nieuw perspectief
Taal als startpunt of struikelblok?
Je kunt op elk moment van de dag werken aan taalvaardigheid, ongeacht je
klassenorganisatie, lesinhoud en onderwijsvisie. Taalontwikkelende interactie is
de volgens TOS de beste aanpak.
Hoofdstuk 2 Weet wat je moet weten
Het wonder van de taalontwikkeling
Wanneer jonge kinderen naar school gaan, hebben ze al een verbazingwekkend
grote taalschat; ze kunnen over van alles meepraten en ze begrijpen een
heleboel – vaak meer dan we denken. Op de leeftijd van drieënhalfjaar beheersen
de meeste kinderen het klanksysteem, hebben zij een relatief grote
woordenschat en kunnen zij de meeste basisregels van woord- en zinsvorming al
hanteren.
Taal thuis als startblok
De vroege taalverwerving voltrekt zich in ‘gewone’ taalgebruikssituaties op basis
van talige interacties met huisgenoten. Kinderen werven taal dus al doende, bij
allerlei activiteiten in vele verschillende contexten in communicatie met anderen.
Verklaring van het taalverwervingsproces: de drie theorieën
Elke theorie werpt een nieuw licht op de op de taalontwikkeling. We bespreken de
drie theorieën aan de hand van voorbeelden van jonge kinderen, maar zij kunnen
toegepast worden op elke leeftijd.
De imitatietheorie
De meest simpele verklaring is dat kinderen taal verwerven door imitatie.
Kinderen imiteren de klanken, woorden en zinnen die ze om zich heen horen.
Deze gaat maar gedeeltelijk op, een kind kan zich niet zoiets ingewikkelds
aanleren door alleen imitatie zich eigen te maken. Denk aan vreemde uitingen
(lipharen = snor), dat valt dan niet te verklaren.
De creatieve constructietheorie
Volgens deze theorie creëren kinderen zelf de regels van het taalsysteem; ze
bouwen hun kennis stap voor stap op, maken hypotheses en stellen deze bij met
verdere uitvindingen. Taal leren is dus niet alleen passief luisteren naar het
taalaanbod maar ook , maar ook een actief proces. Ook in deze theorie mist een
puzzelstukje; hoe kan de leerkracht meer betekenen in het
taalverwervingsproces?
De interactietheorie
, De interactie gaat over wat wij als volwassenen moeten doen om het
taalverwervingsproces te stimuleren. De kern hiervan is; we moeten onze
taalafstemmen op het taalniveau van de kinderen. Ouders doen dit intuïtief. Ze
versimpelen hun taal en zorgen er voor dat zij ook nieuwe taal aanbieden.
Beheydt over taalruimte
Beheydt onderstreept het belang van het bieden van taalruimte met drie punten:
1) Kinderen leren pas door zelf de taal goed te gebruiken de taal goed te
spreken
2) Kinderen merken dat ze bepaalde dingen nog niet goed kunnen uitdrukken
Dit leidt tot ‘noticing’, het letten op bepaalde nieuwe taalelementen.
3) Door actief taalgebruik zullen kinderen hypotheses uittesten en
geconfronteerd worden met nieuwe feedback.
Factoren voor succesvolle taalverwerving
Het boek onderscheidt drie factoren voor succesvolle taalverwerving:
1) Goed afgestemd taalaanbod
Ouders weten in gesprekjes met kinderen als het ware de juiste toon te treffen en
hun taal te vereenvoudigen tot nèt boven het niveau van het kind (zone van
anaste ontwikkeling)
2) Productiegelegenheid
Kinderen moeten de ruimte krijgen zelf initiatieven te nemen, met taal te
experimenten en hun ideeën over taal te oefenen.
3) Feedback
Op basis van aanwijzingen over de juistheid van hun hypotheses kunnen ze deze
bijstellen en handhaven.
Schema van de factoren voor succesvolle taalverwerving (p.34)
Hoofdstuk 3 Weet wat je moet doen
Er zijn 3 grote verschillen tussen school en thuis (binnen het onderwerp
taalontwikkeling).
Verschil 1: Schooltaal en thuistaal
Het taalgebruik op school is andere dan het alledaagse taalgebruik thuis. Er
wordt gepraat over andere onderwerpen, met een andere bedoeling en in een
andere context. De moeilijkheidsgraad op school heeft te maken met de hoge
cognitieve belasting en het ontbreken van contextuele steun.
Verschil 2: Veel kinderen in de klas
Omdat de beperkte spreektijd moet worden verdeeld, is het taalverkeer in de klas
drukker en ingewikkelder dan in een tweegesprek of in gesprekjes. Het aantal
beurten dat een leerling krijgt toebedeeld is beperkt en leerlingen die raag iets