Inhoud
Thema 1: basisconcepten............................................................................2
1.1 Wetenschappelijk onderzoek..............................................................2
1.2: Operationalisatie................................................................................4
1.3: Betrouwbaarheid en validiteit............................................................7
Thema 2: Modellen, designs en onderzoeksvragen...................................13
2.1: Structurele modellen.......................................................................13
2.2: Typen designs..................................................................................13
2.3: Onderzoeksvragen en hypothesen..................................................17
2.4: Extra curriculaire verdieping............................................................21
Thema 3: Univariate analyse.....................................................................22
3.1: Data en meetniveaus.......................................................................22
3.2: Beschrijvingsmaten.........................................................................25
3.3: Verdelingsvormen en maten............................................................31
3.4: Steekproevenverdeling en betrouwbaarheidsintervallen.................36
Thema 4: Correlatie...................................................................................37
4.1: Het verband tussen twee continue variabelen................................37
4.2: De correlatiecoëfficiënt....................................................................39
4.3: De steekproevenverdeling van Pearson’s r......................................43
4.4: Het BI van Person’s r........................................................................44
4.5: De p-waarde van Pearson’s r...........................................................48
4.6: type 1 en type 2 fouten...................................................................53
4.7: Power en multiple testing................................................................59
Thema 5: Regressie....................................................................................65
5.1: lineaire regressieanalyse.................................................................65
5.2: de steekproevenverdeling van beta................................................70
5.3: dichotome onafhankelijke variabelen..............................................77
Thema 6: t-toetsen en Cohen’s d...............................................................79
6.1: onafhankelijke steekproeven...........................................................79
6.2: afhankelijke steekproeven...............................................................87
Thema 7: ANOVA........................................................................................90
7.1: variantieanalyse..............................................................................90
,Thema 8: ethiek.......................................................................................107
8.2: ethiek.............................................................................................107
Thema 1: basisconcepten
1.1 Wetenschappelijk onderzoek
Wetenschap
Wetenschap vormt de zoektocht naar kennis, waarbij die kennis via een
systematische methode wordt verkregen. De wetenschappelijke methode vormt
een systematische methode om te leren over de werkelijkheid.
Onderzoekcyclus
Vijf fasen in het systematische proces van wetenschappelijk onderzoek, die
samen de empirische onderzoekcyclus vormen. Empirisch onderzoek is
onderzoek waarbij data wordt verzameld.
1. Onderzoeksvraag formuleren
2. Studie ontwerpen
3. Data verzamelen
4. Data analyseren
5. Rapporteren
Poweranalyses een berekening om de minimale steekproefomvang voor het
onderzoek te bepalen.
Preregistratie vastleggen van onderzoeksvraag, onderzoeksopzet en methode
van dataverzameling en -analyse.
Full disclosure wordt volledige openheid over onderzoeksproces gegeven.
Vroeger werden artikelen gedrukt, was duur, dus moesten bondig zijn. Nu digitaal
makkelijker/goedkoper om alle data te delen.
Verspreiding van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek
1665 verscheen eerste wetenschappelijke tijdschrift onder leiding van Henry
Oldenburg.
Onderzoeker/wetenschaper sturen artikelen naar journals. Artikelen worden eerst
beoordeeld door andere wetenschappers (peer review), voordat ze geaccepteerd
worden voor publicatie. is betaald dus niet iedereen kan dit inzien, is een nadeel
van deze constructie.
Open acces-tijfschriften zijn voor iedereen gratis. (PLOS ONE, Nederlandse Journal
of Open Psychology data).
Replicatiecrisis in 2011 had Diederik Stapel grootschalig data gefingeerd voor
zijn wetenschappelijk onderzoek. Dus ontstond crisis. Bekende psychologische
studies werden herhaald, maar veel waren niet te repliceren. Dit is
problematisch, omdat dit betekent dat veel bekende effecten uit de psychologie
niet zo robuust zijn als we aanvankelijk dachten.
, Stapel-affaire , heeft ervoor gezorgd dat psychologie bewuster is geworden
van de noodzaak tot preregistratie en full disclosure.
Niet te kunnen repliceren van onderzoeksuitkomsten is deels te verklaren door:
- Publicatiebias de neiging van tijdschriften om alleen studies te publiceren
die effecten laten zien, dus waarbij de theorie die getoetst wordt in een
artikel overeenkomt met de gevonden data.
- Dubieuze onderzoekspraktijken zijn er in verschillende soorten en maten.
Een gemene deler is dat de dataverzameling, -analyse en -rapportage
gebaseerd is op het verkrijgen van gewenste resultaten in plaats van op het
zuiver uitvoeren van onderzoek, ongeacht de resultaten.
Het doel van wetenschappelijk onderzoek is om te leren over de werkelijkheid. Bij
dubieuze onderzoekspraktijken staat deze zuivere waarheidsvinding niet meer
centraal en wordt het onderzoek, al dan niet bewust, beïnvloed door het
toewerken naar gewenste resultaten.
Het fingeren of falsificeren van data is een groot vergrijp. Bij dubieuze
onderzoekspraktijken gaat het meestal om kleinere zaken zoals:
- Het selectief rapporteren van variabelen of condities in een studie
- Flexibiliteit bij de data-analyse
o op basis van de uitkomsten van de data-analyse besluiten om wel of
niet een extra variabele in de analyse te betrekken of om bepaalde
afwijkende scores wel of niet in de dataset te laten.
- Selectiviteit of flexibiliteit bij het opstellen van de hypotheses
o op basis van uitkomsten bepaalde hypotheses achterwege laten of
aanpassen zodat dit beter aansluit.
- Flexibiliteit bij de dataverzameling
o Op basis van resultaten besluiten om extra data te verzamelen omdat
voorlopige data analyse niet het gewenste effect laat zien, of juist wel.
Fasen van empirische onderzoekcyclus worden vaak te flexibel opgevat.
Doorlopen van cyclus is iteratief proces, maar het is belangrijk dat de
onderzoeksvraag, opzet en het plan voor dataverzameling en -analyse al vast
liggen preregistratie. Op deze manier kan onderzoek leiden tot zuivere
kennis.
Wanneer een preregistratie van een onderzoek bij een journal wordt ingediend en
geaccepteerd, is het gebruikelijk dat de onderzoeksresultaten ook worden
gepubliceerd, ongeacht of het onderzoek de verwachte effecten laat zien of niet.
Voorwaarde dat het onderzoek is uitgevoerd zoals voorgesteld in de
preregistratie. Verkleind kans op publication bias.
Hoe leidt publicatiebias er toe dat een deel van het psychologisch onderzoek niet
goed repliceerbaar is?
publicatiebias verwijst naar het fenomeen dat het makkelijker is om onderzoek
te publiceren dat wel een effect laat zien dan onderzoek dat geen effect laat zien.
, Omdat journals met onderzoeken dat effecten aantoont interessanter vinden om
te publiceren.
Wordt ook wel file-drawer-probleem genoemd omdat onderzoek dat geen effect
laat zien in de kast blijft liggen.
Hoe leiden dubieuze onderzoekspraktijken er toe dat een deel van het
psychologisch onderzoek niet goed repliceerbaar is?
gewenste uitkomsten worden beïnvloed, al dan niet bewust.
1.2: Operationalisatie
Variabelen
Variabele iets dat varieert, of zou kunnen variëren.
Psychologische variabelen of constructen
Psychologische variabelen zijn
- niet direct observeerbaar
- hebben geen eenduidige definities
- geen eenheid om in te meten
- intelligentie, IQ-punten is een uitzondering
Constructen psychologische variabelen waarbij de definitie is afgeleid vanuit
theorie en waarbij de definitie specificeert wat wel en wat niet tot de variabele
behoort.
Psychologische constructen zijn theoretisch omdat we niet weten of ze ‘echt
bestaan’.
Constructen kunnen andere variabelen (die wel direct observeerbaar zijn)
voorspellen of beïnvloeden.
Belangrijk dat er een duidelijke, eenduidige en uitgebreide definitie van het
construct is.
Operationalisaties
Operationalisaties om constructen te meten. Maakt het construct concreet en
tastbaar.
Operationalisaties vormen de vertaling van de definitie van het theoretische
construct naar een meetinstrument of manipulatie.
Twee soorten operationalisaties meetinstrumenten en manipulaties.
Meetinstrumenten
Meetinstrument op consistente wijze een variabele kwantificeren. Niet de
bedoeling dat er iets wordt beïnvloed.
In dit soort meetinstrumenten worden constructen gemeten met
verschillende items (stimuli ), die samen het betreffende construct omvatten. Aan
reacties op die items worden op een consistente manier getallen toegekend. Elke
reactie op een item krijgt een score en die scores worden gemiddeld of opgeteld
om tot een totaalscore voor die variabele te komen.
Thema 1: basisconcepten............................................................................2
1.1 Wetenschappelijk onderzoek..............................................................2
1.2: Operationalisatie................................................................................4
1.3: Betrouwbaarheid en validiteit............................................................7
Thema 2: Modellen, designs en onderzoeksvragen...................................13
2.1: Structurele modellen.......................................................................13
2.2: Typen designs..................................................................................13
2.3: Onderzoeksvragen en hypothesen..................................................17
2.4: Extra curriculaire verdieping............................................................21
Thema 3: Univariate analyse.....................................................................22
3.1: Data en meetniveaus.......................................................................22
3.2: Beschrijvingsmaten.........................................................................25
3.3: Verdelingsvormen en maten............................................................31
3.4: Steekproevenverdeling en betrouwbaarheidsintervallen.................36
Thema 4: Correlatie...................................................................................37
4.1: Het verband tussen twee continue variabelen................................37
4.2: De correlatiecoëfficiënt....................................................................39
4.3: De steekproevenverdeling van Pearson’s r......................................43
4.4: Het BI van Person’s r........................................................................44
4.5: De p-waarde van Pearson’s r...........................................................48
4.6: type 1 en type 2 fouten...................................................................53
4.7: Power en multiple testing................................................................59
Thema 5: Regressie....................................................................................65
5.1: lineaire regressieanalyse.................................................................65
5.2: de steekproevenverdeling van beta................................................70
5.3: dichotome onafhankelijke variabelen..............................................77
Thema 6: t-toetsen en Cohen’s d...............................................................79
6.1: onafhankelijke steekproeven...........................................................79
6.2: afhankelijke steekproeven...............................................................87
Thema 7: ANOVA........................................................................................90
7.1: variantieanalyse..............................................................................90
,Thema 8: ethiek.......................................................................................107
8.2: ethiek.............................................................................................107
Thema 1: basisconcepten
1.1 Wetenschappelijk onderzoek
Wetenschap
Wetenschap vormt de zoektocht naar kennis, waarbij die kennis via een
systematische methode wordt verkregen. De wetenschappelijke methode vormt
een systematische methode om te leren over de werkelijkheid.
Onderzoekcyclus
Vijf fasen in het systematische proces van wetenschappelijk onderzoek, die
samen de empirische onderzoekcyclus vormen. Empirisch onderzoek is
onderzoek waarbij data wordt verzameld.
1. Onderzoeksvraag formuleren
2. Studie ontwerpen
3. Data verzamelen
4. Data analyseren
5. Rapporteren
Poweranalyses een berekening om de minimale steekproefomvang voor het
onderzoek te bepalen.
Preregistratie vastleggen van onderzoeksvraag, onderzoeksopzet en methode
van dataverzameling en -analyse.
Full disclosure wordt volledige openheid over onderzoeksproces gegeven.
Vroeger werden artikelen gedrukt, was duur, dus moesten bondig zijn. Nu digitaal
makkelijker/goedkoper om alle data te delen.
Verspreiding van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek
1665 verscheen eerste wetenschappelijke tijdschrift onder leiding van Henry
Oldenburg.
Onderzoeker/wetenschaper sturen artikelen naar journals. Artikelen worden eerst
beoordeeld door andere wetenschappers (peer review), voordat ze geaccepteerd
worden voor publicatie. is betaald dus niet iedereen kan dit inzien, is een nadeel
van deze constructie.
Open acces-tijfschriften zijn voor iedereen gratis. (PLOS ONE, Nederlandse Journal
of Open Psychology data).
Replicatiecrisis in 2011 had Diederik Stapel grootschalig data gefingeerd voor
zijn wetenschappelijk onderzoek. Dus ontstond crisis. Bekende psychologische
studies werden herhaald, maar veel waren niet te repliceren. Dit is
problematisch, omdat dit betekent dat veel bekende effecten uit de psychologie
niet zo robuust zijn als we aanvankelijk dachten.
, Stapel-affaire , heeft ervoor gezorgd dat psychologie bewuster is geworden
van de noodzaak tot preregistratie en full disclosure.
Niet te kunnen repliceren van onderzoeksuitkomsten is deels te verklaren door:
- Publicatiebias de neiging van tijdschriften om alleen studies te publiceren
die effecten laten zien, dus waarbij de theorie die getoetst wordt in een
artikel overeenkomt met de gevonden data.
- Dubieuze onderzoekspraktijken zijn er in verschillende soorten en maten.
Een gemene deler is dat de dataverzameling, -analyse en -rapportage
gebaseerd is op het verkrijgen van gewenste resultaten in plaats van op het
zuiver uitvoeren van onderzoek, ongeacht de resultaten.
Het doel van wetenschappelijk onderzoek is om te leren over de werkelijkheid. Bij
dubieuze onderzoekspraktijken staat deze zuivere waarheidsvinding niet meer
centraal en wordt het onderzoek, al dan niet bewust, beïnvloed door het
toewerken naar gewenste resultaten.
Het fingeren of falsificeren van data is een groot vergrijp. Bij dubieuze
onderzoekspraktijken gaat het meestal om kleinere zaken zoals:
- Het selectief rapporteren van variabelen of condities in een studie
- Flexibiliteit bij de data-analyse
o op basis van de uitkomsten van de data-analyse besluiten om wel of
niet een extra variabele in de analyse te betrekken of om bepaalde
afwijkende scores wel of niet in de dataset te laten.
- Selectiviteit of flexibiliteit bij het opstellen van de hypotheses
o op basis van uitkomsten bepaalde hypotheses achterwege laten of
aanpassen zodat dit beter aansluit.
- Flexibiliteit bij de dataverzameling
o Op basis van resultaten besluiten om extra data te verzamelen omdat
voorlopige data analyse niet het gewenste effect laat zien, of juist wel.
Fasen van empirische onderzoekcyclus worden vaak te flexibel opgevat.
Doorlopen van cyclus is iteratief proces, maar het is belangrijk dat de
onderzoeksvraag, opzet en het plan voor dataverzameling en -analyse al vast
liggen preregistratie. Op deze manier kan onderzoek leiden tot zuivere
kennis.
Wanneer een preregistratie van een onderzoek bij een journal wordt ingediend en
geaccepteerd, is het gebruikelijk dat de onderzoeksresultaten ook worden
gepubliceerd, ongeacht of het onderzoek de verwachte effecten laat zien of niet.
Voorwaarde dat het onderzoek is uitgevoerd zoals voorgesteld in de
preregistratie. Verkleind kans op publication bias.
Hoe leidt publicatiebias er toe dat een deel van het psychologisch onderzoek niet
goed repliceerbaar is?
publicatiebias verwijst naar het fenomeen dat het makkelijker is om onderzoek
te publiceren dat wel een effect laat zien dan onderzoek dat geen effect laat zien.
, Omdat journals met onderzoeken dat effecten aantoont interessanter vinden om
te publiceren.
Wordt ook wel file-drawer-probleem genoemd omdat onderzoek dat geen effect
laat zien in de kast blijft liggen.
Hoe leiden dubieuze onderzoekspraktijken er toe dat een deel van het
psychologisch onderzoek niet goed repliceerbaar is?
gewenste uitkomsten worden beïnvloed, al dan niet bewust.
1.2: Operationalisatie
Variabelen
Variabele iets dat varieert, of zou kunnen variëren.
Psychologische variabelen of constructen
Psychologische variabelen zijn
- niet direct observeerbaar
- hebben geen eenduidige definities
- geen eenheid om in te meten
- intelligentie, IQ-punten is een uitzondering
Constructen psychologische variabelen waarbij de definitie is afgeleid vanuit
theorie en waarbij de definitie specificeert wat wel en wat niet tot de variabele
behoort.
Psychologische constructen zijn theoretisch omdat we niet weten of ze ‘echt
bestaan’.
Constructen kunnen andere variabelen (die wel direct observeerbaar zijn)
voorspellen of beïnvloeden.
Belangrijk dat er een duidelijke, eenduidige en uitgebreide definitie van het
construct is.
Operationalisaties
Operationalisaties om constructen te meten. Maakt het construct concreet en
tastbaar.
Operationalisaties vormen de vertaling van de definitie van het theoretische
construct naar een meetinstrument of manipulatie.
Twee soorten operationalisaties meetinstrumenten en manipulaties.
Meetinstrumenten
Meetinstrument op consistente wijze een variabele kwantificeren. Niet de
bedoeling dat er iets wordt beïnvloed.
In dit soort meetinstrumenten worden constructen gemeten met
verschillende items (stimuli ), die samen het betreffende construct omvatten. Aan
reacties op die items worden op een consistente manier getallen toegekend. Elke
reactie op een item krijgt een score en die scores worden gemiddeld of opgeteld
om tot een totaalscore voor die variabele te komen.