Psychiatrie een inleiding 10e editie - Leer door
begrippen!
De tentamenvragen/oefenvragen, 50 vragen, uiteraard inclusief de
antwoorden!
Zie ook het document, de samenvatting door: Studiebegrip,
Snelle Samenvatting, Psychiatrie een inleiding 10e editie - Leer door
begrippen.
Vraag 1:
Wat is psychopathologie?
A) De studie van medische behandelingen voor lichamelijke ziekten.
B) De studie van afwijkende emoties, gedachten en gedrag, inclusief
oorzaken en behandelmogelijkheden.
C) Een methode om gedrag strikt te observeren zonder verklarende
theorie.
D) De studie van normale, alledaagse gedragingen.
Vraag 2:
Wat is psychiatrie?
A) Een tak van de psychologie die zich richt op cognitieve processen.
B) Een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose, behandeling en
preventie van psychische stoornissen.
C) De studie van menselijke gedragingen zonder medische interventie.
,D) Een vorm van alternatieve geneeskunde.
Vraag 3:
Wat is klinische psychologie?
A) De studie van normale ontwikkeling gedurende het leven.
B) De tak van psychologie die zich richt op de beschrijving, oorzaken en
behandeling van psychische stoornissen.
C) Een subdiscipline van de psychiatrie.
D) Het toepassen van psychologie in bedrijfsomgevingen.
Vraag 4:
Wat is een psychische stoornis?
A) Een tijdelijk gevoel van somberheid.
B) Een patroon van afwijkende emoties, gedachten of gedragingen dat
leidt tot disfunctioneren en lijden.
C) Een louter biologische afwijking zonder psychische component.
D) Een persoonlijkheidskenmerk dat iedereen bezit.
Vraag 5:
Wat is het verschil tussen een psycholoog en een (gz-)psycholoog?
A) Er is geen verschil; beide titels betekenen hetzelfde.
B) Een (gz-)psycholoog heeft een aanvullende opleiding en is bevoegd tot
diagnostiek en behandeling volgens het BIG-register.
C) Een psycholoog mag medicatie voorschrijven, een (gz-)psycholoog niet.
D) Een (gz-)psycholoog richt zich alleen op onderzoek en geen
behandeling.
Vraag 6:
Wat is het belangrijkste verschil tussen een psychotherapeut en een
psychiater?
A) Psychotherapeuten mogen medicatie voorschrijven, psychiaters niet.
B) Psychotherapeuten voeren uitsluitend gesprekstherapie uit; psychiaters
zijn artsen die ook medicatie kunnen voorschrijven.
C) Er is geen verschil; beide behandelen psychische stoornissen op
dezelfde manier.
D) Psychotherapeuten richten zich op kinderen, psychiaters op
volwassenen.
Vraag 7:
Wat wordt bedoeld met een symptoom?
A) Een definitieve diagnose.
B) Een kenmerk of signaal dat op een bepaalde psychische stoornis wijst.
C) Een behandelwijze voor psychische stoornissen.
D) Een vorm van cognitieve therapie.
, Vraag 8:
Welke van de volgende uitspraken vat Freud’s visie op de menselijke
psyche het beste samen?
A) De psyche bestaat uit een enkel, samenhangend geheel.
B) De psyche bestaat uit drie onderdelen: het id, het ego en het superego.
C) De psyche bestaat alleen uit het onbewuste.
D) De psyche is volledig rationeel en bewust.
Vraag 9:
Wat vertegenwoordigt het id volgens Freud?
A) Het deel dat verantwoordelijk is voor redeneren en beslissingen.
B) Het deel dat gericht is op onmiddellijke bevrediging van instinctieve
driften (lustprincipe).
C) Het deel dat morele waarden en normen bevat.
D) Het deel dat alleen bewust is.
Vraag 10:
Wat is klassieke conditionering?
A) Het versterken van gedrag door beloningen of straffen.
B) Het associëren van een neutrale stimulus met een ongeconditioneerde
stimulus, zodat deze een geconditioneerde respons oproept.
C) Het veranderen van irrationele gedachten door middel van therapie.
D) Een methode om gedragingen via observatie aan te leren.
Vraag 11:
Wat is operante conditionering?
A) Leren door het observeren van anderen.
B) Leren door de gevolgen van gedrag (bekrachtiging of straf).
C) Leren door herhaalde blootstelling aan dezelfde stimulus.
D) Leren door introspectie en zelfreflectie.
Vraag 12:
Welke term hoort bij de versterking in operante conditionering?
A) Afweermechanisme
B) Bekrachtiger
C) Neurotransmitter
D) Dendriet