Wat is het verschil tussen derivatieve en originaire verkrijging?
Originair: van originaire of oorspronkelijke eigendomsverkrijging is sprake wanneer de
verkrijger een recht verkrijgt dat hij niet aan een ander ontleent maar dat bij hem ontstaat.
Hier is sprake van een situatie waarbij niemand tevoren het eigendom heeft of dat een zaak
zelfs tevoren nog niets eens bestond. Als originaire eigendomsverkrijging geldt
zaaksvorming, natrekking en vermenging.
Derivatief: van derivatieve of afgeleide eigendomsverkrijging is sprake steeds wanneer de
verkrijger zijn recht aan zijn rechtsvoorganger ontleent. Hier wordt het eigendomsrecht van
de oude op de nieuwe eigenaar overgedragen. Hij verkrijgt daardoor dezelfde juridische
positie als zijn rechtsvoorganger. Als derivatief gelden eigendomsverkrijging door overdracht
of erfopvolging.
Welke verschillende wijzen van eigendomsverlies respectievelijk
eigendomsverkrijging zijn in Titel 2 van Boek 5 ten aanzien van roerende zaken
opgenomen?
Inbezitneming/occupatio (art. 5:4 BW)
Vinderschap (art. 5:5 jo. 5:6 BW)
Schatvinding (art. 5:13 BW)
Natrekking (art. 5:3 jo. 3:4 jo. 5:14 BW)
Vermenging (art. 5:15 BW)
Zaaksvorming (art. 5:16 BW)
Vruchttrekking (art. 5:17 BW)
Wat is de verhouding tussen derelictie en occupatie?
Derelictie: het kennelijk prijsgeven van het bezit
Occupatie: inbezitneming. Dit is het geval als je jezelf de feitelijke macht over een goed
verschaft. Deze feitelijke machtsverschaffing moet wel van dien aard zijn dat de handelingen
naar verkeersopvatting kunnen worden gekwalificeerd als inbezitneming (het louter
ongevraagd lenen van de fiets van je buurman en het vervolgens terug zetten is
onvoldoende voor inbezitneming).
Wanneer is een object een zaak en wanneer een bestanddeel?
Bestanddeel: art. 3:4 BW
Zaak: art. 3:2 BW
Wat zijn de verschillen tussen natrekking, vermenging en zaaksvorming?
Natrekking (art. 5:3 jo. 3:4 jo. 5:14 BW)
Natrekking tussen roerende zaken:
- 3:4 definitie bestanddeel
- 5:14 toewijzing eigendom
Originair: van originaire of oorspronkelijke eigendomsverkrijging is sprake wanneer de
verkrijger een recht verkrijgt dat hij niet aan een ander ontleent maar dat bij hem ontstaat.
Hier is sprake van een situatie waarbij niemand tevoren het eigendom heeft of dat een zaak
zelfs tevoren nog niets eens bestond. Als originaire eigendomsverkrijging geldt
zaaksvorming, natrekking en vermenging.
Derivatief: van derivatieve of afgeleide eigendomsverkrijging is sprake steeds wanneer de
verkrijger zijn recht aan zijn rechtsvoorganger ontleent. Hier wordt het eigendomsrecht van
de oude op de nieuwe eigenaar overgedragen. Hij verkrijgt daardoor dezelfde juridische
positie als zijn rechtsvoorganger. Als derivatief gelden eigendomsverkrijging door overdracht
of erfopvolging.
Welke verschillende wijzen van eigendomsverlies respectievelijk
eigendomsverkrijging zijn in Titel 2 van Boek 5 ten aanzien van roerende zaken
opgenomen?
Inbezitneming/occupatio (art. 5:4 BW)
Vinderschap (art. 5:5 jo. 5:6 BW)
Schatvinding (art. 5:13 BW)
Natrekking (art. 5:3 jo. 3:4 jo. 5:14 BW)
Vermenging (art. 5:15 BW)
Zaaksvorming (art. 5:16 BW)
Vruchttrekking (art. 5:17 BW)
Wat is de verhouding tussen derelictie en occupatie?
Derelictie: het kennelijk prijsgeven van het bezit
Occupatie: inbezitneming. Dit is het geval als je jezelf de feitelijke macht over een goed
verschaft. Deze feitelijke machtsverschaffing moet wel van dien aard zijn dat de handelingen
naar verkeersopvatting kunnen worden gekwalificeerd als inbezitneming (het louter
ongevraagd lenen van de fiets van je buurman en het vervolgens terug zetten is
onvoldoende voor inbezitneming).
Wanneer is een object een zaak en wanneer een bestanddeel?
Bestanddeel: art. 3:4 BW
Zaak: art. 3:2 BW
Wat zijn de verschillen tussen natrekking, vermenging en zaaksvorming?
Natrekking (art. 5:3 jo. 3:4 jo. 5:14 BW)
Natrekking tussen roerende zaken:
- 3:4 definitie bestanddeel
- 5:14 toewijzing eigendom