Art. 3:17 lid 1 sub f – 3:44 lid 1 en 4 – 3:53 lid 1 – 3:84 – 3:89 lid 1 – 3:88 – 3:10 – 3:11 – 3:23
– 3:24 – 3:88 – 3:36 – 3:105 – 3:106 – 3:87 – 3:113 – 3:117 – 3:118 lid 1
Taak 19
a. Misbruik van omstandigheden: art. 3:44 lid 4 jo. lid 1 BW vernietiging
overeenkomst A-B. art. 3:53 lid 1 BW vernietiging van een rechtshandeling (i.c. de
overeenkomst) heeft terugwerkende kracht tot het moment waarop de
rechtshandeling werd verricht. Wat betekent dit nu? overdracht (3:84 BW):
geldige titel, beschikkingsbevoegdheid (A) en levering (notariële akte: art. 3:89 lid 1
BW). In casu: de titel, overeenkomst A-B, is nooit geldig geweest. B is dus nooit
eigenaar geworden. Overdracht B-C ook ongeldig B was ten tijde van levering aan
C beschikkingsonbevoegd (B was geen eigenaar).
b. Art. 3:88 BW: bescherming derde-verkrijger van een registergoed tegen
beschikkingsonbevoegdheid. Onbevoegdheid vervreemder: B is beschikkingsbevoegd
(zie taak 19A). Registergoed: huis (art. 3:10 BW). C is te goeder trouw (art. 3:11 BW
jo. 3:23 BW): dit wilsgebrek van A is niet te achterhalen via de openbare registers. De
beschikkingsonbevoegdheid van B is het gevolg van de ongeldigheid van de
overdracht A-B. Deze ongeldigheid is niet het gevolg van beschikkingsonbevoegdheid
van A, maar ongeldige titel. Let op: overdracht B-C voldoet aan de andere eisen:
overdraagbaarheid, titel en levering. Conclusie: C is en blijft eigenaar van het huis.
c. Ja dat kan. Dagvaarding en vonnis zijn inschrijfbare feiten art. 3:17 lid 1 sub f BW
en 3:17 lid 1 sub e BW. Art. 3:23 BW: je kunt je niet beroepen op onbekendheid met
feiten die in de openbare registers gepubliceerd zijn. Art. 3:24 BW: geeft
bescherming aan derde te goeder trouw tegen feiten die niet gepubliceerd zijn.
Conclusie: inschrijving dagvaarding en vonnis sluit goede trouw C uit. Door
inschrijving hiervan is A zeker dat volgende overdracht van B ongeldig zal zijn.
geen derdebescherming voor C o.g.v. art. 3:88 BW.
Taak 20
Brix heeft de vordering niet op basis van 3:88 BW verkregen. 3:88 BW is alleen van
toepassing als er sprake is van beschikkingsonbevoegdheid. Albicon was
beschikkingsbevoegd. Albicon was rechthebbende en niet beschikkingsonbevoegdheid (op
het moment van overdracht was er geen sprake van beslag, faillissement etc.). Wel mogelijk
op basis van 3:36 BW. Bescherming op grond van opgewekt vertrouwen bij een derde. Als
door je eigen gedrag of verklaringen de schijn is gewekt dat een situatie zo is, dan kun je niet
aan een (redelijk opererende) derde de onjuistheid hiervan tegenwerpen.
Een cessieverbod leidt niet tot beschikkingsonbevoegdheid
Taak 21
F is eigenaar geworden na verloop van tijd. Zelfs als het beeldje gestolen was.
Als beeldje niet gestolen was: op basis van 3:84 jo. 3:90 BW
Als beeldje wel gestolen was: op basis van 3:105 jo. 3:306 BW na 20 jaar
– 3:24 – 3:88 – 3:36 – 3:105 – 3:106 – 3:87 – 3:113 – 3:117 – 3:118 lid 1
Taak 19
a. Misbruik van omstandigheden: art. 3:44 lid 4 jo. lid 1 BW vernietiging
overeenkomst A-B. art. 3:53 lid 1 BW vernietiging van een rechtshandeling (i.c. de
overeenkomst) heeft terugwerkende kracht tot het moment waarop de
rechtshandeling werd verricht. Wat betekent dit nu? overdracht (3:84 BW):
geldige titel, beschikkingsbevoegdheid (A) en levering (notariële akte: art. 3:89 lid 1
BW). In casu: de titel, overeenkomst A-B, is nooit geldig geweest. B is dus nooit
eigenaar geworden. Overdracht B-C ook ongeldig B was ten tijde van levering aan
C beschikkingsonbevoegd (B was geen eigenaar).
b. Art. 3:88 BW: bescherming derde-verkrijger van een registergoed tegen
beschikkingsonbevoegdheid. Onbevoegdheid vervreemder: B is beschikkingsbevoegd
(zie taak 19A). Registergoed: huis (art. 3:10 BW). C is te goeder trouw (art. 3:11 BW
jo. 3:23 BW): dit wilsgebrek van A is niet te achterhalen via de openbare registers. De
beschikkingsonbevoegdheid van B is het gevolg van de ongeldigheid van de
overdracht A-B. Deze ongeldigheid is niet het gevolg van beschikkingsonbevoegdheid
van A, maar ongeldige titel. Let op: overdracht B-C voldoet aan de andere eisen:
overdraagbaarheid, titel en levering. Conclusie: C is en blijft eigenaar van het huis.
c. Ja dat kan. Dagvaarding en vonnis zijn inschrijfbare feiten art. 3:17 lid 1 sub f BW
en 3:17 lid 1 sub e BW. Art. 3:23 BW: je kunt je niet beroepen op onbekendheid met
feiten die in de openbare registers gepubliceerd zijn. Art. 3:24 BW: geeft
bescherming aan derde te goeder trouw tegen feiten die niet gepubliceerd zijn.
Conclusie: inschrijving dagvaarding en vonnis sluit goede trouw C uit. Door
inschrijving hiervan is A zeker dat volgende overdracht van B ongeldig zal zijn.
geen derdebescherming voor C o.g.v. art. 3:88 BW.
Taak 20
Brix heeft de vordering niet op basis van 3:88 BW verkregen. 3:88 BW is alleen van
toepassing als er sprake is van beschikkingsonbevoegdheid. Albicon was
beschikkingsbevoegd. Albicon was rechthebbende en niet beschikkingsonbevoegdheid (op
het moment van overdracht was er geen sprake van beslag, faillissement etc.). Wel mogelijk
op basis van 3:36 BW. Bescherming op grond van opgewekt vertrouwen bij een derde. Als
door je eigen gedrag of verklaringen de schijn is gewekt dat een situatie zo is, dan kun je niet
aan een (redelijk opererende) derde de onjuistheid hiervan tegenwerpen.
Een cessieverbod leidt niet tot beschikkingsonbevoegdheid
Taak 21
F is eigenaar geworden na verloop van tijd. Zelfs als het beeldje gestolen was.
Als beeldje niet gestolen was: op basis van 3:84 jo. 3:90 BW
Als beeldje wel gestolen was: op basis van 3:105 jo. 3:306 BW na 20 jaar