Populatie: Alle objecten of personen waar het onderzoek op van toepassing is.
Steekproef: Een gedeelte van de populatie.
Om gegevens op een juiste wijze goed te kunnen analyseren moet je kijken naar de antwoordschalen
Schaal: Een logische weergave van de antwoordmogelijkheden
Meetniveau: Het type schaal
Vier meetniveaus:
- Nominaal
- Ordinaal
- Interval
- Ratio
Nominaal:
Verschillende antwoorden zonder volgorde, zoals supermarkt die je bezoekt.
Ordinaal:
Nominaal + volgorde, vb. mening over exportbeleid onderneming,
Zeer goed, Goed, Noch goed, Noch slecht, Slecht, Zeer slecht.
Interval:
Ordinaal + verschillen tussen antwoorden hebben eenduidige betekenis.
Geen natuurlijk nulpunt
Vb. Graden Celsius, graden Fahrenheit, IQ.
Ratio:
Interval + verhouding tussen twee getallen heeft eenduidige betekenis.
Natuurlijk nulpunt
Vb. Uitgave bioscoopbezoek, investeringen, winst, bruto salaris.
Frequentieverdeling nominaal en ordinaal meetniveau
Geslacht Aantal Percentage
Man 10 50%
Vrouw 10 50%
Totaal 20 100%
Frequentieverdeling interval en ratio meetniveau
Klasse (in dollars) Aantal Percentage
0 tot 50 6 30%
50 tot 100 9 45%
100 tot 200 5 25%
Totaal 20 100%
Grafieken: Behalve frequentieverdelingen kun je in de case ook grafieken maken. Er zijn heel veel
grafieken die je met de pc heel snel kunt maken. We behandelen de meest voorkomende grafieken.
Staafdiagram: Bij een nominaal meetniveau kunnen we een staafdiagram maken.
Cirkeldiagram: Bij een nominaal meetniveau kunnen we een cirkeldiagram maken.
Histogram: Bij een interval- of ratiomeetniveau maken we een histogram.
Uitgave games Klassen breedte Eenheid Aantal Frequentie
per kwartaal dichtheid
0 tot 50 50 1 6 6
50 tot 100 50 1 9 9
100 tot 200 100 2 5 2,5
, Histogram
Frequentiepolygoon
Relatief cumulatief frequentiepolygoon
Besteding games per Aantal Percentage Gecumuleerde
kwartaal percentages
0 tot 50 6 30% 30%
50 tot 100 9 45% 75%
100 tot 200 5 25% 100%