Hoofdstuk 1 Inleiding: hersens op ‘aan’
Vanaf de middelbare school doet de pubertijd zijn intrede en worden ouders bewust
door hun kinderen naar de achtergrond gedrukt. De wereld van de adolescent draait
om zijn of haar leeftijdgenoten.
Hersens op ‘aan’
Kinderen stellen vaak ‘repeteervragen’. Dit zijn vragen die ze herhalen omdat ze niet
weten welke vraag ze moeten stellen om het gewenste antwoord te krijgen.
Om een communicatie wederzijds uitwisselend te maken en tot een echte dialoog te
komen, moeten de gesprekspartners hun hersens op ‘aan’ hebben. Dit houdt in dat
ze beide moeten deelnemen aan het gesprek en denken en sprekend samen een
mening vormen.
De slimme puber
De belangrijkste verandering in de hersenen van een puber is dat er meer
verbindingen tussen hersencellen gemaakt worden, waardoor meer onderlinge
verbanden tussen de informatie in verschillende cellen mogelijk worden gemaakt.
Hierdoor heeft het kind de ervaring ‘plotseling’ alles te begrijpen. Dit is de bodem
voor de vaak eigenwijze houding van de puber.
Hoofdstuk 3 Pubers opvoeden: vallen en opstaan
Het is belangrijk dat het gedrag van een kind te zien is in de context van diens leven.
Met de grafische dossieranalyse kan dit. Hierbij wordt in één oogopslag alle
gebeurtenissen, belangrijke mensen en iemands levensgeschiedenis zichtbaar.
Aandachtsroute van geboorte tot adolescent
In iedere fase zijn verschillende ontwikkelingstaken die het kind moet vervullen. In
deze aandachtsroute staan de essentiële aspecten die van belang zijn voor een
goede ontwikkeling.
, Als een aandachtspunt onvoldoende is ontwikkeld, komt dit tijdens de puberteit weer
boven.
1a de hechting van een kind bepaalt in belangrijke mate hoe een kind in de wereld
staat en of hij of zij mensen vertrouwt of niet. De aard van de hechting vormt de
bodem van het leggen van relaties.
1b op basis van een veilige hechting ontwikkelt een kind zelfstandigheid. Dit houdt
in dat je kunt inschatten of je iets zelf kunt doen of dat je iemands hulp moet vragen
en wie dan.