Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting BR2: deel B: goederenrecht

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
37
Geüpload op
29-05-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting onderdeel goederenrecht van BR2

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 4B: Overdracht, titel, beschikkingsbevoegdheid en levering

H4.1. Overdracht
Overdracht is geregeld in art. 3:84 BW. Overdracht kent drie constitutieve vereisten, aan allemaal
moet worden voldaan. Overdracht is het rechtsgevolg van een levering krachtens geldige titel, verricht
door een beschikkingsbevoegde. Het betekent enerzijds de handeling van het overdragen en
anderzijds het bewerkstelligen van het rechtsgevolg. Enkel goederen zijn overdraagbaar, niet-
goederen dus niet. Het is dus belangrijk om vast te stellen of sprake is van een goed. Goodwill is
bijvoorbeeld niet overdraagbaar. Het kan wel lijken alsof goodwill overgaat. Een onderneming is ook
niet als onderneming vatbaar voor overdracht. Uit het arrest Rabobank/Reuser volgt dat de koper die
een zaak onder eigendomsvoorbehoud heeft overgedragen gekregen, zijn aanspraak op de verwerving
van de eigendom kan bij de betaling van de koopprijs als bestaand goed worden overgedragen.
Bestanddelen van een zaak zijn niet als bestanddeel overdraagbaar. Overdracht van een
rechtsvordering is ook niet mogelijk. Een wilsrecht kan enkel worden overgedragen indien dit een
zelfstandig vermogensrecht is. Denk aan een optierecht, dat is wel overdraagbaar.

De aard van het recht kan zich tegen overdracht van het recht verzetten. Denk aan rechten die
afhankelijk zijn. Deze zijn naar hun aard niet zelfstandig overdraagbaar, want zijn verbonden aan
ander recht. Het persoonlijke karakter van een recht kan het ook onoverdraagbaar maken. Denk aan
het recht van gebruik en bewoning. Ook de wet kan zich verzetten tegen overdraagbaarheid.
Partijafspraken kunnen overdraagbaarheid niet beperken. Dit komt doordat goederen vrij
overdraagbaar behoren te blijven, art. 3:83 BW. De eigenaar kan zich jegens een ander wel verbinden
de zaak niet over te dragen. Als diegene dat wel doet, is dit wanprestatie.

Overdraagbaarheidsbeperking beperkte en vorderingsrechten
Een beperkt recht kan niet onoverdraagbaar gemaakt worden. Vorderingsrechten kunnen wel
onoverdraagbaar gemaakt worden, art. 3:83 lid 2 BW. Dit kan door een beding. Als de vordering dan
alsnog wordt overgedragen, komt geen vordering tot stand. De vordering is namelijk niet
overdraagbaar. Daarnaast kan een gewoon overdrachtsverbod worden opgelegd. Als dit dan wel wordt
gedaan, is sprake van wanprestatie.

4.2. Geldige titel
Een geldige titel is de rechtsgrond voor overdracht. Meestal vloeit de titel voort uit een obligatoire
overeenkomst. Kan ook voortkomen uit andere rechtshandelingen of de wet. Ook een natuurlijke
verbintenis strekt tot overdracht. Wij kennen een causaal overdrachtsstelsel, dat betekent dat de titel
ook geldig moet zijn. Als een titel ongeldig is, vindt geen overdracht plaats. De bescherming hiervan
wordt wel geregeld in de wet. Als wordt overgedragen zonder geldige titel, kan de oorspronkelijke
vervreemder zijn goed opvorderen onder de derde. Er komt uiteindelijk namelijk geen overdracht tot
stand. Iemand hoeft niet te betalen om te kunnen spreken van een geldige titel. Een titel moet
voldoende bepaalbaar zijn. Dit betekent dat er voldoende aanknopingspunten moeten zijn om te
bepalen tot de overdracht van welk goed zij verplicht.

In art. 3:84 lid 3 BW staan enkele ongeldige titels. Ook wel het fiduciaverbod genoemd. Er is geen
verbod om fiduciaire verhoudingen in het leven te roepen, slechts de zekerheidsstelling en niet tot
werkelijk overdracht strekkende titels zijn ongeldig. Als een reden voor overdracht alleen tot doel
hebben om zekerheid te verschaffen, dan is dit ongeldig. Er moet daarvoor gewoon een
zekerheidsrecht gevestigd worden, dit kan niet via een overdracht. Niet elke overdracht wordt
hierdoor getroffen, dit volgt ook uit het arrest Keereweer/Sogolease. Daarin was sprake van een sale

,and lease back constructie. In zo’n constructie verkoopt de krediet zoekende koper de door hem
aangekochte zaak door aan zijn geldschieter, die de zaak ten titel van lease bij hem in gebruik laat.
Hierbij speelde de vraag of een dergelijke overdracht tot zekerheid strekte, en derhalve verboden was.
Het leek namelijk een constructie om art. 3:84 lid 3 BW te ontlopen. Volgens de HR ligt de maatstaf
bij de beantwoording daarvan in de nauwe samenhang tussen art. 3:84 lid 3 BW en het geboden
alternatief van art. 3:237 BW. De Hoge Raad meent dat moet worden gekeken of de rechtshandeling
ertoe strekt de wederpartij een zekerheidsrecht te geven en dat diegene een bescherming krijgt
waardoor diegene zich met voorrang boven andere schuldeisers op het goed kan verhalen. Als de
rechtshandeling strekt tot werkelijke overdracht, dan staat art. 3:84 lid 3 BW daaraan niet in de weg.
Er zijn een aantal dingen geformuleerd door de HR die niet aan de conclusie in de weg hoeven te
staan dat sprake is van een werkelijke overdracht.
- een beding krachtens welke de overdrager de zaak weer in gebruik krijgt onder zodanige
voorwaarden dat de verkrijger in het geval van wanprestatie de overeenkomst slechts behoeft
te ontbinden teneinde weer vrij en volledig over de zaak te kunnen beschikken
- de omstandigheid dat de ovk is gesloten in verband met een vorm van krediet
- het feit dat de ovk betrekking heeft op zaken die degene die financiering behoeft al langer in
eigendom had
- het feit dat de gelden voor een ander doel dan voor de aanschaffinanciering worden
aangewend.
- een beding op grond waarvan onderhoud en risico voor rekening van de overdrager blijven
Als een beding toe-eigening door de verkrijger uitsluit, wordt werkelijke overdracht uitgesloten.

Het arrest betekent niet dat het artikel zomaar aan de kant kan worden geschoven door een overdracht
in te kleden als een werkelijke overdracht. De HR stelt dat zij constructies niet zomaar rechtsgeldig
zal accepteren.

De tweede ongeldige titel
De titel die voortvloeit uit een rechtshandeling die de strekking mist het goed na overdracht in het
vermogen van de verkrijger te doen vallen. Ook in het Sogolease-arrest gaat de HR hierop in. Door
art. 3:84 lid 3 BW worden partijen verplicht om te kiezen tussen werkelijke overdracht waaraan
geen zekerheidstitel ten grondslag mag liggen, of vestiging van een in de wet genoemd beperkt recht,
overdracht onder voorbehoud van een berperkt recht, overdracht van een goed onder voorwaarde of
een volledig obligatoire verhouding.

4.3. Verbintenis tot overdracht onder voorwaarde
Partijen kunnen overdracht afhankelijk stellen van een in de toekomst gelegen onzekere gebeurtenis.
Dit is een geldige overdrachtstitel, art. 3:84 lid 4 BW.

,Week 5A: Levering registergoederen en derdenbescherming
Er zijn verschillende registers waar informatie instaat. Meestal kan met die feiten een beroep worden
gedaan, tegenover een derde. Hier bestaan wel uitzonderingen op. De belangrijkste registers zijn het
curateleregister, het huwelijksgoederenregister, het handelsregister. In art. 3:16 BW staat dat er
openbare registers zijn met daarin feiten over de rechtstoestand van registergoederen. Er zijn een
aantal zaken die moeten worden ingeschreven. Dit zijn onroerende zaken, teboekstaande zeeschepen
en binnenschepen en nog een aantal dingen. Er bestaat ook nog het kadaster, dat is de
publiekrechtelijke registratie. Daarin staat de feitelijke en de rechtstoestand van registergoederen. Er
zijn wel verschillen tussen de openbare registers en het kadaster. De openbare registers zijn namelijk
privaatrechtelijk van aard en het kadaster publiekrechtelijk. Afdeling 3.1.2. is daarom ook niet van
toepassing op het kadaster. Sommige publiekrechtelijke wetten schrijven inschrijven in openbare
register wel voor, maar dit maakt niet dat afdeling 3.1.2. van toepassing is. Daarnaast worden in
openbare registers feiten ingeschreven, in het kadaster rechter. In de kadasterwet is informatie te
vinden over welke inhoud de kadastrale registratie moet hebben. Stukken moeten voldoen aan de
specialiteitseis, de stukken moeten worden geindividualiseerd. De kadastrale registratie is een
belangrijke bron van de rechtstoestand van registergoederen.

Als in de kadasterwet wordt verwezen naar registers, dan worden de openbare registers bedoeld,
anders gaat het om de publiekrechtelijke registraties. Met kadastrale registratie krijgt men toegang tot
de openbare registers, er is dus een bepaalde samenhang. Het kadaster bevat dus vooral rechten,
daarin staat wie rechten heeft tot een bepaald goed.

Openbare registers
In art. 3:17 staat een ruime mogelijkheid tot inschrijven van feiten die voor de rechtstoestand van
registergoederen van belang zijn. Het gaat alleen om goederenrechtelijke feiten, persoonlijke rechten
mogen alleen worden ingeschreven als de wet dit toelaat. Aan de inschrijving van deze feiten zijn
normaliter rechtsgevolgen verbonden. Allereerst kan de rechthebbende een beroep doen op de
gepubliceerde feiten tegenover verkrijgers onder bijzondere titel. Die personen kunnen dan geen
beroep doen op de goede trouw. Daarnaast mogen verkrijgers onder bijzondere titel vertrouwen op de
feiten uit het register.

Er zijn twee soorten registers. Allereerst registers die feiten bevatten over onroerende zaken, schepen
en luchtvaartuigen. Daarnaast een register met voorlopige aantekeningen. Schepen en vliegtuigen zijn
niet uit hun aard registergoederen, maar zij kunnen dit door te voldoen aan bepaalde voorwaarden en
door inschrijving in de registers wel worden. Degene die de registers bewaard, mag geen onderzoek
doen naar de juistheid van de feiten. Hij moet inschrijven als de stukken aan de wettelijke eisen
voldoen.

Bescherming
In een positief stelsel worden derden te goeder trouw beschermd. De overheid neemt dan een meer
actieve houding aan ten aanzien van de stukken. In een negatief stelsel staan niet de derdenbelangen
voorop en heeft de overheid een passieve houding. Wij kennen een negatief stelsel met ruime
derdenbescherming.

In beginsel kunnen alle rechtshandelingen en feiten die belangrijk zijn voor de rechtstoestand van een
registergoed worden ingeschreven. In art. 3:17 BW staat welke groepen kunnen worden ingeschreven,
dit zijn rechtshandelingen (inschrijving is nodig voor intreden rechtsgevolg), andere

, rechtshandelingen (die verandering in rechtstoestand teweeg brengen) en overige feiten, die staan in
art. 3:17 BW geformuleerd. Dit zijn:
● erfopvolging;
● vervulling van een voorwaarde;
● reglementen en andere regelingen;
● rechterlijke uitspraken die de rechtstoestand van registergoederen betreffen;
● instelling van rechtsvordering en indienen van verzoekschriften;
● executoriale en conservatoire beslagen;
● naamsveranderingen;
● verjaring;
● beschikkingen en uitspraken;
● aanleg en verwijdering van net inschrijfbare feiten.

Inschrijving kan ook krachtens andere wetsartikelen mogelijk zijn, zie bijvoorbeeld art. 46 Kadw. In
art. 3:254 BW staat iets geregeld over hypotheek. In beginsel kunnen enkel stukken worden
ingeschreven die de rechtstoestand van registergoederen betreffen. Daarom kunnen feiten die alleen
persoonlijke rechten geven, in de regel niet worden ingeschreven. Dit is anders als de wet hierop een
uitzondering geeft. Een uitzondering hierop staat in art. 6:252 BW. Een beperking in de bevoegdheid
tot vervreemden kan niet tot inhoud van een kwantitatieve verplichting worden gemaakt. Bij de
overdracht kan wel een kettingbeding worden opgenomen, waarbij een verplichting wordt opgelegd
om hetzelfde beding aan opvolgene verkrijgers op te leggen. Een kettingbeding kan niet worden
ingeschreven, omdat het een obligatoir karakter heeft. Als een akte een kettingbeding bevat, mag de
bewaarder dit niet weigeren. Een inschrijving heeft niet de gevolgen die afdeling 3.1.2. daaraan
verbindt. Een kettingbeding werkt niet op grond van art. 3:23 BW tegen derden, zelfs niet als zij
wisten dat dit er was. Een retentierecht op een roerende zaak is ook niet voor inschrijving vatbaar. Het
kan mogelijk wel derdenwerking hebben.

De inschrijving
De Kadasterwet geeft voor allerlei gevallen aan aan welke vereisten een stuk moet voldoen. De
bewaarder verstrekt aan de aanbieder een ontvangstbevestiging. het tijdstip van inschrijving is het
moment waarop de stukken worden aangeboden. Als de bewaarder denkt dat iets niet klopt aan de
stukken, dan mag hij de aanbieder en andere belanghebbenden daarop aanspreken. Hierdoor wordt
niet afbreuk gedaan aan de lijdelijkheid van de bewaarder. Hij wijst slechts belanghebbenden erop, hij
wijst de aanbieding verder niet af.

ALs een feit is ingeschreven, dan kan de geldigheid daarvan krachtens art. 3:22 BW niet meer worden
betwist op grond dat niet aan de vormvereisten is voldaan. Zelfs als iets niet goed is gegaan, wordt dit
wel gezien als ware dit wel zo. Het gaat hier alleen om inschrijvingsformaliteiten die niet in acht zijn
genomen. Rechtsgevolgen mogen wel betwist worden, dus bijvoorbeeld dat er geen geldige titel is.

De inschrijvingen worden gerangschikt naar moment van aanbieding, tenzij de wet anders bepaald.
Zie bijvoorbeeld art. 505 lid 3 Rv of art. 3:261 en art. 3:262 BW. Als een stuk gelijktijdig wordt
aangeboden, dan bepaalt art. 3:21 lid 2 BW wat er dan gebeurt. Er wordt dan gekeken naar de dag
waarop de akte is aangemaakt, of naar het tijdstip.

Weigering inschrijving
Als een wettelijk vereiste niet is vervuld, dan kan de bewaarder de inschrijving weigeren. Hij moet
wel de aanbieding boeken in het register van voorlopige aantekeningen met vermelding van de

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 mei 2020
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.37
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dina90 Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
963
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
443
Documenten
63
Laatst verkocht
1 maand geleden

4.1

67 beoordelingen

5
26
4
29
3
7
2
1
1
4

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen