Tussentijdse opdracht 1 – Cybercrime 2023-2024
Naam - Studentnummer
PREVALENTIE EN AANPAK VAN CYBERCRIME
1. Welke voorspellingen doet procureur-generaal (hoogtste baas van het Openbaar
Ministerie) Van der Burg in het filmpje van Nieuwsuur?
Het aantal misdrijven waarbij cybercriminelen betrokken zijn, zal de komende jaren fors
toenemen. Vijftig procent van onze criminaliteit zal dan te maken hebben met computers. Zo
zal het binnendringen van computers wel eens het fietsendiefstal van de toekomst kunnen
worden.
Ook voorspelt hij dat 50% van de strafzaken met cybercriminaliteit te maken zullen hebben.
2. Over welke categorie(ën) van cybercrime heeft Yesilgöz (minister van Justitie en Veiligheid)
het in haar brief aan de Tweede Kamer?
Yesilgöz schrijft in haar brief dat cybercrime een groeiend gevaar is. Zijn noemt daarbij
verschillende categorieën. Zo zijn er criminelen die voorheen traditionele vormen van
criminaliteit pleegden en dat nu online doen. Daarnaast is er zware, georganiseerde
cybercrime. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld:
- Hacken (computervredebreuk)
- Ransomware-aanvallen
- Datadiefstal
Eerste voetnoot: de term cybercrime betreft in deze brief criminaliteit waarbij ICT-systemen
zowel doel als middel zijn (dus cybercrime in enge zin). Voorbeelden daarvan zijn
ransomwareenhetinbrekenincomputersystemen(“hacken”).
Criminaliteit waarbij ICT- middelen enkel faciliterend zijn, zoals eenvoudige online
fraudevormen, wordt aangeduid met de term gedigitaliseerde criminaliteit. De term online
criminaliteit omvat beide. Overigens zijn er diverse criminele werkwijzen die elementen van
cybercrime in enge zin en gedigitaliseerde criminaliteit combineren.
3. Met de cijfers die Yesilgöz op pagina 2 van haar brief noemt kan je veel kanten op,
afhankelijk van de manier waarop cybercrime bijvoorbeeld gedefinieerd wordt of het
slachtofferschap wordt vastgesteld.
Kies drie bronnen uit de voetnoten (6 t/m 12) en bekijk ze kritisch. In hoeverre
ondersteunen deze de uitspraken van de minister? Zijn er ook andere conclusies te trekken
op basis van diezelfde cijfers?
- Voetnoot 8: Yesilgöz baseert hier haar uitspraak over het aantal slachtoffers op
politieregistraties. Echter, soms houden meerdere delicten met elkaar verband
(samenloop) en deze registraties zijn dus niet gelijk te stellen met het aantal
slachtoffers.
- Voetnoot 10: Yesilgöz stelt op basis van de Veiligheidsmonitor van het CBS dat 17%
van de Nederlands slachtoffer is geworden van alle vormen van cybercriminaliteit
Naam - Studentnummer
PREVALENTIE EN AANPAK VAN CYBERCRIME
1. Welke voorspellingen doet procureur-generaal (hoogtste baas van het Openbaar
Ministerie) Van der Burg in het filmpje van Nieuwsuur?
Het aantal misdrijven waarbij cybercriminelen betrokken zijn, zal de komende jaren fors
toenemen. Vijftig procent van onze criminaliteit zal dan te maken hebben met computers. Zo
zal het binnendringen van computers wel eens het fietsendiefstal van de toekomst kunnen
worden.
Ook voorspelt hij dat 50% van de strafzaken met cybercriminaliteit te maken zullen hebben.
2. Over welke categorie(ën) van cybercrime heeft Yesilgöz (minister van Justitie en Veiligheid)
het in haar brief aan de Tweede Kamer?
Yesilgöz schrijft in haar brief dat cybercrime een groeiend gevaar is. Zijn noemt daarbij
verschillende categorieën. Zo zijn er criminelen die voorheen traditionele vormen van
criminaliteit pleegden en dat nu online doen. Daarnaast is er zware, georganiseerde
cybercrime. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld:
- Hacken (computervredebreuk)
- Ransomware-aanvallen
- Datadiefstal
Eerste voetnoot: de term cybercrime betreft in deze brief criminaliteit waarbij ICT-systemen
zowel doel als middel zijn (dus cybercrime in enge zin). Voorbeelden daarvan zijn
ransomwareenhetinbrekenincomputersystemen(“hacken”).
Criminaliteit waarbij ICT- middelen enkel faciliterend zijn, zoals eenvoudige online
fraudevormen, wordt aangeduid met de term gedigitaliseerde criminaliteit. De term online
criminaliteit omvat beide. Overigens zijn er diverse criminele werkwijzen die elementen van
cybercrime in enge zin en gedigitaliseerde criminaliteit combineren.
3. Met de cijfers die Yesilgöz op pagina 2 van haar brief noemt kan je veel kanten op,
afhankelijk van de manier waarop cybercrime bijvoorbeeld gedefinieerd wordt of het
slachtofferschap wordt vastgesteld.
Kies drie bronnen uit de voetnoten (6 t/m 12) en bekijk ze kritisch. In hoeverre
ondersteunen deze de uitspraken van de minister? Zijn er ook andere conclusies te trekken
op basis van diezelfde cijfers?
- Voetnoot 8: Yesilgöz baseert hier haar uitspraak over het aantal slachtoffers op
politieregistraties. Echter, soms houden meerdere delicten met elkaar verband
(samenloop) en deze registraties zijn dus niet gelijk te stellen met het aantal
slachtoffers.
- Voetnoot 10: Yesilgöz stelt op basis van de Veiligheidsmonitor van het CBS dat 17%
van de Nederlands slachtoffer is geworden van alle vormen van cybercriminaliteit