Inhoud
Anderson, C. A., & Bushman, B. J. (2002). Human aggression. Annual Review of
Psychology, 53(1), 27-51. .......................................................................................... 2
Slotter, E. B., & Finkel, E. J. (2011). I³ theory: Instigating, impelling, and inhibiting factors
in aggression. In P. R. Shaver, M. Mikulincer (Eds.). Human aggression and violence:
Causes, manifestations, and consequences(pp. 35-52). Washington, DC US: American
Psychological Association......................................................................................... 6
Stillwell, A. M., Baumeister, R. F., & Del Priore, R. E. (2008). We're all victims here:
Towards a psychology of revenge. Basic And Applied Social Psychology, 30(3), 253-263. 8
Parsons, J., & Bergin, T. (2010). The impact of criminal justice involvement on victims’
mental health. Journal of Traumatic Stress, 23(2), 182-188. ....................................... 12
Booth, T., Bosma, A. K., & Lens, K. M. E. (2018). Accommodating the Expressive Function
of Victim Impact Statements: The Scope for Victims’ Voices in Dutch Courtrooms. The
British Journal of Criminology, 58(6),1480-1498 ........................................................ 15
Van Denderen, M., Verstegen, N., De Vogel V., & Feringa L. (2020). Contact between
victims and offenders in forensic mental health settings: An exploratory study.
International Journal of law and Psychiatry, 73 .......................................................... 18
Otgaar, H., Howe, M. L., & Patihis, L. (2022). What science tells us about false and
repressed memories.Memory,30(1), 16–21 ............................................................... 21
Ogloff, J.R.P., & Davis, M.R. (2020). Chapter 4: From predicting dangerousness to
assessing and managing risk for violence: a journey across four generations. In Wormith,
J.S., Craig, L.A., & Hogue, T.E. (Eds.) The Wiley Handbook of What Works in Violence Risk
Management: Theory, Research, and Practice(pp 81-98). John Wiley & Sons,
Incorporated .......................................................................................................... 24
Andrews, D. A., & Bonta, J. (2010). Rehabilitating criminal justice policy and practice.
Psychology, Public Policy, and Law, 16(1), 39-55 ....................................................... 28
‘What works’? Morgan et al. (2012) geven in Treating offenders with mental illness: A
research synthesis (Law and Human Behavior, 36, 37-50) ......................................... 33
,Anderson, C. A., & Bushman, B. J. (2002). Human aggression. Annual Review of
Psychology, 53(1), 27-51.
Definitie en Typen Agressie
Anderson en Bushman definiëren agressie als gedrag dat bedoeld is om een ander
individu schade toe te brengen, waarbij de dader ervan uitgaat dat dit schadelijke effect
zal optreden en het slachtoffer gemotiveerd is om de schade te vermijden. Ze
onderscheiden verschillende typen agressie:
• Vijandige (of affectieve) agressie: Deze vorm van agressie is impulsief en wordt
gedreven door emoties zoals woede. Het doel is om direct schade aan te richten
aan een ander individu. Een voorbeeld is iemand die uit woede een ander slaat in
een ruzie.
• Instrumentele agressie: Dit type agressie is gepland en doelgericht, waarbij de
schade die aan de ander wordt toegebracht een middel is om een ander doel te
bereiken. Voorbeelden zijn een overvaller die een winkelier neerslaat om geld te
stelen of een soldaat die vecht om een strategisch doel te bereiken.
Daarnaast maken de auteurs onderscheid tussen geweld en agressie. Geweld is een
extreme vorm van agressie, waarbij ernstige fysieke schade of de dood het gevolg is. Alle
gewelddadige daden zijn dus agressief, maar niet alle agressie is gewelddadig.
Belangrijkste Theoretische Modellen van Agressie
De auteurs bespreken vijf dominante theorieën die agressie verklaren:
1. Cognitieve Neoassociatietheorie
Deze theorie stelt dat negatieve emoties die voortkomen uit aversieve situaties
(zoals hitte, pijn, frustratie) automatisch agressieve gedachten en gedragingen
kunnen activeren. Mensen ontwikkelen associaties tussen negatieve emoties en
agressieve responsen, waardoor ze in soortgelijke situaties sneller agressief
reageren. Bijvoorbeeld: iemand die pijn lijdt, kan onbedoeld agressief reageren
op een ander.
2. Opwindingsoverdrachtstheorie
Deze theorie suggereert dat fysiologische opwinding (zoals een verhoogde
hartslag door sport of stress) kan worden overgedragen naar een nieuwe situatie,
wat kan leiden tot een verhoogde kans op agressie. Bijvoorbeeld: iemand die
boos wordt in het verkeer nadat hij net uit een intensieve sportsessie komt, kan
zijn verhoogde fysiologische arousal toeschrijven aan de verkeerssituatie en
daardoor agressiever reageren.
, 3. Sociale Leertheorie
Volgens deze theorie leren mensen agressief gedrag door observatie en
nabootsing van anderen. Vooral als agressie wordt beloond, wordt de kans groter
dat het gedrag herhaald wordt. Deze theorie is sterk ondersteund door
onderzoeken naar de invloed van gewelddadige media, zoals videogames en
televisie, op agressie bij kinderen en volwassenen.
4. Script Theorie
Individuen ontwikkelen cognitieve scripts op basis van eerdere ervaringen en
waarnemingen van anderen. Deze scripts bevatten verwachtingen over hoe
situaties zich zullen ontvouwen en hoe men moet reageren. Als iemand
bijvoorbeeld is opgegroeid in een gewelddadige omgeving, kan hij een script
ontwikkelen waarin agressie een normale en effectieve manier is om conflicten
op te lossen.
5. Sociaal Informatieverwerkingstheorie
Deze theorie verklaart agressie als een gevolg van de manier waarop mensen
sociale informatie interpreteren en verwerken. Mensen die geneigd zijn agressief
te reageren, interpreteren neutrale of dubbelzinnige situaties vaak als vijandig.
Dit kan leiden tot vijandige attributies en impulsieve agressieve reacties.
Bijvoorbeeld: als iemand per ongeluk tegen een ander aanloopt in een drukke
straat, kan een agressief persoon dit interpreteren als een opzettelijke provocatie.
Het General Aggression Model (GAM)
Om deze theorieën te integreren, presenteren Anderson en Bushman het General
Aggression Model (GAM). Dit model stelt dat agressie wordt beïnvloed door zowel
persoonlijke factoren (zoals persoonlijkheidskenmerken en eerdere ervaringen) als
situationele factoren (zoals provocatie, blootstelling aan geweld, of stressvolle
omgevingen).
Het GAM werkt volgens een driestapsproces:
1. Invloed van Persoonlijke en Situationele Factoren
o Persoonlijke factoren: Genetische aanleg, persoonlijkheidskenmerken
(bijv. impulsiviteit, vijandigheid), eerdere ervaringen en agressieve
attitudes.
o Situationele factoren: Provocatie, frustratie, blootstelling aan
gewelddadige media, aanwezigheid van wapens.
, 2. Interne Toestand
De combinatie van deze factoren beïnvloedt de interne toestand van een persoon
op drie manieren:
o Affect (emotie): Woede of frustratie kan agressief gedrag versterken.
o Cognitie (gedachten): Agressieve gedachten kunnen automatisch
geactiveerd worden door triggers zoals gewelddadige beelden.
o Fysiologische opwinding: Een verhoogde hartslag of adrenaline kan
leiden tot een sterkere agressieve reactie.
3. Interpretatie en Besluitvorming
De interne toestand beïnvloedt hoe iemand een situatie interpreteert en erop
reageert. Als iemand boos is en agressieve gedachten heeft, is de kans groter dat
hij een situatie als bedreigend ziet en agressief handelt. Dit gedrag kan vervolgens
versterkt worden door beloningen of straf.
Het GAM is breed toepasbaar en verklaart agressie in verschillende contexten, zoals
interpersoonlijk geweld, pesten, criminaliteit en de invloed van gewelddadige media.
Empirisch Bewijs en Toepassingen
De auteurs bespreken empirische studies die het GAM ondersteunen en toepassingen in
de praktijk.
• Blootstelling aan Gewelddadige Media: Onderzoek toont aan dat langdurige
blootstelling aan gewelddadige films, tv-programma's en videogames leidt tot
verhoogde agressieve gedachten, gevoelens en gedragingen.
• Invloed van Wapens (Weapons Effect): De aanwezigheid van wapens kan
agressieve gedachten en gedragingen versterken, zelfs zonder provocatie.
• Culturele Verschillen: Agressiepatronen variëren per cultuur. Individualistische
culturen (zoals de VS) hebben over het algemeen hogere niveaus van agressie
dan collectivistische culturen.
• Alcohol en Agressie: Alcohol vermindert het vermogen om sociale signalen
correct te interpreteren, wat leidt tot verhoogde agressie, vooral bij mensen die
van nature al impulsief zijn.
• Opvoeding en Omgeving: Kinderen die worden blootgesteld aan fysieke straffen
of gewelddadige ouders hebben een grotere kans om agressief gedrag te
vertonen op latere leeftijd.