Week 1
Inleiding Handelsrecht, Inleiding Het eigen karakter van het handelsrecht
Een belangrijk aspect van het handelsrecht is dat het de kenmerken draagt van een functioneel
antwoord op industriële en technologische ontwikkelingen.
De houder i.c. de vervoerder wil de zekerheid dat indien achteraf onverhoopt blijkt dat aan de
verkeerde is uitgeleverd, deze uitlevering bevrijdende werking heeft jegens de werkelijke
rechthebbende op de desbetreffende zaken, opdat hij niet schadeplichtig is hiervoor wordt o.a.
een cognossement gebruikt.
C.E. Drion, ‘Het Weens Koopverdrag, een winkeldochter’, NJB 2013/1857, afl. 30, p. 2049
CISG Advisory Council een internationale expertgroep
Als je kennis neemt aan het werk van deze groep, kan je niet anders dan tot de conclusie komen
dat het Weens Koopverdrag nog springlevend is.
In de Opinions van de CISG bevinden zich ‘regels’ in de vorm van artikelen, die aanzienlijk
gedetailleerd zijn uitgewerkt
N. Kornet, ‘De aanvulling van leemten in het Weens Koopverdrag’, MvV 2007/0708, p. 150-
156.
Wanneer een internationale overeenkomst betreffende de koop van roerende zaken leemtes bevat,
kan het Weens Koopverdrag (WK) van toepassing zijn Dit is dan de bron van aanvulling van de
leemte in de overeenkomst
Maar stel dat WK ook leemte bevat, hoe moet de leemte in de overeenkomst en in het verdrag
aangevuld worden door de rechter OPLOSSING: art. 7 lid 2 WK – voorziet in aanvulling van het
verdrag
Volgens lid 1 van art. 7 WK dient bij de uitleg en toepassing van het Weens Koopverdrag dan ook
rekening te worden gehouden met het internationale karakter van het verdrag en de noodzaak om
eenvormigheid in de toepassing ervan en de naleving van de goede trouw in de internationale handel
te bevorderen
Leemtes in het Weens Koopverdrag zijn onvermijdelijk, omdat:
1. Het verdrag regelt niet het gehele contractenrecht betreffende de internationale koop van
goederen
2. Het was immers voor de opstellers van het verdrag niet mogelijk in het verdrag een
antwoord te geven op alle vragen met betrekking tot de totstandkoming van de
koopovereenkomst en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten van de partijen
3. Daarnaast zijn bepaalde vragen ongeregeld gebleven, omdat het niet altijd mogelijk was om
een werkbaar compromis te vinden, gelet op de sociale, economische en juridische
verschillen tussen de verdragsstaten.
Art. 7 lid 2 WK heeft enkel betrekking op interne leemten
Het biedt de rechter twee mechanismen om een interne leemte aan te vullen:
1. Deze kan aan de hand van de algemene beginselen waarop het Weens Koopverdrag berust
worden aangevuld
2. Wanneer dergelijke algemene beginselen ontbreken, wordt de interne leemte in het verdrag
behandeld als een externe leemte en wordt zij aan de hand van het krachtens
internationaal privaatrecht toepasselijke nationaal recht aangevuld.
,De goede trouw wordt vaak aangewezen als een algemeen beginsel waarop het verdrag berust,
doordat art. 7 lid 1 WK expliciet hiernaar verwijst
Rechter moet eerst opzoek gaan naar een oplossing binnen raamwerk van het verdrag. Wordt een
oplossing op grond van de algemene beginselen gevonden? Dan dienen zij de grondslag voor
aanvulling te vormen. ALLEEN wanneer een oplossing binnen raamwerk van verdrag onmogelijk
blijkt, mag de rechter terugvallen op het toepasselijke nationaal recht.
Niet alle algemene beginselen worden expliciet vermeld in het verdrag! De tekst van het verdrag zelf
is wel een belangrijk aanknopingspunt waar de rechter aanknopingspunten kan ontdekken voor de
algemene rechtsbeginselen. Bijv.
In verschillende bepalingen in het verdrag worden de partijen geacht redelijk te zijn
In verschillende bepalingen wordt een partij ervan weerhouden om in strijd te handelen met
eerder gedane mededelingen waarop haar wederpartij heeft vertrouw (bijv. art. 16 lid 2
onder b + art. 29 lid 2 WK) non venire contra factum proprium (Het estoppel-beginsel)
Beginsel om de wederpartij noodzakelijke informatie te verschaffen
VOORBEELD VAN LEEMTES EN AANVULLING VAN WEENS KOOPVERDRAG MET UITSPRAAK
Duitse koper van bomen maar een gedeelte van de koop- prijs had betaald, vorderde de Nederlandse
verkoper betaling van de resterende koopprijs en toewijzing van de wettelijke rente over de
hoofdsom.
Het Weens Koopverdrag was van toepassing op deze internationale koopovereenkomst
art. 78 WK bepaalt dat de verkoper recht heeft op rente wanneer de koper tekortschiet in de
betaling van de prijs. MAAR, het artikel geeft geen antwoord op de vraag hoe deze rente berekend
moet worden. Dit geeft een goed voorbeeld van de werkwijze van art. 7 lid 2 WK.
Hof: omdat art. 78 WK niet aangeeft welk rentepercentage geldt, zal dit op grond van art. 7 lid 2
WK moeten worden bepaald volgens het krachtens de regels van internationaal privaatrecht
toepasselijke recht, zijnde het Nederlandse recht
Hof stelt dus vast dat er interne leemte in verdrag zit en om dit aan te vullen past het hof het
toepasselijk nationaal recht toe.
Voor de aanvulling van overeenkomsten wanneer het Weens Koopverdrag een interne leemte bevat
dient de rechter te achterhalen wat contractspartijen zouden hebben afgesproken tijdens de
onderhandelingen indien zij een oplossing voor de ongeregelde vraag in de overeenkomst hadden
ontwikkeld. Rechter kan zich ook richten op het achterhalen van wat typische partijen bij een
overeenkomst voor de internationale koop van roerende zaken zouden overeenkomen tijdens de
onderhandelingen wanneer zij een oplossing voor de ongeregelde vraag in de overeenkomst hadden
opgenomen.
S.A. Kruisinga, ’25 jaar (uitsluiting van het) Weens Koopverdrag in Nederland’
Art. 6 WK Partijen bij een internationale koopovereenkomst kunnen de toepassing van het
verdrag geheel of gedeeltelijk uitsluiten
Het Weens Koopverdrag geeft zelf wel enige algemene regels voor de uitleg van het verdrag Zo
stelt art. 7 lid 1 WK dat bij de uitleg van het verdrag ‘rekening [dient] te worden gehouden met het
internationale karakter ervan en met de noodzaak eenvormigheid in de toepassing ervan (...) te
bevorderen’. De opinies van de CISG Advisory Council kunnen hierbij van belang zijn
De CISG Advisory Council is een adviescommissie opgericht op basis van eigen initiatief van een
aantal vooraanstaande experts op het terrein van het internationaal commercieel recht
, Een rechtskeuze voor het recht van een verdragsluitende staat leidt in de regel niet tot een
rechtsgeldige uitsluiting van het Weens Koopverdrag.
Hoewel het Weens Koopverdrag geen uitdrukkelijke regeling bevat inzake algemene voorwaarden,
wordt alge- meen aangenomen dat vragen betreffende algemene voorwaarden moeten worden
beantwoord aan de hand van de bepalingen in het Weens Koopverdrag inzake de totstandkoming
Ook wanneer een partij algemene voorwaarde hanteert die een rechtskeuze bevatten, het Weens
Koopverdrag van toepassing wanneer beide partijen bij de internationale koopovereenkomst zijn
gevestigd in verschillende, verdragsluitende staten.
S.A. Kruisinga, ‘De aansprakelijkheid van de verkoper in de CISG voor het in acht nemen van
buitenlandse regelgeving’
Art. 35 WK de verkoper is gehouden zaken af te leveren die aan de overeenkomst beantwoorden
staat ook beschreven in art. 7:17 BW
Artikelen stellen ook dat ‘de zaak de eigenschappen dient te bezitten die nodig zijn zowel voor een
normaal gebruik daarvan, als voor een bijzonder gebruik van de zaak dat bij de overeenkomst is
voorzien’
Bepaalt de koopovereenkomst niet aan welke vereisten de zaken moeten voldoen of zijn de
contracts- bepalingen hierover niet voldoende gedetailleerd, dan bepalen de objectieve criteria in
art. 35 lid 2 WK in hoeverre de zaken aan de overeenkomst beantwoorden:
Sub a: de zaken moeten onder meer geschikt zijn voor normaal gebruik
Sub b: de zaken moeten geschikt zijn voor een bijzonder doel dat aan de verkoper is
medegedeeld
Bij de uitleg van de overeenkomst moet rekening worden gehouden met alle relevante
omstandigheden van het geval – art. 8 lid 3 WK. Hoewel de subjectieve wil van partijen vooropstaat
(art. 8 lid 1 WK), wordt in de praktijk veelal teruggevallen op de meer objectieve uitleg in de zin van
art. 8 lid 2 WK.
Bundesgerichthof 8 maart 1995 arrest: De verkoper hoeft de regelgeving in het land van de koper in
beginsel niet in aanmerking te nemen.
FEITEN: verkoop van Nieuw-Zeelandse mosselen door een Zwitserse verkoper aan een Duitse
koper. De geleverde mosselen blijken een verhoogd cadmiumgehalte te hebben waardoor de Duitse
richtwaarden voor vis overschreden zijn.
BGH: overweegt dat van een buitenlandse verkoper niet zonder meer verlangd kan worden dat hij
de – vaak niet eenvoudig op te sporen – publiekrechtelijke voorschriften kent van de landen
waarnaar hij exporteert. De koper kan ook niet redelijkerwijs vertrouwen op de aanwezigheid van
dergelijke kennis aan de zijde van de verkoper; het is veeleer te verwachten van de koper dat hij over
dergelijke informatie beschikt en de verkoper hierover informeert.
Met dergelijke voorschriften kan alleen rekening worden gehouden:
1. Wanneer vergelijkbare voorschriften ook in het land van de verkoper gelden
2. Of wanneer de koper de verkoper hierop heeft gewezen
3. Of mogelijkerwijze wanneer de verkoper de desbetreffende bepalingen op grond van
bijzondere omstandigheden van het geval bekend zijn of moeten zijn
Art. 36 lid 1 WK bepaalt dat een verkoper aansprakelijk is als de goederen niet aan de overeenkomst
beantwoorden op het tijdstip waarop het risico van die zaken op de koper overgaat, ook al blijkt die
‘non-conformiteit’ pas na dat moment van ‘risico-overgang’.