Iemand krijgt pas een absoluut recht na levering van een goed.
Art. 1:9 BW
Vermogensrecht is een recht op geld waardeerbare plichten
Als lener of huurder heb je alleen een gebruiksrecht op basis van het huurcontract, dit is een relatief
recht.
‘Afspraak’ overeenkomst
Men kan vaker dan één keer een goed verkopen, hij zal wel aan de eerste koper moeten leveren. De
tweede verkoper kan geld eisen vanwege wanprestatie.
Men kan geldig een zaak van een ander verkopen zolang hij handelingsbekwaam is, hij hoeft niet
beschikkingsbevoegd te zijn.
Hypotheekrechten zijn absolute rechten, wanneer iemand failliet gaat moet eerst de
hypotheekrechten worden terugbetaald voordat andere schulden worden afbetaald
Als je een absoluut recht hebt, is er een zaaksgevolg. Jouw recht volgt de zaak.
Intellectueel eigendom (auteursrecht) is een absoluut recht
Wanneer een echtgenoot een schuld aangaat, kan de schuldeiser verhaal halen op het
privévermogen van de desbetreffende echtgenoot en het gemeenschapsvermogen art. 1:96 BW)
Taak 1
1. B heeft op basis van de belofte relatief recht tegen A; als A belofte nakomt en fiets
levert: eigendomsverkrijging door B (dus absoluut recht)
2. Art. 1:9 BW; puur familierechtelijk (niet op geld waardeerbaar)
3. Persoonlijk recht tegen C
4. E heeft persoonlijk recht: mag gebruik maken van het huis op grond van de
overeenkomst
5. G heeft op grond van de afspraak een persoonlijk recht; pas na vestiging van het
recht een absoluut recht (art. 3:201 BW)
6. 2x overeenkomst = 2x persoonlijk recht tot levering. K kan maar 1x nakomen en kan
slechts 1 van de kopers eigenaar maken
7. 2x absoluut recht: oudste hypotheek heeft voorrang (prioriteit)
8. R heeft hypotheekrecht; droit de suite: werkt ook tegen nieuwe eigenaar S
9. T wordt eigenaar door zaaksvorming (art. 5:16 BW)
10. U heeft auteursrecht: speciaal absoluut recht (maar valt buiten goederenrecht:
intellectueel eigendom)
11. Publiekrechtelijke bevoegdheid (valt niet onder vermogensrecht)
12. Y heeft relatief recht: schadevergoeding uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Taak 2
a. De privévermogens blijven privé, de gemeenschappelijke rekening blijft
gemeenschappelijk. De auto van Bert blijft privé, de woning is gemeenschappelijk en
de schuld is ook gemeenschappelijk. De lp’s zijn privé, de Kia Rio is
Art. 1:9 BW
Vermogensrecht is een recht op geld waardeerbare plichten
Als lener of huurder heb je alleen een gebruiksrecht op basis van het huurcontract, dit is een relatief
recht.
‘Afspraak’ overeenkomst
Men kan vaker dan één keer een goed verkopen, hij zal wel aan de eerste koper moeten leveren. De
tweede verkoper kan geld eisen vanwege wanprestatie.
Men kan geldig een zaak van een ander verkopen zolang hij handelingsbekwaam is, hij hoeft niet
beschikkingsbevoegd te zijn.
Hypotheekrechten zijn absolute rechten, wanneer iemand failliet gaat moet eerst de
hypotheekrechten worden terugbetaald voordat andere schulden worden afbetaald
Als je een absoluut recht hebt, is er een zaaksgevolg. Jouw recht volgt de zaak.
Intellectueel eigendom (auteursrecht) is een absoluut recht
Wanneer een echtgenoot een schuld aangaat, kan de schuldeiser verhaal halen op het
privévermogen van de desbetreffende echtgenoot en het gemeenschapsvermogen art. 1:96 BW)
Taak 1
1. B heeft op basis van de belofte relatief recht tegen A; als A belofte nakomt en fiets
levert: eigendomsverkrijging door B (dus absoluut recht)
2. Art. 1:9 BW; puur familierechtelijk (niet op geld waardeerbaar)
3. Persoonlijk recht tegen C
4. E heeft persoonlijk recht: mag gebruik maken van het huis op grond van de
overeenkomst
5. G heeft op grond van de afspraak een persoonlijk recht; pas na vestiging van het
recht een absoluut recht (art. 3:201 BW)
6. 2x overeenkomst = 2x persoonlijk recht tot levering. K kan maar 1x nakomen en kan
slechts 1 van de kopers eigenaar maken
7. 2x absoluut recht: oudste hypotheek heeft voorrang (prioriteit)
8. R heeft hypotheekrecht; droit de suite: werkt ook tegen nieuwe eigenaar S
9. T wordt eigenaar door zaaksvorming (art. 5:16 BW)
10. U heeft auteursrecht: speciaal absoluut recht (maar valt buiten goederenrecht:
intellectueel eigendom)
11. Publiekrechtelijke bevoegdheid (valt niet onder vermogensrecht)
12. Y heeft relatief recht: schadevergoeding uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Taak 2
a. De privévermogens blijven privé, de gemeenschappelijke rekening blijft
gemeenschappelijk. De auto van Bert blijft privé, de woning is gemeenschappelijk en
de schuld is ook gemeenschappelijk. De lp’s zijn privé, de Kia Rio is