jeugdpsychologie
,Classificatie
- Het onderbrengen van individuele kenmerken van een persoon bij een algemeen
beeld zonder uitspraken te doen over oorzaken of indicaties voor hulp.
Diagnostiek
- Verkrijgen van valide beschrijving van de psychosociale werkelijkheid.
- Zoeken van verklaringen voor het ontstaan en voortbestaan van problemen en
deze toetsen.
- Bepalen welke interventies passend zijn.
- Bepalen van het effect is van hulp.
- Afstemmen van het onderzoek op de hulpvragers.
- Niet enkel via testonderzoek, maar ook door navragen functioneren en
ontwikkelingsbeloop, observeren en gedragsbeoordeling.
- Het onderbrengen van kenmerken van een persoon bij een algemeen beeld,
waarbij de mogelijk aanwezige causaliteit (samenhang en dynamiek tussen
verschijnselen) wordt onderzocht in de context.
Diagnose
- Een diagnose geeft een beeld van waarom deze persoon, op dit moment, in deze
context, de klachten ervaart die hij of zij op dit moment heeft en kan aanwijzingen
geven voor de meest passende behandeling.
Soorten psychologen
- Basispsycholoog (werkt altijd onder supervisie van iemand met een van de andere
functies).
- Gezondheidszorgpsycholoog, klinisch (neuro)psycholoog en psychotherapeut
(allen wettelijk geregistreerd volgens Wet BIG).
Bij diagnostiek bij kinderen moet je rekening houden met:
- De snelle ontwikkeling die kinderen doormaken.
- De invloed die de omgeving heeft op de ontwikkeling van kinderen.
- Wat als normale of afwijkende ontwikkeling beschouwd moet worden.
Continue ontwikkeling
- Proces waarbij een kind geleidelijk aan beter wordt op bepaalde cognitie functies
Discontinue ontwikkeling
- Proces waarbij kinderen op een cognitieve functie in korte tijd een grote
ontwikkelsprong doormaken.
Interindividuele verschillen
- Verschillen tussen kinderen
- Bij interpretatie van ontwikkelingstaken is het belangrijk rekening te houden met
een normale variatie.
Vertraagde ontwikkeling
- Hiervan is sprake wanneer het kind zich langzamer ontwikkeld dan zijn/haar
leeftijdsgenootjes.
Afwijkend gedrag
- Hierbij is sprake van kwalitatief ander gedrag.
Omgevingsfactoren die van belang zijn voor de ontwikkeling van het kind
- Leren en ontdekken (activiteiten en materialen die het kind krijgt aangeboden).
- Bieden van ondersteuning bij de ontwikkeling.
- Aanmoedigen van eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.
- Waarden en normen.
- Voeding en gezondheid.
2
, Verschil wetenschap en psychodiagnostiek
- Wetenschap is gericht op generaliseerbare antwoorden, psychodiagnostiek is
opzoek naar (unieke) antwoorden voor een individu of specifieke groep.
Richtlijnen uit wetenschapstheorie toepasbaar voor diagnostische praktijk
- Toets vermoedens (hypothesen) aan gegevens en stel (voor)oordelen bij als daar
aanleiding toe is.
- Zoek doelgericht en systematisch naar patronen en houd rekening met de
consistentie in die patronen.
- Hanteer theoretisch verantwoorde redeneringen en gegevens uit recent
wetenschappelijk onderzoek.
- Gebruik voldoende betrouwbare en valide diagnostische onderzoeksmiddelen.
- Leg verantwoording af aan collega’s en cliënten door de denk- en werkwijze
steeds expliciet te maken.
Proces van verwijzing
- Aanmelding door een erkend verwijzer (huisarts of medisch specialist)
- Jongeren van >16 jaar kunnen zichzelf aanmelden, ouders hoeven hiervan niet op
de hoogte te zijn.
- Om in te gaan op een hulpvraaag van jongeren <16 jaar is toestemming van
gezagsdragers nodig, voor jongeren tussen 12 en 16 jaar is ook toestemming van
de jongere nodig.
- In generalistische basis-ggz kan een cliënt zich rechtstreeks aanmelden, echter
voor vergoeding door een ziektekostenverzekering is een verwijzing van een arts
noodzakelijk.
Stappen in diagnostische cyclus
- Stap 1: klachtenanalyse
- Stap 2: probleemanalyse
- Stap 3: verklaringsanalyse
- Stap 4: indicatieanalyse
Stap 1: klachtenanalyse
- Een beeld krijgen van de vragen en klachten (in het hier en nu)
- Verhelderen van klachten en hulpvragen en hun onderlinge relatie:
aanknopingspunt voor verder onderzoek.
- Duidelijkheid geven over wat de cliënt kan verwachten en hoe de verdere
werkwijze eruit zou kunnen zien, en nagaan of de cliënt daarmee kan instemmen.
Stap 2: probleemanalyse
- Brede screening van klachten.
- In kaart brengen van de geschiedenis, relevante gedragingen en
omgevingsfactoren
- Inzet van ontwikkelingsanamnese, (hetero)anamnese, dossieronderzoek en
observatie van de cliënt of het cliëntsysteem, met als doel helderheid krijgen over
de situatie van de cliënt.
- Opstellen van een onderzoeksopzet waarin de problemen beschreven en geordend
worden en waarbij wordt gerefereerd aan wetenschappelijke literatuur,
gepubliceerde casuïstiek of ervaringskennis.
- Vergroten van inzicht in de hulpvraag op basis van kennisbestanden
(normgegevens van meetschalen, theoretische modellen over determinanten van
bepaalde problematiek, empirische studies enzovoort)
- Formuleren van toetsbare onderzoekvragen waarvan de antwoorden leiden tot het
beantwoorden van de hulpvraag.
Stap 3: verklaringsanalyse (toetsen van hypothesen)
- Toetsen van hypothesen over uitlokkende of instandhoudende factoren
- Vertalen van de onderzoeksvragen in hypothesen
- Bepalen van de toetsbare constructen voor elke hypothese
3