Paragraaf 1 Milieugevolgen van brandstoffen
Fossiele en biobrandstoffen
Ondanks de milieudoelstellingen gebruiken we nog steeds voornamelijk fossiele
brandstoffen. We kennen de nadelen en toch stoken we de voorraad fossiele
brandstoffen in relatief korte tijd op. Bovendien is de CO2 die vrijkomt met het
verbranden mede de oorzaak van het versterkte broeikaseffect.
Biobrandstoffen kunnen een alternatief voor fossiele brandstoffen zijn. Hoe werkt
het met een biobrandstof? Glucose wordt gevormd door fotosynthese. Dat is een
endotherm proces en de energie die daarvoor nodig is komt van de zon. Bij
fotosynthese nemen planten CO2 op uit de lucht en samen met water maken ze daar
glucose en zuurstof van. Bij het verbranden van die glucose/biobrandstof komt die
CO2 weer in de lucht. Je hebt hier te maken met een snelle koolstofkringloop. Dit
proces is CO2-neutraal, want er komt netto niet meer CO2 in de lucht dan dat er al is.
Bij fossiele brandstoffen zit dat iets anders. Het verbranden levert CO2 dat duizenden
jaren geleden is vastgelegd door bomen en planten. Het gevolg is een netto
verhoging van het CO2-gehalte in de atmosfeer. De verbranding van fossiele
brandstoffen draagt daarom wel bij aan het versterkt broeikaseffect. Je hebt te
maken met de trage koolstofkringloop. Er wordt naast biobrandstoffen ook gekeken
naar brandstoffen die geen CO2 produceren, de koolstofvrije brandstoffen.
Waterstof
Auto’s en bussen kunnen rijden op waterstof in plaats van diesel of benzine.
Waterstof geeft in de juiste mengverhouding met zuurstof een explosie. Dat is in
principe hetzelfde als bij de explosie van benzine in de automotor. Technisch gezien
is het geen groot probleem om een automotor geschikt te maken voor rijden op
waterstof, maar de opslag en transport van waterstof zijn wel een probleem. De hele
infrastructuur van tankstations moet dan aangepast worden. Waterstof moet dan ook
nog gemaakt worden. Dat kan door de elektrolyse van water, maar daar is veel
energie voor nodig.
Verbrandingsgassen
Diesel, benzine en LPG zijn koolstof houdende brandstoffen. Dat geldt ook voor
biogas, biodiesel en bio ethanol. Voor de volledige verbranding is het belangrijk dat
de motor goed is afgesteld. Bij een niet-optimale toevoer van brandstof en lucht is de
verbranding onvolledig. Naast CO2 en H2O, ontstaan dan ook roet en gasvormige
verbrandingsproducten. Die kunnen schadelijk zijn voor het milieu. De meeste auto’s
hebben tegenwoordig een autokatalysator en die zorgt voor de naverbranding. Dat
zorgt ervoor dat roet en CO worden omgezet in CO2. Stikstofoxiden worden omgezet
tot N2. Onverbrande koolwaterstoffen reageren tot CO2 en H2O.
Zure depositie
Zure neerslag of zure depositie ontstaat als zwaveldioxide, stikstofmonoxide,
stikstofdioxide en vluchtige koolwaterstoffen in de atmosfeer terechtkomen. Deze
stoffen reageren dan met water en met elkaar.