Analytische chemie LS 3 samenvatting;
Week 2.1; chromatografie
Zelfde als zwarte stift. Je
hebt nu 2 stippen, zet je
Stationaire fase in een bad met water.
(=papier) Vloeistoffront loopt
naar boven en gaan
mee, blauw loopt door
en groen gaat scheiden
want is geel met blauw
Vloeistof
door elkaar.
front Het papier is de
Elutie stationaire fase.
(richting)
Te scheiden monsters
(=inkt)
Mobiele fase = Eluens
(=water)
Het water is de mobiele
fase de beweging.
Eluens = de mobiele fase,
dus de bewegingsfase.
Elutie = de richting waarin
de mobiele fase zich
beweegt (in dit geval naar
boven).
De Rf-waarde is uniek voor een bepaalde
Front component in een bepaalde concentratie
en samenstelling bij een bepaalde meting
Beinvloeden Rf-waarde; temperatuur,
zuurgraad loopmiddel, looprichting.
a
Vertragingsfactor=Rf =
b
Loopafstand Front (=b)
Start t/m einde
Start
, Loopafstand blauwe component (=a)
Start t/m centrum van de stip
Doel dunnelaagchromatografie; stoffen in oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele fase; een vloeistof waarin de componenten oplossen.
Stationaire fase; een vaste stof waaraan de componenten zich deels hechten.
Werking; De componenten op de stationaire fase zullen deels oplossen in de mobiele fase
en worden zo meegevoerd. Na een stukje af te leggen zal er weer een deel hechten aan de
stationaire fase. Hoe beter een component hecht aan de stationaire fase/ slechter oplost in
de mobiele fase, hoe langzamer hij verplaatst. Zo kan je componenten scheiden op basis van
‘’affiniteit’’ voor de stationaire/mobiele fase.
Het kan ook met een kolom in plaats van een papier of plaat. Door een buis te vullen met je
stationaire fase en daar een mobiele fase langs te leiden kan je chromatografie uitvoeren.
Dit kan door gebruik te maken van veel verschillende principes. De verschillen in
molecuuleigenschappen die voor scheiding belangrijk zijn;
Oplosbaarheid/ verdeling; vaak zijn de componenten verdeeld over de stationaire
fase en de mobiele fase. De component lost enigszins in de stationaire fase op. Lost
het weinig op dan komt hij sneller uit een kolom dan een component die goed in
de stationaire fase oplost
Adsorptie; de fysische of chemische aanhechting van de te scheiden componenten
aan de stationaire. De stationaire fase is dan een vaste stof. De mobiele fase kan een
vloeistof of gas zijn. De ene soort moleculen wordt sterker gebonden en dus
afgeremd dan de andere soort.
Ionlading/ ionwisseling; geladen deeltjes zijn door onderlinge aantrekking of
afstoting de scheiding geven. De affiniteit tot de ionenwisselaar is groter naarmate
het tegen-ion een hogere lading heeft.
Kationenwisselaar = positieve ionen onderling uitgewisseld
Anionenwisselaar= basische ionen negatieve ionen uitgewisseld
Molecuulgrootte; componenten kunnen soms gescheiden worden door verschil in
molecuulgrootte, kleine moleculen worden vertraagd, grote moleculen niet. De
stationaire fase bestaat uit fijnverdeeld materiaal, kleine moleculen kunnen
doordringen in die holtes van het materiaal en blijven daardoor meer achter.
Doel Ionuitwissselingchromatografie; Ionen in oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele Fase; Een oplosmiddel met de ionen (bv water)
Stationaire fase; Een kunststof drager met daarop gehechte ionen. Dit kunnen kationen (+)
of anionen (-) zijn.
Werking; De ionen in de oplossing zullen hechten aan de stationaire ionen,
en later weer loskomen (zuur-base evenwicht). Ionen met een sterke lading
zullen vaker/langer binden met de stationaire fase en worden zo dus meer
vertraagd. Er wordt dus gescheiden op basis van ionlading.
Doel Gelpermeatiechromotografie; Deeltjes met verschillende grootte in
oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele Fase; Een oplosmiddel met de deeltjes
Week 2.1; chromatografie
Zelfde als zwarte stift. Je
hebt nu 2 stippen, zet je
Stationaire fase in een bad met water.
(=papier) Vloeistoffront loopt
naar boven en gaan
mee, blauw loopt door
en groen gaat scheiden
want is geel met blauw
Vloeistof
door elkaar.
front Het papier is de
Elutie stationaire fase.
(richting)
Te scheiden monsters
(=inkt)
Mobiele fase = Eluens
(=water)
Het water is de mobiele
fase de beweging.
Eluens = de mobiele fase,
dus de bewegingsfase.
Elutie = de richting waarin
de mobiele fase zich
beweegt (in dit geval naar
boven).
De Rf-waarde is uniek voor een bepaalde
Front component in een bepaalde concentratie
en samenstelling bij een bepaalde meting
Beinvloeden Rf-waarde; temperatuur,
zuurgraad loopmiddel, looprichting.
a
Vertragingsfactor=Rf =
b
Loopafstand Front (=b)
Start t/m einde
Start
, Loopafstand blauwe component (=a)
Start t/m centrum van de stip
Doel dunnelaagchromatografie; stoffen in oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele fase; een vloeistof waarin de componenten oplossen.
Stationaire fase; een vaste stof waaraan de componenten zich deels hechten.
Werking; De componenten op de stationaire fase zullen deels oplossen in de mobiele fase
en worden zo meegevoerd. Na een stukje af te leggen zal er weer een deel hechten aan de
stationaire fase. Hoe beter een component hecht aan de stationaire fase/ slechter oplost in
de mobiele fase, hoe langzamer hij verplaatst. Zo kan je componenten scheiden op basis van
‘’affiniteit’’ voor de stationaire/mobiele fase.
Het kan ook met een kolom in plaats van een papier of plaat. Door een buis te vullen met je
stationaire fase en daar een mobiele fase langs te leiden kan je chromatografie uitvoeren.
Dit kan door gebruik te maken van veel verschillende principes. De verschillen in
molecuuleigenschappen die voor scheiding belangrijk zijn;
Oplosbaarheid/ verdeling; vaak zijn de componenten verdeeld over de stationaire
fase en de mobiele fase. De component lost enigszins in de stationaire fase op. Lost
het weinig op dan komt hij sneller uit een kolom dan een component die goed in
de stationaire fase oplost
Adsorptie; de fysische of chemische aanhechting van de te scheiden componenten
aan de stationaire. De stationaire fase is dan een vaste stof. De mobiele fase kan een
vloeistof of gas zijn. De ene soort moleculen wordt sterker gebonden en dus
afgeremd dan de andere soort.
Ionlading/ ionwisseling; geladen deeltjes zijn door onderlinge aantrekking of
afstoting de scheiding geven. De affiniteit tot de ionenwisselaar is groter naarmate
het tegen-ion een hogere lading heeft.
Kationenwisselaar = positieve ionen onderling uitgewisseld
Anionenwisselaar= basische ionen negatieve ionen uitgewisseld
Molecuulgrootte; componenten kunnen soms gescheiden worden door verschil in
molecuulgrootte, kleine moleculen worden vertraagd, grote moleculen niet. De
stationaire fase bestaat uit fijnverdeeld materiaal, kleine moleculen kunnen
doordringen in die holtes van het materiaal en blijven daardoor meer achter.
Doel Ionuitwissselingchromatografie; Ionen in oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele Fase; Een oplosmiddel met de ionen (bv water)
Stationaire fase; Een kunststof drager met daarop gehechte ionen. Dit kunnen kationen (+)
of anionen (-) zijn.
Werking; De ionen in de oplossing zullen hechten aan de stationaire ionen,
en later weer loskomen (zuur-base evenwicht). Ionen met een sterke lading
zullen vaker/langer binden met de stationaire fase en worden zo dus meer
vertraagd. Er wordt dus gescheiden op basis van ionlading.
Doel Gelpermeatiechromotografie; Deeltjes met verschillende grootte in
oplossing van elkaar scheiden.
Mobiele Fase; Een oplosmiddel met de deeltjes