Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Seminarium gedragstherapie samenvatting toets 1 (9.5 gehaald)

Rating
-
Sold
1
Pages
16
Uploaded on
12-02-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting voor de eerste toets van het vak Seminarium gedragstherapie op basis van het boek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie van Kees Korrelboom. Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 1, 3 tm 3.4 en 10. Het bevat alle belangrijke begrippen waar vragen over gesteld kunnen worden op de eerste toets. Het is een uitgebreide samenvatting, geschreven in makkelijk lezende zinnen vergeleken met het boek.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Tentamen 1: H1, H3 t/m 3.4 en H10
H1: Cognitieve gedragstherapie, psychotherapie en integratie; uitgangspunten en plaatsbepaling.
1.1
Dit boek gaat uit van twee punten:
1) Het is geen teken van kracht en vitaliteit dat er zoveel verschillende soorten psychotherapie
bestaan. Dit boek gaat ervan uit dat we uiteindelijk tot een geünificeerde psychotherapie
zouden moeten/kunnen komen. Dit betekent dat er geen aparte psychotherapiescholen en
verschillende methodieken meer bestaan, maar een breed geaccepteerde ‘body of knowledge’
waarop alle psychotherapeuten hun handelen baseren. Het gaat er vooral om dat het
wetenschappelijk bewezen de beste methoden zijn, ook al zou dat bijvoorbeeld betekenen
dat we daarvoor de cognitieve gedragstherapie opzij zouden moeten zetten. Sta open voor
het gebruik van methoden zoals EMDR en mindfulness.
2) In dit boek wordt psychotherapie gezien als een methode/werkwijze/procedure en niet als
iets dat automatisch met een vak moet worden geïdentificeerd. Dit boek gaat over het vak
psychotherapie en niet over de beroepsgroepen die zich wel of niet psychotherapeut mogen
noemen. De term psychologische behandelingen zou neutraler/beter zijn, maar
psychotherapie wordt toch gebruikt omdat dit al zo ingeburgerd is.

1.2
Cognitieve gedragstherapie (psychotherapie) is een proces waarbij een therapeut op een
transparante en met de patiënt overeengekomen manier, zoveel mogelijk uit de wetenschappelijke
(klinische) psychologie, effectieve kennis en methoden toepast om de emotionele en/of
gedragsproblemen van de patiënt te verminderen.
- Proces: Hetgeen dat zich afspeelt tussen patiënt en therapeut is meer dan een uitwisseling
van vraag en advies. In de psychotherapie is er altijd sprake van een diagnostische fase, een
advies- of interventiefase en een evaluatiefase.
- Transparant: De werkwijze van de therapeut heeft geen geheimen. De therapeut moet in de
therapeutische relatie een balans vinden tussen zakelijke deskundigheid en emotionele
betrokkenheid. Bij uitzondering wordt er wanneer het nodig is gebruik gemaakt van een
paradoxale interventie, hierbij weet de patiënt niet wat de bedoeling is van de handelswijze
van de therapeut.
- Wetenschappelijke (klinische) psychologie: De methoden die worden gebruikt, zijn
gebaseerd op kennis uit de psychologische wetenschap. Er is een spanningsveld tussen de
kliniek en de wetenschap, therapeuten uit de kliniek maken soms keuzes waar
wetenschappers het niet helemaal mee eens zijn. Deze keuzes worden voor het welzijn van
de cliënt dan toch gemaakt.
- Effectief: Het streven om zo veel mogelijk de therapeutische methoden toe te passen
waarvan is aangetoond dat ze werken.
- Emotionele en/of gedragsproblemen: Er moet sprake zijn van lijden, de cognitieve
gedragstherapie probeert hierbij te helpen.

1.3
Geschiedenis van de moderne psychotherapie: De beginfase (1900-1970) De consolidatiefase
(1970-2000)  De huidige fase (2000-heden).

,De beginfase: Rond 1900 met de opkomst van de psychoanalyse is de ‘moderne tijd’ in de
psychotherapie pas echt begonnen. Binnen de psychoanalyse werden voor het eerst de beleving van
de patiënt en de ontwikkelingsgeschiedenis centrale thema’s van de behandeling. Pas in de jaren
50/60 kwamen cliëntgerichte psychotherapie en gedragstherapie naar voren (samen met onvrede
over psychoanalyse). Iets later ontwikkelde de cognitieve therapie, systeemtherapie en
gestalttherapie (de laatste wel minder). Tussen en binnen al deze richtingen ontstonden allerlei
varianten en alternatieven. Er is lang een scheiding geweest tussen gedragstherapeuten en inzicht
gevende therapeuten. Inzicht gevende therapeuten beschuldigde gedragstherapeuten ervan dat ze
alleen een verschuiving van symptomen konden bereiken. Gedragstherapeuten beschuldigde inzicht
gevende therapeuten ervan dat zij uitgaan van onbewezen therapie en nauwelijks verbetering
realiseren. Uit onderzoek bleken de therapieën ongeveer even effectief.

De consolidatiefase: Dat er werd vermoed dat de twee therapieën ongeveer even effectief zijn,
heeft geleid tot twee opvattingen:
1) Common factor theorie: Vergelijkbare effectiviteit moet worden toegeschreven aan een
aantal factoren die alle therapieën gemeenschappelijk zouden moeten hebben.
a. De therapie vindt plaats binnen een intense en vertrouwelijke relatie waarin de
patiënt een zekere afhankelijkheid ten opzichte van de behandelaar ontwikkelt;
b. Er bestaat een officiële context waarin de verwachting heerst dat genezing zal
plaatsvinden.
c. De behandeling verloopt volgens een rationale die de klachten van de patiënt
verklaart en die voor hem geloofwaardig is.
d. De behandeling kent een procedure/een ritueel dat op die rationale voortborduurt en
die een actieve inzet vraagt van patiënt en therapeut.
2) De tweede opvatting kwam voort uit het vermoeden dat alle psychotherapieën ongeveer
even effectief zijn en had betrekking op de complementariteit van de verschillende
benaderingen. Dit hield in dat voor de ene patiënt de ene benadering het beste zou zijn en
voor de andere de andere benadering. Wanneer men ervoor zou zorgen dat iedere patiënt de
juiste soort psychotherapie zou krijgen, zouden optimale resultaten gegarandeerd zijn. De
indicatiestelling hield toen in dat er in de eerste fase zou worden vastgesteld of
psychotherapie geïndiceerd werd, in de tweede fase werd dan bepaald welk soort
psychotherapie dat dan zou moeten zijn. Deze indicatieprocedure werd beschouwd als een
selectieprocedure omdat alleen de patiënten werden geselecteerd waarvan de
psychotherapeut dacht dat hij/zij er goed mee zou kunnen werken.

De huidige fase: De patiënt en diens problematiek kwamen meer centraal te staan. Men ging aan de
patiënt vragen wat voor psychotherapie hij het liefst zou willen krijgen (onderhandelen over
indicatiestelling). Bakker concludeerde dat voorkeur voor een bepaalde therapie niet veel uitmaakt,
zolang je niet dwars tegen de voorkeur van de patiënt ingaat.
Uitgangspunten van de integratieve psychotherapie zijn dat niet 1 psychotherapie het beste is en
dat alle vormen sterke punten hebben die deels specifiek zijn en deels common factors, de
organisatie van psychotherapie in aparte scholen zou moeten worden doorbroken. Er zijn 3
bezwaren aan deze benadering: 1) Verschillende benaderingen zijn lastig tot 1 behandeling te
combineren en ze zijn ook lastig in dezelfde behandelaar te combineren. 2) Met het zoeken naar wat
het beste is voor de patiënt streeft men ernaar om de eigen werkwijze en inzichten overeind te
houden en te beschermen, het risico is dat er een rem komt op vakinhoudelijke vernieuwingen in het

, belang van de patiënt. 3) Tot nu toe is er nauwelijks effect onderzoek gedaan naar integratieve
psychotherapie.
De belangrijkste ontwikkeling in de moderne psychotherapie is de evidence-based benadering,
men heeft vastgesteld welke interventie het meest effectief is voor welke stoornis. De meest
effectieve behandelingen worden samengevat in de richtlijnen voor iedere DSM-stoornis. Kritiek op
de evidence-based benadering is dat de richtlijnen zijn gebaseerd op ongecompliceerde patiënten en
dat het in de praktijk niet altijd passend is, maar het is gebleken dat deze richtlijnen ook in de
praktijk werken. De evidence-based benadering heeft een belangrijk signaal gegeven voor de
dominantie van CGT, maar ook andere interventies worden in de richtlijnen opgenomen.

1.4
Vier argumenten waarom cognitieve gedragstherapie het hart van de psychotherapie is:
1) Bewezen effectiviteit:
o Op het dodo-verdict is kritiek gekomen: Behandelingen die werden opgenomen in
een meta-analyse, verschillen onderling te veel om samengevoegd te worden.
Daarnaast, wanneer onderzoek wordt uitgevoerd met specifieke op de problematiek
toegespitste behandelingen (in homogene groepen), komen cognitief
gedragstherapeutische interventies meestal als beste naar voren. De effectgroottes
zijn groter dan in eerdere heterogene groepen. Bij stemmingsstoornissen en boulimia
nervosa leek ook IPT een werkzame optie te zijn, bij PTSS EMDR.
2) Wetenschappelijke attitude: Cognitieve gedragstherapie identificeert zicht het meeste met
wetenschappelijke attitude, enerzijds is er een voortdurende bereidheid en behoefte om de
eigen effectiviteit (van CGT dus) wetenschappelijk te onderzoeken. Anderzijds wordt de
experimentele psychologie (meer dan de klinische expertise) beschouwd als inspiratiebron
voor het therapeutisch handelen.
3) Efficiëntie: CGT is niet altijd effectiever dan een andere vorm, maar wel efficiënter:
hetzelfde effect wordt vaak in een korte tijd bereikt. CGT blijkt ook een
terugvalvoorkomend effect te hebben, dus patiënten komen minder snel terug.
4) Bereidheid tot het ‘plegen van diefstal’: Cognitieve gedragstherapie heeft veel dingen
overgenomen van andere richtingen en gaat daar ook rustig mee door. Het vermogen en de
bereidheid tot transformatie en evolutie maakt CGT een vruchtbare basis.

De geïntegreerde cognitieve gedragstherapie zoals in dit boek, kent twee uitgangspunten:
1) De theoretische oriëntatie op de psychologische wetenschap.
2) De oriëntatie op dat wat werkt.
Ze proberen deze uitgangspunten met elkaar in verband te brengen.

Fases en niveaus in de behandeling: Fases hebben betrekking op indeling in de tijd en niveaus
hebben betrekking op de gelaagdheid van therapieën. Wanneer een therapie niet loopt is het vaak
verhelderend om na te gaan op welk therapeutisch niveau deze problemen zich afspelen.
Verschillende fases in therapie:
- 1e fase: Kennismaking, probleeminventarisatie, diagnostiek en formuleren van
behandeldoelen en het behandelplan. Er wordt gebruik gemaakt van vragenlijsten en functie-
en betekenisanalyses voor het vaststellen van een DSM-classificatie.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 3 tm 3.4 en 10
Uploaded on
February 12, 2025
Number of pages
16
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$7.81
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jpsychologie Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
38
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
11
Last sold
6 days ago

3.5

2 reviews

5
1
4
0
3
0
2
1
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions