MOND
De student benoemt de anatomische oppervlaktestructuren van de mond in het Nederlands en
(indien aangegeven) in het Latijn en kan deze aanwijzen op een foto, plaat, model of bij een
proefpersoon:
Kaak
o Maxilla: bovenkaak
o Mandibula: onderkaak
lippen
tong
hard verhemelte (palatum durum) 1
zacht verhemelte (palatum molle, velum) 4
huig (uvula) 5
tandboog 2
alveolairrand 3
achterkeelwand (farynx)
neustussenschot (septum nasi)
De student benoemt en beschrijft de werking van de spieren in het
mondgebied:
Spieren van de faciale expressie:
m. orbicularis oris: spier rond om de mond 1
m. buccinator: om je mond breed te maken 2
m. mentalis: kinspier 3
Kauwspieren:
m. masseter oprichten mandibula
m. temporalis sluiten mond
Extrinsieke Tongspieren: spieren die de tong
vanaf de buitenkant aansturen
1. m. genioglossus
2. m. hyoglossus
3. m. styloglossus
4. m. palatoglossus
,Intrinsieke Tongspieren: spieren die de tong vanaf de
binnenkant aansturen
m. longitudinalis superior
m. longitudinalis inferior
m. transversus
m. verticalis
Spieren van het zachte verhemelte
1. M. uvula
2. M. tensor veli palatini
3. M levator veli palatini
4. M. palatopharyngeus
5. M. palatoglossus
6. Sphincter velopharyngealis
De student benoemt de basiskennis van het gebit:
Tandontwikkeling
Doorbraakvolgorde (dia’s bekijken van HC 5)
- Tussen de 5 en 8 maanden komen de 1e tanden door (de middelste tanden incisieven)
- Met 8 tot 10 maanden komen er incisieven naast de bestaande tanden bij
- Tussen de 12 en 18 maanden krijg je de 1 e pré-molaren
- Tussen de 16 tot 20 maanden komen de cuspidaten door
- Van de 24 tot 30 maanden komen de 2 e pré-molaren bij
- 6 tot 7 jaar 1e molaren
- Van 6 tot 7 jaar 1e tanden eruit
- 7 tot 8 jaar incisieven boven- en ondergebit
- 8 tot 9 jaar incisieven bovengebit
Elementen in het melkgebit (met cijfers)
Elementen
in het blijvend
gebit (met
cijfers)
,
Tandschikking