1. Een concept van de ontwikkelingsleer is dat het unidirectioneel is, wat betekent het?
a. Ontwikkelingsleer wordt gebaseerd op bepaalde fasen van het leven.
b. Ontwikkelingsleer is voor ieder mens hetzelfde.
c. Ontwikkelingsleer bestaat uit structurele transformaties.
d. Ontwikkelingsleer zegt dat eerdere veranderingen een vereiste zijn voor
latere veranderingen.
2. Wat wordt er gemeten in cross-sectioneel design?
a. Interindividuele verschillen
b. Dezelfde individuen over verschillende punten in tijd meten
c. Intra-individuele verschillen
d. Verschillende individuen op verschillende tijdstippen meten
3. Wat behoort niet tot de nature ontwikkeling?
a. Evolutionaire psychologie
b. Epigentica
c. The innate biology
d. Psychoanalytische theorie
4. Wat behoort tot de passieve genotype-omgeving fit?
a. Eigen aangeboren kenmerken roepen bepaalde reacties uit de omgeving op.
b. Individuen selecteren actief een specifieke omgeving op basis van hun genen
neigingen.
c. Ouders ontwerpen gedeeltelijk het leven van hun kinderen.
d. Geen van bovenstaande antwoorden is juist.
5. Wat hoort niet in rijtje over de collectivistische cultuur?
a. Sociale harmonie
b. Onafhankelijkheid
c. Gehoorzaamheid
d. Verbondenheid
6. Wat is juist over een zygote?
a. Het is haploïde
b. Het heeft 23 chromosomen
c. Het is een bevrucht eicel
d. Het draagt de helft van het genetische materiaal wat nodig is om een
organisme te creëren.
7. Welk syndroom heeft de kenmerken een mannelijk geslacht met lage testosteron,
onvruchtbaar en lang lichaam met lange armen en benen?
a. Klinefeltersyndroom
b. Turnersyndroom
c. Downsyndroom