1.1 Waarom theoretische criminologie?
Criminologie is een multidisciplinaire objectwetenschap: door middel van verschillende
wetenschappelijke disciplines wordt een object (criminaliteit) onderzocht.
Eigenlijk is criminologie dus de wetenschap van regelovertreding. Hierbij richten we ons op:
• Aard en omvang (Aard, omvang en schade van criminaliteit)
• Oorzaken (Theoretische Criminologie)
• Reacties (Theoretische Criminologie + Preventie & Bestraffing blok 5)
Criminologie en andere wetenschappen
In dit vak zal geprobeerd worden criminologie te verklaren vanuit de
moederwetenschappen psychologie en sociologie. Daarnaast zijn voor de criminologie ook
nog andere wetenschappen belangrijk zoals psychiatrie, rechten of filosofie.
Verder is criminologie verder op te delen in allerlei sub disciplines zoals victimologie of
jeugdcriminaliteit.
De term criminaliteit
In dit vak zal criminologie gebruikt worden om ‘criminaliteit’ te verklaren. Maar wat moeten
we nou precies verstaan onder criminaliteit? Het boek geeft hiervoor twee figuren:
De piramide van criminaliteit: Het prisma van criminaliteit:
In de piramide van Hagan wordt naar drie dimensies gekeken: wat de maatschappij van de
norm vindt, de hevigheid van de reactie vanuit de maatschappij en de schadelijkheid van het
gedrag.
Lanier & Henry voegen in hun prisma hier nog twee dimensies aan toe: zichtbaarheid en hoe
direct de schade van het gedrag is.
1
,De straf zal voor gevallen die onderin het prisma zitten niet heel zwaar zijn omdat de schade
indirect is en slecht zichtbaar. Hierdoor is er weinig consensus in de maatschappij over de
norm en dus ook een milde reactie, ondanks dat het gedrag heel schadelijk kan zijn.
Waarom theoretische criminologie?
Er zijn een aantal redenen waarom theoretische criminologie belangrijk is:
• Kennisopbouw d.m.v. theorieën en falsificatie (Karl Popper). Theorieën worden op
de proef gesteld en kunnen (tijdelijk) worden aangenomen als de theorie/hypothese
niet kan worden verlegd.
• Zonder theorie geen wetenschap
Theoretische vernieuwing
Het vernieuwen van theorieën is belangrijk voor een wetenschap. Criminologie is een
relatief jonge wetenschap en is zelf ook voortgekomen uit die theoretische ontwikkelingen.
Deze ontwikkelingen komen voort uit een aantal factoren:
▪ Wetenschapsinterne factoren: komen van binnen de wetenschap zoals
doorontwikkeling van eigen theorieën of ideeën.
▪ Wetenschapsexterne factoren: denk hierbij aan bv. ontwikkelingen in andere
wetenschappen, tijdsgeest, maatschappij of politiek.
Paradigma
Dit is een belangrijk begrip bij het bedenken, toetsen of weerleggen van theorieën. Een
paradigma is het algemene stelsel van modellen en theorieën in de wereld, dat het
denkkader vormt van waaruit de werkelijkheid kan worden geanalyseerd en beschreven.
In de criminologie kennen we 4 paradigma’s:
▪ Klassieke paradigma: gaat ervanuit dat de mens een rationeel wezen is. We willen
maximaal genot en minimale pijn (pre-criminologie)
▪ Positivistische paradigma: belang van wetenschappelijk kwantitatief onderzoek met
nadruk op biologisch determinisme. Er wordt dus vooral gekeken naar de misdadiger
en het doel is vermindering van de criminaliteit (midden 19e eeuw).
▪ Interpretatieve paradigma: de wereld is complex en continu in beweging. Hier
wordt kwalitatief onderzoek belangrijker waarbij de onderzoekers meer rekening
houden met de subjectieve ervaring van mensen.
▪ Kritische paradigma: de wereld is ongelijk. Kennis is niet objectief en machtshebbers
bepalen hoe de wereld in elkaar zit. Er wordt niet alleen geprobeerd om
machtsstructuren bloot te leggen, maar er wordt ook gepoogd deze te veranderen.
De onderzoeker is dus subjectief.
Theorie en perspectief
Een theoretische benadering/perspectief is een fundamenteel beeld van de samenleving
waarbinnen theorieën kunnen worden gevormd. Eigenlijk is dit dus een richtlijn voor theorie
en onderzoek.
Een theorie is een consistent stelsel van uitspraken die met elkaar samenhangen. Ze kunnen
getoetst worden en verklaren de sociale werkelijkheid.
Een concept is een niet volledig uitgewerkte theorie. Deze maakt onderdeel uit van een
theorie. Het is dus niet een ‘consistent stelsel van uitspraken’ maar het betreft maar één
van deze uitspraken.
2
,Etiologie
Etiologie is de oorzakenleer, waarbij we kijken naar causale verbanden. Dit is niet hetzelfde
als correlatie, waarbij het gaat om samenhang maar de één het ander niet veroorzaakt.
Causaliteit is lastig aan te tonen.
Verklaringsniveaus
Theorieën kunnen zich op verschillende verklaringsniveaus richten:
▪ Macro: hierbij ligt de focus op de samenleving als geheel en gaat het om het
totaalbeeld van sociale structuren in de samenleving
▪ Meso: hierbij ligt de focus op ‘middelgrote’ analyse-eenheden, zoals buurten of
groepen.
▪ Micro: hierbij ligt de focus op individuen en interacties tussen individuen.
In hele grote lijnen zou je kunnen stellen dat sociologie zich richt op macro en meso, terwijl
psychologie zich op micro richt.
Maatschappijbeelden
Theorieën zijn ook in te delen naar het beeld dat ze van de maatschappij hebben:
▪ Consensus: de samenleving is het eens over wat onder criminaliteit moet vallen. We
hoeven ons niet druk te maken over het begrip criminaliteit maar kunnen ons richten
op het verklaren van crimineel gedrag.
▪ Conflict: er zijn verschillende groepen in de samenleving met ieder hun eigen
zienswijzen en belangen. Er is dus geen consensus. Wat wordt gezien als crimineel
gedrag, ligt aan wie er op dat moment aan de macht is.
▪ Interactie: de maatschappij wordt gevormd door onderlinge interactie. Niets staat
vast en dus ook criminaliteit niet.
Mensbeelden
Als laatste zijn theorieën ook nog in te delen naar hoe ze naar personen kijken:
▪ Rationele actor: mensen zijn rationele wezens die afgewogen keuzes maken
(klassieke paradigma).
▪ Gedetermineerde actor: mensen worden door omstandigheden gedwongen tot hun
acties. Deze omstandigheden kunnen zowel biologisch als sociologisch zijn
(positivistische paradigma).
▪ Gevictimiseerde actor: crimineel is het slachtoffer van een oneerlijke samenleving of
situatie. De deviantie is dus niet aan de dader te wijten (kritische paradigma).
Het interpretatieve paradigma hangt eigenlijk tussen de eerste twee in en gaat ervan uit dat
de actor zowel rationeel als gedetermineerd is (persoon heeft een eigen ‘agency’).
1.2 Pre-criminologie
Pas vanaf de 19e eeuw is er echt sprake van criminologie, als we het gaan hebben over de
oorzaken van criminaliteit. Daarvoor hebben we het over de pre-criminologie (klassieke
paradigma).Deze criminologie gaat niet over het vinden van oorzaken en is dus niet
etiologisch. Het is gericht op strafrechtshervorming. De strafrechtspleging was erg wreed,
arbitrair en hield weinig rekening met de context van een misdrijf.
3
, Als reactie op deze onderdrukking en absolute macht van vorsten, kwamen rond de
verlichting (17e – 19e eeuw) klassieke criminologen op. Dit waren eigenlijk dus nog vooral
juristen. Het ‘nadenken’ kwam in deze tijd centraal te staan. De industriële revolutie was
ook van grote invloed en vereiste nieuwe ontwikkelingen. Als laatste was ook de opkomst
van de burgerij als middenklasse belangrijk. Hierdoor was ineens sociale mobiliteit mogelijk.
Deze klasse werd daarom zowel door de onderklasse als adel bedreigd en vroeg daarom om
veiligheid en gelijke rechten.
Kernideeën
Dit alles leidt ertoe dat wetenschappers anders gaan nadenken over de samenleving. De
kernideeën van de pre-criminologie waren:
▪ Ieder persoon heeft universele rechten, onafhankelijk van de plek die iemand heeft
in de samenleving
▪ Rationele dader met een vrije keuze. Gedrag hoeft dus niet verklaard te worden
omdat dit altijd het gevolg van een kosten-batenafweging zou zijn.
▪ Strafrecht moet rechtvaardig, eerlijk, onafhankelijk en voorspelbaar zijn. Anders
zou het niet mogelijk zijn om een kosten-batenafweging te maken.
▪ Humaniseren strafrecht: buitenproportioneel straffen is onnodig en zorgt er alleen
maar voor dat mensen zwaardere delicten zullen plegen, omdat de straf toch even
zwaar is. Lijf- en doodstraffen worden afgeschaft.
Deze klassieke stroming werd beïnvloed door filosofische stroming als het utilitarisme: er
dient te worden gestreefd naar het grootst mogelijke geluk voor het grootst aantal mensen.
Beccaria
De Italiaanse aristocraat Cesare Beccaria was een belangrijke pre-criminoloog. Hij studeerde
rechten en kwam in 1764 met een belangrijk boek:
- De focus lag op hervorming: beperking macht kerk, religieus pluralisme, religieuze
tolerantie, formele gelijkheid van de wet, afschaffing lijfstraffen en de doodstraf.
- Zijn denken was een combinatie van:
▪ Sociaal contract: de legitimiteit van het gezag van de staat komt voort uit
een contract met de burgers. Criminaliteit is een misdrijf tegen dit contract
en niet tegen de machtshebber.
▪ Utilitarisme: hieruit volgt dat de adel of kerk dus niet boven de wet staat.
▪ Natuurlijke rechten: mensen hebben individuele soevereiniteit en deze
rechten zijn onvervreemdbaar. Inbreuk hierop kan alleen als het sociale
contract wordt geschonden. Individuen dienen dus te worden beschermd
tegen de staat (vooral in het strafproces).
- Hedonisme en rationaliteit: dit kwam voort uit de ideeën van Hobbes. De mens zou
worden gedreven door een zoektocht naar plezier en vervulling van behoeftes. De
wens is daarbij om pijn te vermijden. Een individu zal dus op rationele wijze de
kosten en baten gaan afwegen en uiteindelijk het gedrag vertonen dat het meest
aansluit op deze verlangens en behoeften.
- Uiteindelijk vond Beccaria dat een straf moest voldoen aan drie voorwaarden:
1) Zekerheid: duidelijk wat strafbaar is en wat de staf is
2) Snelheid: straffen zou zinloos zijn als de tijd tussen de daad en straf te lang is
omdat er geen connectie meer is.
4
Criminologie is een multidisciplinaire objectwetenschap: door middel van verschillende
wetenschappelijke disciplines wordt een object (criminaliteit) onderzocht.
Eigenlijk is criminologie dus de wetenschap van regelovertreding. Hierbij richten we ons op:
• Aard en omvang (Aard, omvang en schade van criminaliteit)
• Oorzaken (Theoretische Criminologie)
• Reacties (Theoretische Criminologie + Preventie & Bestraffing blok 5)
Criminologie en andere wetenschappen
In dit vak zal geprobeerd worden criminologie te verklaren vanuit de
moederwetenschappen psychologie en sociologie. Daarnaast zijn voor de criminologie ook
nog andere wetenschappen belangrijk zoals psychiatrie, rechten of filosofie.
Verder is criminologie verder op te delen in allerlei sub disciplines zoals victimologie of
jeugdcriminaliteit.
De term criminaliteit
In dit vak zal criminologie gebruikt worden om ‘criminaliteit’ te verklaren. Maar wat moeten
we nou precies verstaan onder criminaliteit? Het boek geeft hiervoor twee figuren:
De piramide van criminaliteit: Het prisma van criminaliteit:
In de piramide van Hagan wordt naar drie dimensies gekeken: wat de maatschappij van de
norm vindt, de hevigheid van de reactie vanuit de maatschappij en de schadelijkheid van het
gedrag.
Lanier & Henry voegen in hun prisma hier nog twee dimensies aan toe: zichtbaarheid en hoe
direct de schade van het gedrag is.
1
,De straf zal voor gevallen die onderin het prisma zitten niet heel zwaar zijn omdat de schade
indirect is en slecht zichtbaar. Hierdoor is er weinig consensus in de maatschappij over de
norm en dus ook een milde reactie, ondanks dat het gedrag heel schadelijk kan zijn.
Waarom theoretische criminologie?
Er zijn een aantal redenen waarom theoretische criminologie belangrijk is:
• Kennisopbouw d.m.v. theorieën en falsificatie (Karl Popper). Theorieën worden op
de proef gesteld en kunnen (tijdelijk) worden aangenomen als de theorie/hypothese
niet kan worden verlegd.
• Zonder theorie geen wetenschap
Theoretische vernieuwing
Het vernieuwen van theorieën is belangrijk voor een wetenschap. Criminologie is een
relatief jonge wetenschap en is zelf ook voortgekomen uit die theoretische ontwikkelingen.
Deze ontwikkelingen komen voort uit een aantal factoren:
▪ Wetenschapsinterne factoren: komen van binnen de wetenschap zoals
doorontwikkeling van eigen theorieën of ideeën.
▪ Wetenschapsexterne factoren: denk hierbij aan bv. ontwikkelingen in andere
wetenschappen, tijdsgeest, maatschappij of politiek.
Paradigma
Dit is een belangrijk begrip bij het bedenken, toetsen of weerleggen van theorieën. Een
paradigma is het algemene stelsel van modellen en theorieën in de wereld, dat het
denkkader vormt van waaruit de werkelijkheid kan worden geanalyseerd en beschreven.
In de criminologie kennen we 4 paradigma’s:
▪ Klassieke paradigma: gaat ervanuit dat de mens een rationeel wezen is. We willen
maximaal genot en minimale pijn (pre-criminologie)
▪ Positivistische paradigma: belang van wetenschappelijk kwantitatief onderzoek met
nadruk op biologisch determinisme. Er wordt dus vooral gekeken naar de misdadiger
en het doel is vermindering van de criminaliteit (midden 19e eeuw).
▪ Interpretatieve paradigma: de wereld is complex en continu in beweging. Hier
wordt kwalitatief onderzoek belangrijker waarbij de onderzoekers meer rekening
houden met de subjectieve ervaring van mensen.
▪ Kritische paradigma: de wereld is ongelijk. Kennis is niet objectief en machtshebbers
bepalen hoe de wereld in elkaar zit. Er wordt niet alleen geprobeerd om
machtsstructuren bloot te leggen, maar er wordt ook gepoogd deze te veranderen.
De onderzoeker is dus subjectief.
Theorie en perspectief
Een theoretische benadering/perspectief is een fundamenteel beeld van de samenleving
waarbinnen theorieën kunnen worden gevormd. Eigenlijk is dit dus een richtlijn voor theorie
en onderzoek.
Een theorie is een consistent stelsel van uitspraken die met elkaar samenhangen. Ze kunnen
getoetst worden en verklaren de sociale werkelijkheid.
Een concept is een niet volledig uitgewerkte theorie. Deze maakt onderdeel uit van een
theorie. Het is dus niet een ‘consistent stelsel van uitspraken’ maar het betreft maar één
van deze uitspraken.
2
,Etiologie
Etiologie is de oorzakenleer, waarbij we kijken naar causale verbanden. Dit is niet hetzelfde
als correlatie, waarbij het gaat om samenhang maar de één het ander niet veroorzaakt.
Causaliteit is lastig aan te tonen.
Verklaringsniveaus
Theorieën kunnen zich op verschillende verklaringsniveaus richten:
▪ Macro: hierbij ligt de focus op de samenleving als geheel en gaat het om het
totaalbeeld van sociale structuren in de samenleving
▪ Meso: hierbij ligt de focus op ‘middelgrote’ analyse-eenheden, zoals buurten of
groepen.
▪ Micro: hierbij ligt de focus op individuen en interacties tussen individuen.
In hele grote lijnen zou je kunnen stellen dat sociologie zich richt op macro en meso, terwijl
psychologie zich op micro richt.
Maatschappijbeelden
Theorieën zijn ook in te delen naar het beeld dat ze van de maatschappij hebben:
▪ Consensus: de samenleving is het eens over wat onder criminaliteit moet vallen. We
hoeven ons niet druk te maken over het begrip criminaliteit maar kunnen ons richten
op het verklaren van crimineel gedrag.
▪ Conflict: er zijn verschillende groepen in de samenleving met ieder hun eigen
zienswijzen en belangen. Er is dus geen consensus. Wat wordt gezien als crimineel
gedrag, ligt aan wie er op dat moment aan de macht is.
▪ Interactie: de maatschappij wordt gevormd door onderlinge interactie. Niets staat
vast en dus ook criminaliteit niet.
Mensbeelden
Als laatste zijn theorieën ook nog in te delen naar hoe ze naar personen kijken:
▪ Rationele actor: mensen zijn rationele wezens die afgewogen keuzes maken
(klassieke paradigma).
▪ Gedetermineerde actor: mensen worden door omstandigheden gedwongen tot hun
acties. Deze omstandigheden kunnen zowel biologisch als sociologisch zijn
(positivistische paradigma).
▪ Gevictimiseerde actor: crimineel is het slachtoffer van een oneerlijke samenleving of
situatie. De deviantie is dus niet aan de dader te wijten (kritische paradigma).
Het interpretatieve paradigma hangt eigenlijk tussen de eerste twee in en gaat ervan uit dat
de actor zowel rationeel als gedetermineerd is (persoon heeft een eigen ‘agency’).
1.2 Pre-criminologie
Pas vanaf de 19e eeuw is er echt sprake van criminologie, als we het gaan hebben over de
oorzaken van criminaliteit. Daarvoor hebben we het over de pre-criminologie (klassieke
paradigma).Deze criminologie gaat niet over het vinden van oorzaken en is dus niet
etiologisch. Het is gericht op strafrechtshervorming. De strafrechtspleging was erg wreed,
arbitrair en hield weinig rekening met de context van een misdrijf.
3
, Als reactie op deze onderdrukking en absolute macht van vorsten, kwamen rond de
verlichting (17e – 19e eeuw) klassieke criminologen op. Dit waren eigenlijk dus nog vooral
juristen. Het ‘nadenken’ kwam in deze tijd centraal te staan. De industriële revolutie was
ook van grote invloed en vereiste nieuwe ontwikkelingen. Als laatste was ook de opkomst
van de burgerij als middenklasse belangrijk. Hierdoor was ineens sociale mobiliteit mogelijk.
Deze klasse werd daarom zowel door de onderklasse als adel bedreigd en vroeg daarom om
veiligheid en gelijke rechten.
Kernideeën
Dit alles leidt ertoe dat wetenschappers anders gaan nadenken over de samenleving. De
kernideeën van de pre-criminologie waren:
▪ Ieder persoon heeft universele rechten, onafhankelijk van de plek die iemand heeft
in de samenleving
▪ Rationele dader met een vrije keuze. Gedrag hoeft dus niet verklaard te worden
omdat dit altijd het gevolg van een kosten-batenafweging zou zijn.
▪ Strafrecht moet rechtvaardig, eerlijk, onafhankelijk en voorspelbaar zijn. Anders
zou het niet mogelijk zijn om een kosten-batenafweging te maken.
▪ Humaniseren strafrecht: buitenproportioneel straffen is onnodig en zorgt er alleen
maar voor dat mensen zwaardere delicten zullen plegen, omdat de straf toch even
zwaar is. Lijf- en doodstraffen worden afgeschaft.
Deze klassieke stroming werd beïnvloed door filosofische stroming als het utilitarisme: er
dient te worden gestreefd naar het grootst mogelijke geluk voor het grootst aantal mensen.
Beccaria
De Italiaanse aristocraat Cesare Beccaria was een belangrijke pre-criminoloog. Hij studeerde
rechten en kwam in 1764 met een belangrijk boek:
- De focus lag op hervorming: beperking macht kerk, religieus pluralisme, religieuze
tolerantie, formele gelijkheid van de wet, afschaffing lijfstraffen en de doodstraf.
- Zijn denken was een combinatie van:
▪ Sociaal contract: de legitimiteit van het gezag van de staat komt voort uit
een contract met de burgers. Criminaliteit is een misdrijf tegen dit contract
en niet tegen de machtshebber.
▪ Utilitarisme: hieruit volgt dat de adel of kerk dus niet boven de wet staat.
▪ Natuurlijke rechten: mensen hebben individuele soevereiniteit en deze
rechten zijn onvervreemdbaar. Inbreuk hierop kan alleen als het sociale
contract wordt geschonden. Individuen dienen dus te worden beschermd
tegen de staat (vooral in het strafproces).
- Hedonisme en rationaliteit: dit kwam voort uit de ideeën van Hobbes. De mens zou
worden gedreven door een zoektocht naar plezier en vervulling van behoeftes. De
wens is daarbij om pijn te vermijden. Een individu zal dus op rationele wijze de
kosten en baten gaan afwegen en uiteindelijk het gedrag vertonen dat het meest
aansluit op deze verlangens en behoeften.
- Uiteindelijk vond Beccaria dat een straf moest voldoen aan drie voorwaarden:
1) Zekerheid: duidelijk wat strafbaar is en wat de staf is
2) Snelheid: straffen zou zinloos zijn als de tijd tussen de daad en straf te lang is
omdat er geen connectie meer is.
4