Heraclites (600-540 v.C.) = empirist; niets is blijvend, alles wordt; alles is voortdurend in
beweging; pantha rei
Parmenides (510-440 v.C.) = rationalist; zintuigen bedriegen ons; niets veranderd, alles is;
ontologische discussie met Heraclites
Socrates (470-399 v.C.) = rationalist; echte wereld is de ideeënwereld; Socratische methode is
de enige manier om tot ware kennis te komen
Plato (427-347 v.C.) = rationalist; leerling Socrates; zintuigen bedriegen ons; er zijn twee
werelden, de echte wereld en de waargenomen wereld; Allegorie van de grot; nativisme
Aristoteles (384-322 v.C.) = empirist en beetje rationalist; peripatetisch axioma niets is in
het verstand voordat het eerst in de zintuigen is geweest; Tabula Rasa we worden geboren
zonder kennis, want we hebben nog niks waargenomen; 4 oorzaken voor goede
wetenschappelijke verklaring; geocentrisch wereldbeeld alles draait om de aarde heen
Copernicus (1473-1543) = wetenschapper; heliocentrisch wereldbeeld de zon is het
middelpunt van het universum, niet de aarde; Copernicaanse revolutie
Francis Bacon (1561-1626) = empirist; Novum Organum; 4 idolen; meten=weten; inductie is
dé manier; heeft de wetenschappelijke revolutie in gang gezet
Galileo Galilei (1564-1642) = wetenschapper; empirische observaties met een telescoop
Johannes Kepler (1571-1630) = wetenschapper; nieuwe astronomie; planeten bewegen in
eclipsen
René Descartes (1596-1650) = rationalist; iedereen ziet alles hetzelfde; methodische twijfel;
malin génie; Cogito ergo sum; dualist er is een scheiding tussen lichaam en ziel