Huisvesting
Redenen opname:
- Dier zelf; speciale medicijnen (infuus), observatie
- Eigenaar; eigenaar kan verzorging niet zelf
- Praktijkvoering; dierenarts kan bij zelf bij het dier kijken wanneer het uitkomt
Isolatie: dieren met infecties verblijven in een apart verblijf. Geen contact met andere dieren, eigen
toegangssluis, protocol, apart benodigdheden/kleding, afvoersluis (voor urine en ontlasting).
- Bijvoorbeeld een hond met het infectievirus Parvo (curatief)
Quarantaine: afscheiden van dieren waarvan je niet zeker weet of ze ziek zijn of nog ziek worden. Het is
een voorzorgsmaatregel. Vaak bij veehouderij bedrijven; dieren worden eerst een aantal weken
geobserveerd/onderzocht of ze een ziekte bij zich dragen.
- Bijvoorbeeld zwerfkat die nieuw binnenkomt in het asiel (preventief).
Huisvestingsruimten
o Glad afgewerkt materiaal (tegels, epoxygietvloeren, dik zeil, roestvrijstaal)
o Materialen die warmte -en geluidsisolerend zijn
o Sanitaire plint: plint waarbij de vloer naadloos en hoekloos overloopt in de plint
o Roestvrijstaal afvoerputje waar het dier niet rechtstreeks bij kan (niet in de hokken zelf)
o Vloerverwarming of luchtverwarming (cv-radiatoren zijn niet hygiënisch)
Opnamehokken
- Verrijdbare hokken
- Ingebouwde hokken
- Niet rechtstreeks op de grond (vocht/kou)
- Kunststof/metaal (makkelijk te reinigen)
- Uitneembare bodems
- Raam in achterwand kan stress opleveren
- Spijlen voorkant (goed observatie mogelijk)
- Draaibaar paneel (hierin voerbak plaatsen zonder hok te openen); niet in hoogte verstelbaar
- Voerbak bevestigen aan spijlen; wel in hoogte verstelbaar
- Kunststof bakken voor katten, kittens, konijnen etc.
- Dieren niet tegenover elkaar (i.v.m. stress)
Inrichting opnamehok
- Isolerend onderdek (deken of kunststof rooster boven de bodem)
- Warmtebron
- Verstelbare voer -en drinkensbak
- Verveling voorkomen (extra schap/luikje/speeltje)
Oorzaken ziekten vanuit de omgeving
o Voedsel en drinkwater
o Klimaat (tocht of te benauwd)
o Temperatuur
o Verwondingen
o Vergiftigen
, Huisvesting
Doel van reiniging en desinfectie; is het verminderen van het aantal pathogenen en daarmee het
bevorderen van het genezingsproces en de welzijn van het dier. Dit is van belang omdat;
• Dieren in de opname hebben een lage weerstand en lopen dus meer gevaar op infectie.
• Veel wisseling van dieren geeft een snelle verspreiding van een ziekte
Besmettingsdruk: aantal pathogenen in omgeving. Kan hoog of laag zijn.
Reinigen: het verwijderen van grof vuil (haren, ontlasting, braaksel etc.)
- Reinigen gebeurd nadat een gezonde patiënt de praktijk verlaat
- Desinfectie en sterilisatie worden verhinderd door verontreiniging. Vuil vormt een beschermlaag
voor de micro-organismen. Ook gaat de desinfectie chemische reacties aan met verontreinigingen
waardoor ze niet meer werkzaam zijn. Daarom altijd eerst reinigen.
Desinfecteren: het doden van bijna alle pathogene micro-organismen op een oppervlak of instrument
- Desinfecteren gebeurd nadat een zieke patiënt de praktijk verlaat (bijvoorbeeld Parvo virus)
- Effectieve desinfectie
1. Tijd; inwerkingstijd is belangrijk (korter dan gebruiksaanwijzing = geen effect)
2. Temperatuur; meestal werkzamer bij een hogere temperatuur (stoomreiniger)
3. Concentratie van het desinfectiemiddel;
o Onderdosering: resistentie micro-organismen
o Overdosering: beschadigend voor materiaal, mens, dier en het milieu.
Ook kost het onnodig geld.
- Natte ondergrond (vanuit het reinigen) verdunt de concentratie dus zorg ervoor dat deze droog is!
4. Aantal en type organisme; niet alle MO is even gevoelig voor desinfectans. Bij speciale
aandoeningen (Parvo) ook desinfectans gebruiken die de bepaalde ziekteverwekker aanpakt.
- Oplopende resistentie → Levende bacteriën, schimmels, virussen, bacteriële sporen, eieren
5. Te reinigen oppervlak; sommige oppervlakken zijn poreuzer of kwetsbaarder en dus moeilijker te
reinigen
6. Methode van aanbrengen; desinfectans kun je dweilen, anderen middelen zijn in sprays verwerkt
- Desinfectans verwerkt in spray zijn slechter voor de gezondheid (middel komt in de luchtwegen)
- Protocol;
A. Middelen
B. Gebruik van middelen (waarvoor)
C. Veiligheidsmaatregelen
D. Nodige apparatuur
E. Werkwijze
Proportioneel: middel moet in verhouding staan met de te behandelen MO.
Steriliseren: het doden van alle pathogene, voorwaardelijk pathogene en apathogene MO
- Alle MO en sporen zijn gedood
Redenen opname:
- Dier zelf; speciale medicijnen (infuus), observatie
- Eigenaar; eigenaar kan verzorging niet zelf
- Praktijkvoering; dierenarts kan bij zelf bij het dier kijken wanneer het uitkomt
Isolatie: dieren met infecties verblijven in een apart verblijf. Geen contact met andere dieren, eigen
toegangssluis, protocol, apart benodigdheden/kleding, afvoersluis (voor urine en ontlasting).
- Bijvoorbeeld een hond met het infectievirus Parvo (curatief)
Quarantaine: afscheiden van dieren waarvan je niet zeker weet of ze ziek zijn of nog ziek worden. Het is
een voorzorgsmaatregel. Vaak bij veehouderij bedrijven; dieren worden eerst een aantal weken
geobserveerd/onderzocht of ze een ziekte bij zich dragen.
- Bijvoorbeeld zwerfkat die nieuw binnenkomt in het asiel (preventief).
Huisvestingsruimten
o Glad afgewerkt materiaal (tegels, epoxygietvloeren, dik zeil, roestvrijstaal)
o Materialen die warmte -en geluidsisolerend zijn
o Sanitaire plint: plint waarbij de vloer naadloos en hoekloos overloopt in de plint
o Roestvrijstaal afvoerputje waar het dier niet rechtstreeks bij kan (niet in de hokken zelf)
o Vloerverwarming of luchtverwarming (cv-radiatoren zijn niet hygiënisch)
Opnamehokken
- Verrijdbare hokken
- Ingebouwde hokken
- Niet rechtstreeks op de grond (vocht/kou)
- Kunststof/metaal (makkelijk te reinigen)
- Uitneembare bodems
- Raam in achterwand kan stress opleveren
- Spijlen voorkant (goed observatie mogelijk)
- Draaibaar paneel (hierin voerbak plaatsen zonder hok te openen); niet in hoogte verstelbaar
- Voerbak bevestigen aan spijlen; wel in hoogte verstelbaar
- Kunststof bakken voor katten, kittens, konijnen etc.
- Dieren niet tegenover elkaar (i.v.m. stress)
Inrichting opnamehok
- Isolerend onderdek (deken of kunststof rooster boven de bodem)
- Warmtebron
- Verstelbare voer -en drinkensbak
- Verveling voorkomen (extra schap/luikje/speeltje)
Oorzaken ziekten vanuit de omgeving
o Voedsel en drinkwater
o Klimaat (tocht of te benauwd)
o Temperatuur
o Verwondingen
o Vergiftigen
, Huisvesting
Doel van reiniging en desinfectie; is het verminderen van het aantal pathogenen en daarmee het
bevorderen van het genezingsproces en de welzijn van het dier. Dit is van belang omdat;
• Dieren in de opname hebben een lage weerstand en lopen dus meer gevaar op infectie.
• Veel wisseling van dieren geeft een snelle verspreiding van een ziekte
Besmettingsdruk: aantal pathogenen in omgeving. Kan hoog of laag zijn.
Reinigen: het verwijderen van grof vuil (haren, ontlasting, braaksel etc.)
- Reinigen gebeurd nadat een gezonde patiënt de praktijk verlaat
- Desinfectie en sterilisatie worden verhinderd door verontreiniging. Vuil vormt een beschermlaag
voor de micro-organismen. Ook gaat de desinfectie chemische reacties aan met verontreinigingen
waardoor ze niet meer werkzaam zijn. Daarom altijd eerst reinigen.
Desinfecteren: het doden van bijna alle pathogene micro-organismen op een oppervlak of instrument
- Desinfecteren gebeurd nadat een zieke patiënt de praktijk verlaat (bijvoorbeeld Parvo virus)
- Effectieve desinfectie
1. Tijd; inwerkingstijd is belangrijk (korter dan gebruiksaanwijzing = geen effect)
2. Temperatuur; meestal werkzamer bij een hogere temperatuur (stoomreiniger)
3. Concentratie van het desinfectiemiddel;
o Onderdosering: resistentie micro-organismen
o Overdosering: beschadigend voor materiaal, mens, dier en het milieu.
Ook kost het onnodig geld.
- Natte ondergrond (vanuit het reinigen) verdunt de concentratie dus zorg ervoor dat deze droog is!
4. Aantal en type organisme; niet alle MO is even gevoelig voor desinfectans. Bij speciale
aandoeningen (Parvo) ook desinfectans gebruiken die de bepaalde ziekteverwekker aanpakt.
- Oplopende resistentie → Levende bacteriën, schimmels, virussen, bacteriële sporen, eieren
5. Te reinigen oppervlak; sommige oppervlakken zijn poreuzer of kwetsbaarder en dus moeilijker te
reinigen
6. Methode van aanbrengen; desinfectans kun je dweilen, anderen middelen zijn in sprays verwerkt
- Desinfectans verwerkt in spray zijn slechter voor de gezondheid (middel komt in de luchtwegen)
- Protocol;
A. Middelen
B. Gebruik van middelen (waarvoor)
C. Veiligheidsmaatregelen
D. Nodige apparatuur
E. Werkwijze
Proportioneel: middel moet in verhouding staan met de te behandelen MO.
Steriliseren: het doden van alle pathogene, voorwaardelijk pathogene en apathogene MO
- Alle MO en sporen zijn gedood