HC1 - Sensatie en perceptie
Psychologie een jonge wetenschap, pas sinds 1910-1920
Hoelang duurt een mentaal proces?
- Begin 19e eeuw: onzinnige vraag instantaan
- Johannes Muller (1843): oneindig klein
Helmhotz
- Had een apparatuur waarmee hij kon meten hoelang zenuwimpulsen duurden
- Stimuleerde de zenuw van een kikker
- Hoelang daarna gaat poot bewegen? 0.2 ms; 27 m/s
- Maar hoe lanf duurt een mentaal proces?
Donders (19e eeuw, 1968): de eerste keer dat een wetenschapper uitspraken deed over
mentale processen aan de hand van observeerbaar gedrag
Hoe lang duurt het nemen van een beslissing?
1. Stimulus detectie
2. Stimulus discriminatie
3. Kiezen (beslissen)
4. Uitvoeren actie
- Tijd afhankelijk van deze 4 processen
Simpele ReactieTijd taak: druk zo snel mogelijk als lamp aan gaat
- Stimulus detectie + motor respons
Keuze RT taak: druk links als linker lamp aan gaat, druk rechts als rechter lamp aan gaat
- Stimulus detectie + stimulus discriminatie + kiezen (beslissen) + motor respons
Go/ no go RT taak: druk zo snel mogelijk als rechter lamp aan gaat, druk niet als linker lamp
aan gaat
- Stimulus detectie + stimulus discriminatie + motor respons
Je kunt de duur van mentale processen isoleren door een taak te bedenken die steeds 1 van
die processen minder heeft
- Stimulus-discriminate = RT(go/no go) - RT(simple)
- Beslissing-tijd = RT(keuze) - RT(go/no go)
Weber (19e eeuw)
- Als je het verschil wilt zien tussen 2 dingen, is het waarneembare verschil relatief en
niet absoluut
- Zintuigen registreren relatieve verschillen
- Het is dus nooit 10 pixels, maar een bepaald percentage
- Wet van Weber, waarneembaare verschil is constant: l/l = k
- K is de weber fractie
,Donders & Weber
Je kunt metingen verrichten aan mentale processen:
- Donders: duur van mentale processen (reactietijd)
- Weber: relateerde waarneembare verschillen aan verschil in fysieke kenmerken
(Weber fractie)
- Eerste wetten in de psychologie
Founding fathers
- William James (VS)
- Wilhelm Wundt (Duitsland)
- Ze waren mentale processen aan het bestuderen, ze wilden inhoud van de mentale
weten
- Bestudeerden de geest (bewustzijn) in een laboratorium: methode van introspectie
Introspectie: aan iemand vraagt waarom heb je dit zo gedaan of wat gebeurt er in je geest
- Stream of counsciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van sensaties,
gevoelens, gedachten, beelden etc
- James en Wudt wilden door introspectie achter de inhoud van deze stroom komen
Het begin en het (voorlopige) einde
- Donders, Weber, Wundt en James bestudeerden de mind (de geest, het mentale).
- Dit zou drastisch gaan veranderen door de opkomst van behaviourisme
- De mind is niet observeerbaar, dus de mind bestuderen is niet wetenschappelijk
- Pavlov belangrijk
Behaviorisme
- Introspectie is niet wetenschappelijk, bewustzijn is te vaag
- De inhoud van de mind is irrelevant (niet bestudeerbaar), we moeten gedrag
bestuderen: de invloed van stimuli op gedrag
- Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
Terug naar het mentale: behaviorisme had 3 problemen
Ontwikkeling van taal (rond 1960)
- Skinner (behaviorist): taal is aangeleerd omdat kinderen de positieve bekrachtiging
van de ouders horen en verder gaan met taal leren
- Chomsky: taal is aangeboren, want waarom praat kind uberhaupt en het is spontaan
pas na de bekrachtiging
WWII
- Waarom bombarderen piloten verkeerde doelen?
- Hoe lang kun je naar radarbeelden kijken zonder fouten te maken?
1938: Conrad Zuse’s ZI: de eerste computer
1939-1940: Alan Turing: computer dat gelukt is om geheimtaal van Nazi’s te ontcijferen,
computer ging berekenen wat de geheimtaal was
, - Computers rekenen net als ons met symbolen
Hersenen beschouwen als computer (Neisser 1967-1968)
- Informatiewerking: input verwerking output
- Mentale processen werden gezien als verwerkingsprocessen
- Verwerkingsstappen in flow diagram
- De computer is de hardware, het programma de software, dus de hersenen zijn de
hardware, een aspect van cognitie (bijvoorbeeld geheugen) is de software
Over de hardware (moderne cognitieve psychologie)
- Structurele modellen beschrijven de fysieke (biologische) structuren
- Proces modellen (waarbij elke verwerkingsstap een blokje heeft) beschrijven
cognitieve processen
HC21 - Waarneming onderzoeken
Verschil tussen sensatie en perceptie
- Sensatie (sensation: de meer vroege stadia van verwerking van stimuli (zoet, zuur,
hard, luid, rood etc.)
- Waarnemen (perception): betekenisvol, georganiseerd, de koffie is heet, een rode
roos
Verschillende zintuigen hebben
- Een eigen soort receptoren
- Een eigen soort van sensorische neuronen (transport)
- Een eigen gebied in de hersenen waar naar toe de informatie wordt vervoerd: binnen
het gebied vaak nog een eigen plekje
Hoeveel zintuigen zijn er (6)
- Zien, horen, proeven, ruiken, voelen
- Voelen: pijn, druk, warmte, tast
- Proprioceptie: houding van de ledenmaten
- Elektroceptie: elektrische signalen oppikken (bijv. meerval)
- Evenwicht
Stappen tot waarnemen
- Energie uit de wereld (trillende deeltjes/ pakketjes licht)
- Ontvanger (sensor) met een vertaler (transducer); vertaling van fysieke ernegie naar
neurale activiteit
- Bekabeling voor transport (neuronen)
- Een ‘relay’ of verdeelstation (de thalamus)
- De cortex die het signaal omzet naar een sensatie en waarneming
Stappen tot waarnemen
- De sensatie is niet altijd hetzelfde
- Sensorische systemen passen zich aan aan de omgeving
, - Onze hersenen zijn met name geïnteresseerd in verandering: bijv. adaptie
Voorbeeld: adaptatie
- Niet alleen minder gevoelig worden
- Instellen van systemen aan de eisen die de omgeving stelt, zodanig dat het organisme
optimaal kan functioneren
- Je bent dus ‘geadapteerd’ aan een omgeving
- Dit verandert als de omgeving verandert
- Bijv. stoppen met bewegen en aan/uit doen van lamp
- Bewegingsnaeffect: resultaat van competitie en adaptatie in onze hersenen
Zintuig systemen
- Verschillen: bijv. door andere fysische grootheden
- Overeenkomsten: adaptatie, types codering, cognitieve factoren
HC22 - Chemische zintuigen
Proeven/smaak (taste)
- In tegenstelling tot sommige dieren is smaak in mens (zoogdieren) alleen in de mond
- Functie vooral: is iets goed of slecht voor mij
Klassieke westerse wetenschap: zoet, zuur, zout, bitter, umami
De rest is een combinatie van deze 4
Oosters (Japan/China): extra Umami
Moderne wetenschap: 5 klassen
6e smaak? Ammonium, nee
- Zoet (geeft energie), zout (vochtbalans) en umami (beide) waarschijnlijk goed voor
ons
- Zuur (organen wegbranden) en bitter (giftig) waarschijnlijk slecht voor ons
Papillen op de tong
- Dichtheid van smaakpapillen op tong is bij supertaster veel meer dan bij nontaster
- Taster/ nontaster is genetisch bepaald
- Homozygoot TT nodig om supertaster te zijn
- Homozygoot Tt nodig om nontaster te zijn
Papillen op de tong
- Tastreceptor cellen zitten receptoren in (voor zoete, zoute, zure, umami en bittere
sensatie zorgen)
- Deze affereren naar een neuron dat naar je hersenen toe gaan
Verdeling van smaken?
- De receptoren zijn gelijk verdeeld maar de plaatsaspecten worden door het brein
gemaakt
- Verschillende neuronen uit verschillende delen van de tong
- Nerve fiber type A: voornamelijk zoet
Psychologie een jonge wetenschap, pas sinds 1910-1920
Hoelang duurt een mentaal proces?
- Begin 19e eeuw: onzinnige vraag instantaan
- Johannes Muller (1843): oneindig klein
Helmhotz
- Had een apparatuur waarmee hij kon meten hoelang zenuwimpulsen duurden
- Stimuleerde de zenuw van een kikker
- Hoelang daarna gaat poot bewegen? 0.2 ms; 27 m/s
- Maar hoe lanf duurt een mentaal proces?
Donders (19e eeuw, 1968): de eerste keer dat een wetenschapper uitspraken deed over
mentale processen aan de hand van observeerbaar gedrag
Hoe lang duurt het nemen van een beslissing?
1. Stimulus detectie
2. Stimulus discriminatie
3. Kiezen (beslissen)
4. Uitvoeren actie
- Tijd afhankelijk van deze 4 processen
Simpele ReactieTijd taak: druk zo snel mogelijk als lamp aan gaat
- Stimulus detectie + motor respons
Keuze RT taak: druk links als linker lamp aan gaat, druk rechts als rechter lamp aan gaat
- Stimulus detectie + stimulus discriminatie + kiezen (beslissen) + motor respons
Go/ no go RT taak: druk zo snel mogelijk als rechter lamp aan gaat, druk niet als linker lamp
aan gaat
- Stimulus detectie + stimulus discriminatie + motor respons
Je kunt de duur van mentale processen isoleren door een taak te bedenken die steeds 1 van
die processen minder heeft
- Stimulus-discriminate = RT(go/no go) - RT(simple)
- Beslissing-tijd = RT(keuze) - RT(go/no go)
Weber (19e eeuw)
- Als je het verschil wilt zien tussen 2 dingen, is het waarneembare verschil relatief en
niet absoluut
- Zintuigen registreren relatieve verschillen
- Het is dus nooit 10 pixels, maar een bepaald percentage
- Wet van Weber, waarneembaare verschil is constant: l/l = k
- K is de weber fractie
,Donders & Weber
Je kunt metingen verrichten aan mentale processen:
- Donders: duur van mentale processen (reactietijd)
- Weber: relateerde waarneembare verschillen aan verschil in fysieke kenmerken
(Weber fractie)
- Eerste wetten in de psychologie
Founding fathers
- William James (VS)
- Wilhelm Wundt (Duitsland)
- Ze waren mentale processen aan het bestuderen, ze wilden inhoud van de mentale
weten
- Bestudeerden de geest (bewustzijn) in een laboratorium: methode van introspectie
Introspectie: aan iemand vraagt waarom heb je dit zo gedaan of wat gebeurt er in je geest
- Stream of counsciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van sensaties,
gevoelens, gedachten, beelden etc
- James en Wudt wilden door introspectie achter de inhoud van deze stroom komen
Het begin en het (voorlopige) einde
- Donders, Weber, Wundt en James bestudeerden de mind (de geest, het mentale).
- Dit zou drastisch gaan veranderen door de opkomst van behaviourisme
- De mind is niet observeerbaar, dus de mind bestuderen is niet wetenschappelijk
- Pavlov belangrijk
Behaviorisme
- Introspectie is niet wetenschappelijk, bewustzijn is te vaag
- De inhoud van de mind is irrelevant (niet bestudeerbaar), we moeten gedrag
bestuderen: de invloed van stimuli op gedrag
- Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
Terug naar het mentale: behaviorisme had 3 problemen
Ontwikkeling van taal (rond 1960)
- Skinner (behaviorist): taal is aangeleerd omdat kinderen de positieve bekrachtiging
van de ouders horen en verder gaan met taal leren
- Chomsky: taal is aangeboren, want waarom praat kind uberhaupt en het is spontaan
pas na de bekrachtiging
WWII
- Waarom bombarderen piloten verkeerde doelen?
- Hoe lang kun je naar radarbeelden kijken zonder fouten te maken?
1938: Conrad Zuse’s ZI: de eerste computer
1939-1940: Alan Turing: computer dat gelukt is om geheimtaal van Nazi’s te ontcijferen,
computer ging berekenen wat de geheimtaal was
, - Computers rekenen net als ons met symbolen
Hersenen beschouwen als computer (Neisser 1967-1968)
- Informatiewerking: input verwerking output
- Mentale processen werden gezien als verwerkingsprocessen
- Verwerkingsstappen in flow diagram
- De computer is de hardware, het programma de software, dus de hersenen zijn de
hardware, een aspect van cognitie (bijvoorbeeld geheugen) is de software
Over de hardware (moderne cognitieve psychologie)
- Structurele modellen beschrijven de fysieke (biologische) structuren
- Proces modellen (waarbij elke verwerkingsstap een blokje heeft) beschrijven
cognitieve processen
HC21 - Waarneming onderzoeken
Verschil tussen sensatie en perceptie
- Sensatie (sensation: de meer vroege stadia van verwerking van stimuli (zoet, zuur,
hard, luid, rood etc.)
- Waarnemen (perception): betekenisvol, georganiseerd, de koffie is heet, een rode
roos
Verschillende zintuigen hebben
- Een eigen soort receptoren
- Een eigen soort van sensorische neuronen (transport)
- Een eigen gebied in de hersenen waar naar toe de informatie wordt vervoerd: binnen
het gebied vaak nog een eigen plekje
Hoeveel zintuigen zijn er (6)
- Zien, horen, proeven, ruiken, voelen
- Voelen: pijn, druk, warmte, tast
- Proprioceptie: houding van de ledenmaten
- Elektroceptie: elektrische signalen oppikken (bijv. meerval)
- Evenwicht
Stappen tot waarnemen
- Energie uit de wereld (trillende deeltjes/ pakketjes licht)
- Ontvanger (sensor) met een vertaler (transducer); vertaling van fysieke ernegie naar
neurale activiteit
- Bekabeling voor transport (neuronen)
- Een ‘relay’ of verdeelstation (de thalamus)
- De cortex die het signaal omzet naar een sensatie en waarneming
Stappen tot waarnemen
- De sensatie is niet altijd hetzelfde
- Sensorische systemen passen zich aan aan de omgeving
, - Onze hersenen zijn met name geïnteresseerd in verandering: bijv. adaptie
Voorbeeld: adaptatie
- Niet alleen minder gevoelig worden
- Instellen van systemen aan de eisen die de omgeving stelt, zodanig dat het organisme
optimaal kan functioneren
- Je bent dus ‘geadapteerd’ aan een omgeving
- Dit verandert als de omgeving verandert
- Bijv. stoppen met bewegen en aan/uit doen van lamp
- Bewegingsnaeffect: resultaat van competitie en adaptatie in onze hersenen
Zintuig systemen
- Verschillen: bijv. door andere fysische grootheden
- Overeenkomsten: adaptatie, types codering, cognitieve factoren
HC22 - Chemische zintuigen
Proeven/smaak (taste)
- In tegenstelling tot sommige dieren is smaak in mens (zoogdieren) alleen in de mond
- Functie vooral: is iets goed of slecht voor mij
Klassieke westerse wetenschap: zoet, zuur, zout, bitter, umami
De rest is een combinatie van deze 4
Oosters (Japan/China): extra Umami
Moderne wetenschap: 5 klassen
6e smaak? Ammonium, nee
- Zoet (geeft energie), zout (vochtbalans) en umami (beide) waarschijnlijk goed voor
ons
- Zuur (organen wegbranden) en bitter (giftig) waarschijnlijk slecht voor ons
Papillen op de tong
- Dichtheid van smaakpapillen op tong is bij supertaster veel meer dan bij nontaster
- Taster/ nontaster is genetisch bepaald
- Homozygoot TT nodig om supertaster te zijn
- Homozygoot Tt nodig om nontaster te zijn
Papillen op de tong
- Tastreceptor cellen zitten receptoren in (voor zoete, zoute, zure, umami en bittere
sensatie zorgen)
- Deze affereren naar een neuron dat naar je hersenen toe gaan
Verdeling van smaken?
- De receptoren zijn gelijk verdeeld maar de plaatsaspecten worden door het brein
gemaakt
- Verschillende neuronen uit verschillende delen van de tong
- Nerve fiber type A: voornamelijk zoet