- Tentamen: 18 open vragen (Nederlands)
- Alle werkgroep opdrachten moeten af, de kwaliteit van zelf-hulp materiaal beoordelen,
reflectie.
College 1:
Leerdoelen van het vak:
- De paradigma’s van lage intensiteit behandelingen kennen.
- De theoretisch achtergrond, karakteristieken en empirische bewijzen voor verschillende
specifieke therapeutische technieken kennen.
- Vaardigheden hebben om deze technieken in het echt toe te passen.
- De sterke en beperkingen kennen van verschillende media waarmee lage intensiteit
behandelingen beschikbaar gemaakt kunnen worden.
- In staat zijn om kritisch de kwaliteit van lage intensiteit behandelingen te beoordelen.
*
Wat zijn lage intensiteit behandelingen?
Vergeleken met traditionele psychologische behandelingen, hebben ze:
- Lagere dosis van de interventie.
- Minder contact met een behandelaar.
- Meer zelfsturing van de cliënt→ heeft de leiding meer.
- Wijze van de levering: Boeken, online, telefoon.
- Flexibiliteit: tijd en tempo.
De content van de interventie is niet per se anders, maar meer de tijd en het tempo.
Voor een therapeut vereist dit een andere manier van werken dan normale face-to-face
behandelingen.
Geschiedenis:
UK: Er zijn politieke en economische argumenten voor lage intensiviteit behandelingen en de
behoefte naar efficiënt gebruik van middelen om de last van veelvoorkomende mentale
stoornissen te verlichten.
Efficiëntie: Lagere dosis van de behandeling, minder en kortere sessies, groepen.
Vehicles: Gebruik van zelf-hulp materiaal voor meer efficiëntie.
Vroege toegang tot diensten: In de community, zelf-verwijzing, preventie.
Lage intensiviteit behandeling versus hoge intensiviteit behandeling komt voort uit een getrapte
(stap voor stap) zorgbenadering.
,Stepped care approach/getrapte zorgbenadering→
Start met minder intense behandeling en stapt omhoog
naar meer intens als dat nodig is. Na elke stap
evalueren!
Waarom lage intensiviteit behandelingen?
- “Behandeling gap”: niet veel mensen
zoeken/ontvangen hulp voor symptomen.
- Er zijn mensen die geen hulp willen zoeken en de
mensen die hulp willen maar die moeten
wachten→ wachtlijst.
- LIT kan dit gat misschien kleiner maken.
- Toegankelijk: Zelf-hulp materiaal, 24/7 beschikbaarheid, minder stigma.
- Betaalbaar: Efficiënt gebruik van bronnen, verminderde kosten.
Het meest nodig bij veel voorkomende stoornissen zoals angst en depressie (ook bij verslaving):
- Preventie.
- Milde symptomen.
Maar LIT hebben een veel breder nut.
In de UK: IAPT:
IAPT= Improving Access to Psychological Therapies: Service in de UK om LIT voor veel
voorkomende mentale stoornissen in ongeveer 5 (face-to-face) sessies te leveren.
→ Nieuwe professie: Psychologische Welzijn Practitioners (PWP), dit kan ook met minder
educatie.
Cognitieve gedragstherapie:
- Heel passend voor lage intensiteit behandelingen:
o Protocollen.
o Kort en op het doel af.
o Praktisch (met opdrachten, in hier en nu)
- Dit is niet de enige geschikte behandeling voor LIT
Manieren van leveren:
LIT maakt vaak gebruik van zelfhulp materiaal. Er is een grote hoeveelheid van zelfhulp
interventies beschikbaar en de meesten zijn niet evidence-based! Het is belangrijk om de kwaliteit
te evalueren!
- Boeken - Apps
- Groepen - Games
- Internet interventies - VR.
Materiaal: Ontwikkelen van zelfhulp materiaal is een specifieke vaardigheid.
- Leesbaar - Aantrekkelijk
- Ondubbelzinnig - Gebruiksvriendelijk
- Innemend
Zijn lage intensiteit behandelingen effectief? Ja, ze zijn effectief. Vooral wanneer een
therapeut betrokken is. De effecten lijken gelijk aan face-to-face behandelingen wanneer ze
begeleid worden door coach/therapeut.
, - Er is geen overtuigend bewijs dat het volgende leidt naar hogere effectiviteit;
o Aantal sessies (meestal 5-10)
o Meer complexe therapie.
o Manier van levering.
o Therapie kwalificatie.
- Patiënt voorkeuren en verwachtingen moeten leidend zijn.
Conclusie artikel:
- Minimaal verschil tussen face-to-face en begeleide zelfhulp interventies→ d=0.02 in
het voordeel van zelfhulp.
- Na de 12 maanden follow-up was er geen verschil.
- Er was geen verschil in drop-out.
Dus: Begeleide zelfhulp en face-to-face behandelingen zijn even effectief en implementatie
is de volgende stap.
Motiverend interviewen: Directief, cliënt gericht, begeleidingsstijl voor het uitlokken van
gedragsverandering door cliënten te helpen om ambivalentie te verkennen en oplossen.
- De cliënt wordt aangemoedigd om verantwoordelijkheid te nemen voor de
beslissingen die gemaakt worden→ Ze moeten willen veranderen (intrinsieke
motivatie).
Ontwikkeling van MI:
- Komt vanuit het veld van verslaving om cliënten te motiveren om hun gedrag te
veranderen.
- Doel is om aanhankelijkheid (aan de gedragsverandering en behandeling) en klinische
uitkomsten te laten toenemen.
- Is recentelijk naar andere velden verplaatst zoals levensstijl, psychologische
problemen zoals angst, depressie en eetstoornissen.
MI in de praktijk:
1. Losstaande behandeling.
2. Aan het begin van de behandeling.
3. Geïntegreerd in de intake of behandeling
a. Meer focus op MI wanneer ambivalentie of weerstand aanwezig is.
b. Vereist flexibiliteit van de interventies.
Redenering:
- Educatie is vaak niet voldoende om gedragsverandering teweeg te brengen.
- Van goede intenties naar gedragsverandering is een grote stap.
- Ambivalentie ten opzichte van ‘nieuw’ gedrag belemmert de implementatie van de
intenties. Bijvoorbeeld: willen veranderen en niet willen veranderen, terwijl de
redenen hiervoor niet bij elkaar passen.
- Deze ambivalentie wordt ervaren als oncomfortabel en leidt tot negatieve effecten
zoals angst, vermijding en uitstellen.
- MI helpt om deze ambivalentie op te lossen door te focussen op iemands eigen
intrinsieke motivatie voor verandering.
, Motiverend interviewen:
De houding van de therapeut is het creëren van een open, ontvankelijke en bevestigende
omgeving.
- Samenwerking: Gekarakteriseerd door aanmoediging.
- Autonomie: Verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt.
- Compassie: Prioriteit leggen bij het belang van de cliënt zijn/haar ideeën van de
verandering.
- Evocatie: De ideeën van de cliënt over verandering uittekenen; gebaseerd op
percepties, waarden en doelen die al bestaan.
Communicatievaardigheden: OARS:
Open vragen: Om de cliënt aan te moedigen om na te denken over wat er gebeurt.
Affirmatie: Positieve versterking om vertrouwen op te bouwen.
Reflectief luisteren: Begrijpen wat de cliënt voelt en hierop reflecteren om begrip en
empathie te tonen.
Samenvatten: Extinctieve reflectie dat strategisch gebruikt kan worden om richting te geven.
Proces van motiverende gespreksvoering:
Engagement: Werken aan therapeutisch verbond, waar
vertrouwen en respect de sleutel zijn:
Welkom → Op gemak voelen→ begrepen→ hoopvol→
Het idee dat je een gezamenlijk doel hebt.
NIET: Overhoren, oplossingen geven, autoriteit tonen.
Focus: Een richting zoeken; wat zijn de zorgen, doelen,
prioriteiten en problemen waarmee een persoon hulp
wil. De cliënt is autonoom in het bepalen van de focus.
(Onderzoek, screening, informatie delen).
Evocatie: Praten over verandering om te ontdekken wat het belang van gedragsverandering
is en het vertrouwen in de uitkomst, en om de intentie om te veranderen te versterken.
‘Change talk’: