaal van de bevindingen;
Rechtbank Amsterdam, 16 januari 2014, Vonnis van de rechtbank in strafzaak tegen M. Jansen; Officier van
Justitie van het Arrondissementsparket te Amsterdam, 15 december 2016, Vordering Verlenging
Terbeschikkingstelling; Ontbrekende dossierstukken week III
2