Recht is:
- Geheel van alle overheidsregels.
- Dat op een bepaald moment;
- In de samenleving.
Doel van het recht:
- Ordenen van de samenleving.
- Zorgen voor rechtvaardige oplossingen bij conflicten.
Het begrip ‘recht’ heeft twee betekenissen:
1. Recht als geheel van regels Geheel van regels dat geldt op dat moment samenleving.
2. Recht als aanspraak Het recht hebben op pauze
Hoe herken je rechtsregels:
- Worden gemaakt door de overheid;
- Voor iedereen geldend;
- Als ze niet worden nageleefd reageert de rechter.
Niet alle regels zijn rechtsregels
- Normatieve functie: Er zijn rechtsregels die een uitdrukking zijn van de waarden van
iedereen in de samenleving belangrijk vindt. Dit zijn gedragsregels die de samenleving zo
belangrijk vindt dat iedereen zich aan deze regels moet houden. Denk aan verbod op diefstal,
mishandeling en moord.
- Instrumentele functie: Er is ook recht dat niets te maken heeft met de normen en waarden
van een samenleving, maar waarvan de overheid heeft besloten dat deze rechtsregels er
moeten zijn. Met deze regels bepaalt de overheid op welke manier iets wordt gedaan. Denk
aan de regel dat je rijdt aan de achterkant van de weg. De overheid gebruikt het recht als
instrument om het gedrag van burgers te beïnvloeden of om de maatschappij op een
bepaalde (gewenste) manier te organiseren
- Aanvullende functie: De normatieve en instrumentele regels hebben een verplicht karakter,
je moet je aan deze regels houden. Er zijn ook onderwerpen in het recht waar personen zelf
afspraken mogen maken. Denk aan een koopovereenkomst, waarbij de koper en verkoper
samen bepalen wat er verkocht wordt en wat de prijs is. Maar als partijen vergeten zijn ergens
afspraken over te maken, dan zijn er regels die hun afspraken aanvullen.