4.1 ZOUTEN, NAMEN EN FORMULES
• Vorming zouten door octeregel: moleculaire stoffen : -
metalen : +
• Sterke binding tussen ionen: ionbinding, sterker dan vanderwaals en waterstofbrug
• Ionrooster= rooster waarin positieve en negatieve ionen regelmatig zijn gerangschikt
• Zouten geleiden stroom wanneer vloeibaar
• Enkelvoudige ion= ion die uit 1 atoomsoort bestaat: 40A
Samengesteld ion= ion die uit meerdere atoomsoorten bestaat: 66B
• Systematische naam: via verhoudingsformule = zoutformule
• Triviale naam: wordt aan zout gegeven: 66A
4.2 ZOUTEN IN WATER
• Oplossen: bindingen verbroken en nieuwe ontstaan: tussen ionen en watermoleculen
• Ion-dipoolbindingen= binding tussen ion en dipool (bv. watermolecuul)
• Hydratatie= omringen van ionen met watermoleculen
• Oplosvergelijking: zout reageert niet met water maar lost er in op: water niet in
vergelijking: geen chemische reactie
• Indampvergelijking:
• Oplosbaarheid: de hoeveelheid stof die kan oplossen in een oplosmiddel van een
bepaalde temperatuur: 44A / 45A
Oplosbaarheid
Oplosbaarheid in mol=
Molaire massa
• Verzadigd= de maximale hoeveelheid van een stof is opgelost
• Onverzadigd=de maximale hoeveelheid van een stof is NIET opgelost
, • Meeste metaaloxiden slecht oplosbaar in water: reageert: chemische reactie
O → OH- : H2O moet in reactie worden opgenomen
4.3 ZOUTHYDRATEN
• Zouthydraten= zouten die water hebben opgenomen
• Kristalwater= gebonden water in het rooster
• Verwijderen kristalwater: endotherm
Opnemen kristalwater : exotherm
• Kleuren hydraten: 65B
• Meer water dan kristalrooster kan opnemen → hydraat lost op
• Smeltpunt zouthydraat lager dan smeltpunt zout
Veel energie nodig om zouthydraat te laten smelten
Deze 2 eigenschappen: zouthydraat geschikt voor stabielere omgevingstemperatuur
• Toepassingen zouthydraten:
Cement en gips
Aantonen van water met zout
PCM