1. Wat is de relatie tussen de begrippen rechtshandeling, overeenkomst,
aanbod en aanvaarding?
Rechtshandeling: een op een rechtsgevolg gerichte wil
Overeenkomst: komt tot stand na aanbod en aanvaarding door beide partijen
Een overeenkomst sluiten is een rechtshandeling omdat partijen een bepaald gevolg tot
stand willen brengen, dit doen ze dan door middel van aanbod en aanvaarding.
2. Op welk moment komt een overeenkomst tot stand?
Wanneer iemand het aanbod heeft aanvaard
3. Welke ‘vormen’ van aanbod kunnen worden onderscheiden? Waarom is dit
onderscheid van belang?
Het verschil tussen de verschillende aanbiedingen zit hem in de mogelijkheid het aanbod te
herroepen of wijzigen. De verschillende soorten zijn:
1. Herroepelijk
2. Vrijblijvend
3. Onherroepelijk
4. Wanneer is er sprake van een wilsontbreken? Is dit wettelijk geregeld?
Wanneer er sprake is van een wilsontbreken komt er geen rechtshandeling tot stand.
Iemand heeft een bepaalde handeling verricht zonder dat hij wilde dat het specifieke gevolg
zou plaatsvinden.
5. Wanneer is er sprake van een geestelijke stoornis in de zin van art. 3:34 BW?
GEEN mensen die onder curatele (art. 1:278 BW) zijn gesteld, GEEN minderjarigen (art. 3:32
BW), WEL onder hypnose, dronkenschap, hevige opwinding, elke omstandigheid waarin een
wil niet zuiver gevormd kan worden.
6. Welke bepaling(en) kan/kunnen aan een geslaagd beroep op art. 3:34 BW
worden tegengeworpen?
Art. 3:35 BW
7. Welke wilsgebreken kent de wet? Welke voorwaarden gelden voor het
succesvol inroepen van deze wilsgebreken?
Bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden – art. 3:44 BW Dwaling – art. 6:228 BW
1. Bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
= Enig nadeel
= Bedreiging dient onrechtmatig te zijn
aanbod en aanvaarding?
Rechtshandeling: een op een rechtsgevolg gerichte wil
Overeenkomst: komt tot stand na aanbod en aanvaarding door beide partijen
Een overeenkomst sluiten is een rechtshandeling omdat partijen een bepaald gevolg tot
stand willen brengen, dit doen ze dan door middel van aanbod en aanvaarding.
2. Op welk moment komt een overeenkomst tot stand?
Wanneer iemand het aanbod heeft aanvaard
3. Welke ‘vormen’ van aanbod kunnen worden onderscheiden? Waarom is dit
onderscheid van belang?
Het verschil tussen de verschillende aanbiedingen zit hem in de mogelijkheid het aanbod te
herroepen of wijzigen. De verschillende soorten zijn:
1. Herroepelijk
2. Vrijblijvend
3. Onherroepelijk
4. Wanneer is er sprake van een wilsontbreken? Is dit wettelijk geregeld?
Wanneer er sprake is van een wilsontbreken komt er geen rechtshandeling tot stand.
Iemand heeft een bepaalde handeling verricht zonder dat hij wilde dat het specifieke gevolg
zou plaatsvinden.
5. Wanneer is er sprake van een geestelijke stoornis in de zin van art. 3:34 BW?
GEEN mensen die onder curatele (art. 1:278 BW) zijn gesteld, GEEN minderjarigen (art. 3:32
BW), WEL onder hypnose, dronkenschap, hevige opwinding, elke omstandigheid waarin een
wil niet zuiver gevormd kan worden.
6. Welke bepaling(en) kan/kunnen aan een geslaagd beroep op art. 3:34 BW
worden tegengeworpen?
Art. 3:35 BW
7. Welke wilsgebreken kent de wet? Welke voorwaarden gelden voor het
succesvol inroepen van deze wilsgebreken?
Bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden – art. 3:44 BW Dwaling – art. 6:228 BW
1. Bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
= Enig nadeel
= Bedreiging dient onrechtmatig te zijn