Hoofdfocus Sociaal Emotionele Problemen:
psychopathologie bij kind en jeugdigen
soms bij volwassenen (vertrekpunt)
criteria/symptomen van diagnoses
veel symptomen zijn normale ervaringen (herkennen)
afwijkende ervaringen/gedrag SEP
Afwijkend gedrag:
Gedrag dat op een bepaald moment wel vertoond wordt, terwijl het niet in
overeenstemming is met wat volgens onze opvattingen gemiddeld en idealiter bij die
ontwikkelingsfase en de daarbij behorende ontwikkelingstaken behoort
ontwikkelingsfasen worden geblokkeerd
Gedrag dat op een bepaald moment niet vertoond wordt, terwijl dat volgens diezelfde
opvatting wel zou moeten
Als gedrag afwijkend is, wil dat niet direct zeggen dat het ook een stoornis is.
Gedrag is een stoornis als het afwijkend gedrag is dat:
Langdurig en niet meer situatie gebonden persisteert
De overgang naar nieuwe ontwikkelingsfasen – en taken blokkeert.
Voor de persoon en zijn/ haar omgeving aanzienlijk lijden oplevert
Meestal in bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen voorkomt en in andere
niet
Dezen criteria zijn niet altijd zwart/wit
Ontwikkelingspathologie: zien gedrag als continuüm. Om psychopathologie te begrijpen,
moeten we ook begrijpen hoe de normale ontwikkeling gaat. Doordat we ook begrijpen hoe
de normale ontwikkeling gaat, zullen we psychopathologie ook beter begrijpen.
Verband tussen ontwikkeling en psychopathologie:
Wanneer gaat niet- pathologie over in pathologie
Men kan bewegen tussen pathologisch en niet – pathologisch
Het verband tussen een vroege stoornis met de latere ontwikkeling
Verband tussen een gebeurtenis in de vroege ontwikkeling met een latere stoornis
Verband tussen vroege stoornis met latere stoornis
Effect van een stoornis op het verloop van de huidige ontwikkeling
Effect van ontwikkeling op de uitingsvorm van een stoornis.
Epidemiologie:
Centrale vraag: hoeveel kinderen in de populatie hebben deze problemen
Prevalentie: bestaande gevallen met een bepaald ziektebeeld in een bepaalde periode
48% van de volwassenen (18-75) heeft ooit in zijn leven > 1 psychische aandoening
gehad
18% van de jongeren (12-25) had
psychische klachten
Incidentie: aantal nieuwe gevallen
Verhouding jongens/ meisjes
Verdeling over levensloop
Beginleeftijd
,Ethiologie:
Factoren die een tol spelen in het veroorzaken of in stand houden van psychische
problematiek: gezondheidsprobleem ‘veroorzaken’
Predisponerende factoren kunnen een kind vatbaar maken voor ontwikkelen
psychologische stoornissen (genetische kwetsbaarheid, lage eigenwaarde(IQ),
hechting, mishandeling)
In standhoudende factoren :die ervoor zorgen dat als er al psychologische
problemen zijn, deze in stand worden gehouden (persoonlijke factoren en
omgevingsfactoren(familie))
Uitlokkende factoren: factoren die een rol spelen voorafgaand aan psychologische
problemen (zorgen voor bepaalde trigger: pesten, misbruik, scheiding, verhuizen
etc.) kan per individu verschillen, dus belang naar bredere context kijken.
Beschermende factoren: kunnen de ontwikkeling van psychologische problemen
voorkomen het effect van risicofactoren verminderen en karatiseren kinderen met
veerkracht ( resilience, bevat veel beschermende factoren)
We kunnen zelden spreken over causaliteit
We kunnen ook zelden zeggen dat er 1 enkele factor is als oorzaak het is een
complex samenspel/interactie.
Individu + omgeving gehele systeem, je kunt dit niet los zien van de problematiek
die ze ontwikkelen.
Classificeren van probleemgedrag:
Symptoom: de kleinst beschrijfbare onderzoekseenheid in de
geneeskunde/psychopathologie te beschouwen als ziekteteken.
Hoofdsymptoom: deze hebben voor de diagnose een direct oriënterende functie
( geven richting aan beeld wat je ziet)
Bijsymtpoom: maken het beeld van de stoornis volledig zonder uit zichzelf direct
richtinggevend te zijn voor de diagnose.
Syndroom: een groep van dikwijls tezamen optredende symptomen
Stoornis: afwijkend gedrag, langdurig, niet situatie gebonden, klinisch significant
lijden, belemmering op sociale, beroepsmatige of andere belangrijker levensgebieden
en meestal in bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen.
Doel van classificeren:
Het faciliteert expert kennis + ontwikkeling van epidemiologische informatie
Efficiëntie, samenhang –> communicatie tussen professional + evidence beased
behandeling
Aansluiting vinden bij verklarings- en behandeling theorieën in de wetenschappelijke
literatuur.
Classificeren is niet hetzelfde als diagnose stellen!! bij classificeren kijk je enkel of iemand
voldoet aan de criteria van dit specifieke probleem en voldoet die aan de cuttof om te spreken
van dit probleem, meer doe je niet. ( bij diagnose wel, hier betrek je ook context)
Doel: clinici ondersteunen bij classificeren als onderdeel van een diagnostische beschrijving
die moet leiden tot een individu gericht behandelplan
Hoe classificeren wij:
Categoriaal: DSM-5, ICS-10, DC 0-3R
Dimensionaal: Aseba schalen, SDQ, RDoC
Systeembenadering
, DSM – 5
AS 1: klinische stoornis
AS 2: persoonlijkheid stoornis + zwakzinnigheid
AS 3: somatische aandoeningen
AS 4: psychosociale + omgevingsproblemen
AS 5: algehele beoordeling van het functioneren (GAF) hoe hoger, hoe beter
iemand functioneert
DSM – 5 classificatie op basis van:
Klinische blik
Semi- gestructureerde interviews
Observaties
Meerdere bronnen
De context/ het systeem
Binnen de ontwikkelingspyschopathologie kunne individuen en hun gedrag niet los worden
gezien van de context waarin zij zich ontwikkelen (geschiedenis van individu, relationele
context, schoolcontext)
het effect van de behandeling hangt ook af van de omgeving, kind karakteristieken, familie
factoren, professionele netwerk. Als jij bijvoorbeeld familie hebt die je niet steunt, kan het
lang duren voordat de behandeling start. behandel het gehele systeem
Stemming:
Onderdeel van ons allemaal
Het is normaal dat het fluctueert over bepaalde tijd (per dag/leeftijdsfase)
Experience sampling method: in kaart brengen hoe stemming fluctueren over tijd
blijdschap nam over tijd af, verdriet en angst namen toe
Afwijkend als:
het context onafhankelijk is
kwantitatieve of kwalitatieve norm overschrijdt
het disproportioneel is(niet meer passend bij situatie)
het kan niet meer onderheiden worden van een emotie
Er is sprake van toename van ernst
Het andere terreinen verstoort: denken, gedrag
Het is niet te beïnvloeden: machteloosheid, hopeloosheid m.b.t. toekomst,
waardeloosheid (cognitive trade)
Stemming stoornissen in de DSM- 5
1. Depressieve stoornissen
Depressieve Disruptieve stemmingdiregulatiestoornis
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis
Premenstruele stemmingsstoornis
Depressieve stoornis door een: middel/mediatie. Somatische aandoening
Andere gespecifieerde depressieve stoornis
Ongespecificeerde depressieve stoornis.
2. Bipolaire stoonrnissen: manisch depresief
Bipolaire- 1- stoornis
Bipolaire – 2- stoornis