Week 1
Bijzonder strafrecht, Hoofdstuk 3 Algemeen §5.1 De bestuurlijke boete
De bestuurlijke boete vervult een belangrijke rol in de handhaving van het financiële en/of sociaal-
economische recht
Het is een punitieve sanctie in de zin van art. 6 EVRM
Algemeen Deel van het Wetboek van strafrecht of Strafvordering is NIET van toepassing wordt
ook wel bestuursstrafrecht of punitief bestuursrecht genoemd
Art. 5:40 Awb lid 1; ‘Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie,
inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom’
Bestuurlijke sanctie art. 5:2 lid 1 onder a Awb
Bestraffende sanctie art. 5:2 lid 1 onder c Awb
Overtreding art. 5:1 lid 1 Awb ‘gedragin die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig
wettelijk voorschrift
Overtreder art. 5:1 lid 2 Awb
Een bestuurlijke boete kan alleen worden opgelegd als de bevoegdheid daartoe bij of krachtens de
wet is verleend en de overtreding en de sanctie bij of krachtens een aan de gedraging voorafgaand
wettelijk voorschrift zijn omschreven art. 5:4 Awb
De bijzondere wetten (zoals de AWR of de Wft) bevatten bepalingen die aangeven of en zo ja, welk
bestuursorgaan een bestuurlijke boete op kan leggen
Jussila ook heel geringe geldboeten kunnen als criminal charge worden gezien EHRM lijk hierbij
wel te accepteren dat de rechten van art. 6 EVRM in een dergelijk geval iets worden gerelativeerd
Tegen een bestuurlijke boete staan bezwaar en beroep open!
Una via-regeling art. 5:44 lid 1 Awb en art. 243 lid 2 Sv houden een cumulatie tussen oplegging
van een bestuurlijke boete en een strafrechtelijke vervolgens wegens hetzelfde feit tegen
In recente jurisprudentie van het EHRM is echter uitgemaakt dat een bestuurlijke bestraffende
sanctie wordt opgelegd met een strafrechtelijke procedure
Nederlandse praktijk biedt dus meer bescherming dan het EHRM
Bijzonder strafrecht, Hoofdstuk 8 De Algemene wet inzake rijksbelastingen
De Belastingdienst kan bestuurlijke boetes opleggen aan belastingplichtigen.
Aan de ene kant moet de overheid belastingen kunnen heffen, maar aan de andere kant moet de
overheid er ook voor zorgen dat burgers de hun toekomende rechten (zoals het recht niet mee te
hoeven werken aan je eigen veroordeling) kunnen bewerkstelligen
De Belastingdienst
Op grond van art. 80 lid 1 AWR (anders dan art. 156 Sv) worden processen-verbaal die zien op
mogelijke fiscale delicten door opsporingsambtenaren aan het bestuur van de Belastingdienst
verstrekt. De andere pv’s worden verstrekt aan de OvJ als het Bestuur van ’s Rijksbelastingen
vervolging wenselijk acht
Art. 80 lid 1 AWR jo art. 141 onder d Sv ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten zijn ook
opsporingsambtenaar
1
,Bijzonder Strafrecht Literatuur
Art. 2 onder a Wet op de bijzondere opsporingsdiensten hier staat het een en ander over de FIOD
Inspecteur
Wordt bij ministeriele regeling aangewezen – art. 2 lid 3 onder b AWR
Belastingheffing
De Inspecteur kan degene waarvan hij vermoedt belastingplichtig te zijn uitnodigen tot het doen van
aangifte ogv art. 6 lid 1 AWR. Er bestaan verschillende verplichtingen voor degenen die zijn
uitgenodigd hiervoor – art. 8 lid 1 AWR
Als je deze verplichtingen schendt kan er een boete opgelegd worden of een strafvervolging
Aanslagbelastingen
Art. 11 lid 1 AWR de aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur
Art. 11 lid 2 AWR de Inspecteur is niet gebonden aan de aangifte van de belastingplichtige
Als hij van mening is dat na oplegging van de aanslag te weinig belasting is geheven, kan hij overgaan
tot navordering op grond van art. 16 AWR let op, hier zijn strenge voorwaarden bij!
Aangiftebelastingen
Hoofdstuk IV van de AWR gaat over belastingheffing door voldoening of afdracht op aangifte
Uit art. 19 lid 1 AWR volgt dat het initiatief bij de belastingplichtige ligt hierbij
Wanneer er te weinig belasting wordt geheven, kan de Inspecteur de te weinig geheven belasting
binnen 5 jaar naheffen op grond van art. 20 AWR
Het innen van belastingen
Belastingaanslag is zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet invorderbaar – art. 9 lid 1
Invorderingswet
Als er niet betaald wordt kunnen er aanmaningen verstuurd worden (art. 11 IW), dwangbevelen uit
worden gevaardigd (art. 12 IW) en beslag worden gelegd op door derden aan de belastingschuldige
verschuldigd loon (art. 19 lid 1 sub a IW)
Aangifteverplichting
Degene die is uitgenodigd aangifte te doen is hier ook verplicht toe – art. 8 lid 1 AWR
Verplichtingen ten aanzien van de belastingheffing
Informatieverplichting – art. 47 AWR het gaat hier om het verschaffen van informatie aan de
Inspecteur wanneer hier om wordt gevraagd
Deze verplichting wordt in art. 47a en art. 48 AWR verder uitgebreid
Art. 52 AWR fiscale administratie- en bewaarlicht voor administratieplichtigen
Wie administratieplichtig is wordt bepaald in art. 52 lid 2 AWR
Bewaarplicht van 7 jaar art. 52 lid 4 AWR
De hoofdregel is eigenlijk; alle gegevens die voor de belastingheffing van belang kunnen zijn vallen
onder administratie
Informatieverplichting en nemo tenetur-beginsel
In het Nederlandse recht is er geen bepaling die verbiedt om een boete of straf te baseren op
informatie die is afgedwongen van een verdachte belastingplichtige
De belastingplichtige die weet dat hij wordt verdachte van fiscale delicten (hierbij is er een
criminal charge en kan deze belastingplichtige gebruik maken van zijn zwijgrecht) of die vermoedt
dat dit zal gebeuren (hier is de criminal charge aanstaande) maar toch aan de
2
,Bijzonder Strafrecht Literatuur
informatieverplichtingen voldoet heeft eigenlijk geen garantie dat deze informatie niet zal worden
gebruikt voor boeteoplegging of voor strafvervolging
Rechtsmiddelen in het belastingrecht
De Inspecteur en de Ontvanger zijn bestuursorganen in de zin van art. 1:1 Awb
Beslissingen van deze organen worden aangemerkt als besluit art. 1:3 Awb
Voordat je in beroep kan instellen bij de bestuursrechter (art. 8:1 Awb), moet je bezwaar maken
bij het bestuursorgaan dat het besluit heet genomen (art. 7:1 Awb)
LET OP, ART. 26 LID 1 AWR IN AFWIJKING VAN ART. 8:1 AWB
Tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit kan alleen beroep bij de bestuursrechter
worden ingesteld wanneer het een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking is
Doordat functionarissen van de Belastingdienst worden aangemerkt als bestuursorgaan, moet er
voldaan zijn aan de beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) vertrouwensbeginsel, verbod van
detournement de pouvoir, het evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel
en het rechtszekerheidsbeginsel.
In het fiscale bestuursrecht vrije bewijsleer art. 8:69 lid 1 Awb – de bestuursrechter doet
uitspraak op grondslag van het beroepschrift, overlegde stukken, het verhandelde tijdens
vooronderzoek en ter terechtzitting.
De civiele dwangsom
Als belastingplichtige opzettelijk zijn informatieverplichting heeft geschonden kan er een
strafrechtelijke vervolging ingesteld worden op basis van art. 68/69 AWR.
De civiele rechter gaat dan kijken of de informatieverplichting is geschonden.
Als de civiele rechter de Inspecteur in het gelijk stelt en de belastingplichtige wordt veroordeeld tot
het verschaffen van bepaalde informatie op straffe van een dwangsom, betekent dit dat wanneer
deze informatie niet wordt gegeven, de belastingplichtige een bedrag moet betalen voor elke dag dat
hij de informatie niet geeft civiele dwangsom
Opsporingsbevoegdheden in de AWR
De AWR voorziet in eigen opsporingsbevoegdheden en deze kunnen gebruikt worden als sprake is
van een verdenking ex art. 27 Sv van fiscale delicten als bedoeld in art. 68 en 69 AWR
art. 81 AWR – het in beslag nemen van voorwerpen bij verdenking van fiscale delicten (let op, ze
moeten wel volgens wetboek van Sv voor inbeslagneming vatbaar zijn) – art. 94 lid 1 Sv)
Handhaving via bestuurlijke boete
Verzuimboetes art. 67a, 67b, 67c en 67ca AWR
Bestraffen een vorm van nalaten door de belastingplichtige
Opzet of grove schuld zijn geen bestanddelen van de boetebepalingen – dit is dan ook niet
relevant
Vergrijpboetes art. 67cc, 67d, 67e en 67f AWR
Kunnen worden opgelegd als sprake is van opzet of grove schuld
In het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst §4 is opgenomen dat geen vergrijpboete wordt
opgelegd als er een pleitbaar standpunt is Pleitbaar standpunt: als een door belanghebbende in
de aangifte ingenomen standpunt, gelet op de stand van de jurisprudentie en de heersende leer, in
die mate juridisch pleitbaar of verdedigbaar is dat belanghebbende redelijkerwijs kan menen een
juiste aangifte te doen of te hebben gedaan
Deelnemingsvormen
3
, Bijzonder Strafrecht Literatuur
Het is niet meer alleen mogelijk om de belastingplichtige te beboeten, maar ook de medepleger zoals
de belastingadviseur – art. 5:1 Awb
§2.6 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst geeft aan dat de Inspecteur expliciet toestemming
nodig heeft van de directeur
Strafbeschikkingen
Art. 76 AWR het bestuur van de Belastingdienst is bevoegd om strafbeschikkingen uit te vaardigen
(het is een afwijking van art. 257a, 257b en 257ba Sv)
Via een strafbeschikking kan een geldboete worden opgelegd
Er komt hier geen rechter bij aan te pas, tenzij je je op grond van art. 257e Sv verzet tegen de
strafbeschikking
Inkeer
Art. 69 lid 3 en 67n lid 1 AWR regelingen voor vrijwillige verbetering na het (opzettelijk) niet
voldoen aan de fiscale verplichtingen
Het recht tot strafvervolging vervalt wanneer de belastingschuldige alsnog aan zijn aangifte- of
informatieverplichtingen voldoet voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer
van de opsporingsambtenaren met de onjuistheid bekend is
LET OP – inkeren voorkomt alleen het opleggen van een vergrijpboete, niet van een verzuimboete
in de zin van art. 67a tot en met 67cb AWR
Geheimhouding
Art. 67 lid 1 AWR geheimhoudingsverplichting voor iedereen die betrokken is bij de
belastingheffing
Bijzonder strafrecht, Hoofdstuk 9 Fiscale delicten
In Hoofdstuk IX, afdeling 1, 1A en 2 AWR staan de bepalingen van materieel belastingstrafrecht
Voornaamste fiscale strafbepalingen – artt. 68, 69 en 69a AWR
Misdrijven de bij belastingwet strafbaar gestelde feiten waarop gevangenisstraf is gesteld
(volgens art. 72 AWR)
Overtredingen overige bij belastingwet strafbaar gestelde feiten (art. 68 AWR bevat alleen
overtredingen)
Fiscale overtredingen – art. 68 AWR
lid 1 bij deze overtredingen staan de fiscale verplichtingen uit art. 47-56 AWR centraal
Art. 68 lid 1 sub
a. Gaat hier dus om het niet, onjuist en onvolledig verstrekken
b. Onder gegevensdrager valt ieder medium; denk aan (klad)boekhouding, kassarollen,
agenda’s, notulen etc
c. ‘’””
d. Ziet op administratieplichtingen
e. “”
f. “”
Overtreding van art. 68 lid 1 AWR wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of
geldboete derde categorie
Fiscale misdrijven – art. 69 en 69a AWR
wanneer de overtredingen uit art. 68 zijn begaan met opzet, worden zij in art. 69 als misdrijf
strafbaar gesteld
4