Hoorcollege 1 - introductiecollege
- Werkt het wel om mensen in hokjes te plaatsen?
- Toename psychische klachten jongeren
o Social media
o Eenzaamheid
o Prestatiedruk
o Etc.
Hoe werkt de GGZ?
- Volwassen persoon komt zelf met hulpvraag
- Basis GGZ of specialistische GGZ
- Zorgprestatiemodel
o Diagnostiek of behandeling
o Ernst inschatting > aantal vergoede sessies
- Evidence-based behandelingen: ggzstandaarden.nl
Mensen zijn meer dan hun symptomen
- Wanneer zijn ze begonnen?
- Waarom nu deze symptomen?
- Oorzaken en gevolgen
- Wat houdt het in stand
- Context?
Zelfrapportage vragenlijst is niet hetzelfde als klinisch interview
Classificatie vs symptomen
- Individuele kenmerken op een spectrum: iedereen is verschillend
- Context afhankelijk of iets een probleem is
- Momentopname
Omgeving en variatie
- Waar de een tot bloei komt kan voor de ander juist een lastige omgeving
zijn
- Meer stemmingsstoornissen in stedelijke gebieden
- Zijn klachten verantwoordelijkheid van individu
- Mismatch omgeving-individu?
Wat zijn symptomen
- Uitingvorm van onderliggende problematiek
- (mal)adaptieve aanpassen op omgeving
- Wat is de relatie tussen oorzaak en symptomen?
- Een zelfde oorzaak kan verschillende gevolgen hebben (bijv verschillende
reacties op trauma)
- Symptomen kunnen een verschillende oorzaak hebben
- Meestal zit er een positieve kant aan onderliggende probleem >
instandhouding
Orde scheppen in de chaos van symptomen
- DSM
- Passen mensen wel goed in een hokje?
DSM
, - Criterium A = belangrijkste kenmerken
- Criterium B+C = aanvullende kenmerken
- Daarna exclusiecriteria
- Leer de prevalentie van stoornissen!
DSM limitaties
- Comorbiditeit is de regel
- Afbakening onduidelijk want veel overlap en veel heterogeniteit
- Versnippering
- Puur gericht op symptomen en niet onderliggende etiologie
Alternatieven voor de DSM
- Research domain criteria > symptoomcluster linken aan neurobiologie
(RDOC)
o Bedacht toen we hoopten dat alles biologisch verklaarbaar zouden
zijn
o Maar niet alles is biologisch verklaarbaar, te weinig kennis
o Neurobiologische constructen zijn weinig specifiek
o Zelfs als het zou werken: meeste praktijken hebben niet juiste
apparatuur
o Wel goede bouwblokken voor onderzoek naar onderliggende
neurobiologie
- Hierarchical taxonomy of psychopathologie > psychopathologie spectra
(HiTOP)
o Begint met internaliserend vs. Externaliserend
o Twee uiterste niet goed mogelijk
o General factor > onbekend wat dat inhoudt
o Wel goed overzich van samenhang tussen stoornissen
- Netwerk theorie > samenhang van symptomen onderling
o Geen onderliggend construct
o Focus op symptomen en onderlinge samenhang
o Puur correlaties > geen causaliteit
o Wel inzichtgevend voor patient zelf en behandeling
Beschrijvende diagnose
- Kwetsbaarheden/predisponerend
- Oorzaken/luxerend
- Instandhoudende factorren
- Gevolgen
Waar op letten?
- Wat is hulpvraag?
- Is dit de eerste keer bij GGZ?
- Welk cluster speelt er? (zie bijv. HiTOP)
- Ernst inschatten
- Wat is de rol van het systeem/omgeving?
Take home message
- Mensen zijn divers en ingewikkeld
- Symptomen kunnen uitingsvormen zijn van iets onderliggends
- DSM-classificaties zijn labels om te ordenen (geen alternatief)
- Aan therapeuten de taak om
o Orde te scheppen in symptomen
, o Te begrijpen waarom (predisponerend, luxerende en
instandhoudende factoren)
o Te begrijpen waar de nood zit en wat het beste aangrijpingspunt is.
Hoorcollege 2 – angststoornissen
1. Abnormaal is niet: aard van de angstrespons zelf
2. Abnormaal is wel: intensiteit van de respons (niet in verhouding tot ernst
van de dreiging)
3. Voor diagnose angststoornis: subjectief lijden/hinder
Mensen met een angststoornis zijn bang voor dingen die in de regel ‘normaal’ zijn
en wel echt kunnen. Zoals lichamelijke sensaties, blozen of sociale interacties
Verschillende angststoornissen
- Verlatingsangst
- Selectief mutisme
- Specifieke fobie
- Sociale angststoornis
- Paniekstoornis
- Gegeneraliseerde angststoornis
Prevalentie
- Bijna 20% krijgt ooit in zijn leven een angststoornis
Cruciale elementen angstoornissen (overlap)
- CS = ‘voorspeller’ van gevaar
- US= gevreest gevaar/catastrophe
- CS > US/UR > CR: voorbeeld paniekstoornis
- Veiligheidsgedrag en vermijdingsgedrag
- Emotie, i.h.b. subjectieve angst, reactie op CS
- Angstige driehoek: gedachten > gevoel > gedrag (G-schema)
Diagnose-specifieke ‘cognitieve kern’ (verschillen
- Paniekstoornis: catastrofale misinterpretatie van lichamelijke sensaties
- Sociale angststoornis: angst voor afkeuring door anderen om anderen
tekenen van sociale angst zien (blozen, trillen etc.)
- Specifieke fobieën: afhankelijk van aard fobie
- GAS: wisselend (piekeren is vervelend maar eigenlijk goed)
Comorbiditeit
- Hoog met andere angststoornissen
- Hoog met depressie
o Depressie vaker piekeren over verleden angst over toekomst
- Hoog met andere stoornissen, bv alcoholverslaving
- Vuistregel: primaire angststoornis, dan 50% kans op ten minste 1
comorbide stoornis
- Werkt het wel om mensen in hokjes te plaatsen?
- Toename psychische klachten jongeren
o Social media
o Eenzaamheid
o Prestatiedruk
o Etc.
Hoe werkt de GGZ?
- Volwassen persoon komt zelf met hulpvraag
- Basis GGZ of specialistische GGZ
- Zorgprestatiemodel
o Diagnostiek of behandeling
o Ernst inschatting > aantal vergoede sessies
- Evidence-based behandelingen: ggzstandaarden.nl
Mensen zijn meer dan hun symptomen
- Wanneer zijn ze begonnen?
- Waarom nu deze symptomen?
- Oorzaken en gevolgen
- Wat houdt het in stand
- Context?
Zelfrapportage vragenlijst is niet hetzelfde als klinisch interview
Classificatie vs symptomen
- Individuele kenmerken op een spectrum: iedereen is verschillend
- Context afhankelijk of iets een probleem is
- Momentopname
Omgeving en variatie
- Waar de een tot bloei komt kan voor de ander juist een lastige omgeving
zijn
- Meer stemmingsstoornissen in stedelijke gebieden
- Zijn klachten verantwoordelijkheid van individu
- Mismatch omgeving-individu?
Wat zijn symptomen
- Uitingvorm van onderliggende problematiek
- (mal)adaptieve aanpassen op omgeving
- Wat is de relatie tussen oorzaak en symptomen?
- Een zelfde oorzaak kan verschillende gevolgen hebben (bijv verschillende
reacties op trauma)
- Symptomen kunnen een verschillende oorzaak hebben
- Meestal zit er een positieve kant aan onderliggende probleem >
instandhouding
Orde scheppen in de chaos van symptomen
- DSM
- Passen mensen wel goed in een hokje?
DSM
, - Criterium A = belangrijkste kenmerken
- Criterium B+C = aanvullende kenmerken
- Daarna exclusiecriteria
- Leer de prevalentie van stoornissen!
DSM limitaties
- Comorbiditeit is de regel
- Afbakening onduidelijk want veel overlap en veel heterogeniteit
- Versnippering
- Puur gericht op symptomen en niet onderliggende etiologie
Alternatieven voor de DSM
- Research domain criteria > symptoomcluster linken aan neurobiologie
(RDOC)
o Bedacht toen we hoopten dat alles biologisch verklaarbaar zouden
zijn
o Maar niet alles is biologisch verklaarbaar, te weinig kennis
o Neurobiologische constructen zijn weinig specifiek
o Zelfs als het zou werken: meeste praktijken hebben niet juiste
apparatuur
o Wel goede bouwblokken voor onderzoek naar onderliggende
neurobiologie
- Hierarchical taxonomy of psychopathologie > psychopathologie spectra
(HiTOP)
o Begint met internaliserend vs. Externaliserend
o Twee uiterste niet goed mogelijk
o General factor > onbekend wat dat inhoudt
o Wel goed overzich van samenhang tussen stoornissen
- Netwerk theorie > samenhang van symptomen onderling
o Geen onderliggend construct
o Focus op symptomen en onderlinge samenhang
o Puur correlaties > geen causaliteit
o Wel inzichtgevend voor patient zelf en behandeling
Beschrijvende diagnose
- Kwetsbaarheden/predisponerend
- Oorzaken/luxerend
- Instandhoudende factorren
- Gevolgen
Waar op letten?
- Wat is hulpvraag?
- Is dit de eerste keer bij GGZ?
- Welk cluster speelt er? (zie bijv. HiTOP)
- Ernst inschatten
- Wat is de rol van het systeem/omgeving?
Take home message
- Mensen zijn divers en ingewikkeld
- Symptomen kunnen uitingsvormen zijn van iets onderliggends
- DSM-classificaties zijn labels om te ordenen (geen alternatief)
- Aan therapeuten de taak om
o Orde te scheppen in symptomen
, o Te begrijpen waarom (predisponerend, luxerende en
instandhoudende factoren)
o Te begrijpen waar de nood zit en wat het beste aangrijpingspunt is.
Hoorcollege 2 – angststoornissen
1. Abnormaal is niet: aard van de angstrespons zelf
2. Abnormaal is wel: intensiteit van de respons (niet in verhouding tot ernst
van de dreiging)
3. Voor diagnose angststoornis: subjectief lijden/hinder
Mensen met een angststoornis zijn bang voor dingen die in de regel ‘normaal’ zijn
en wel echt kunnen. Zoals lichamelijke sensaties, blozen of sociale interacties
Verschillende angststoornissen
- Verlatingsangst
- Selectief mutisme
- Specifieke fobie
- Sociale angststoornis
- Paniekstoornis
- Gegeneraliseerde angststoornis
Prevalentie
- Bijna 20% krijgt ooit in zijn leven een angststoornis
Cruciale elementen angstoornissen (overlap)
- CS = ‘voorspeller’ van gevaar
- US= gevreest gevaar/catastrophe
- CS > US/UR > CR: voorbeeld paniekstoornis
- Veiligheidsgedrag en vermijdingsgedrag
- Emotie, i.h.b. subjectieve angst, reactie op CS
- Angstige driehoek: gedachten > gevoel > gedrag (G-schema)
Diagnose-specifieke ‘cognitieve kern’ (verschillen
- Paniekstoornis: catastrofale misinterpretatie van lichamelijke sensaties
- Sociale angststoornis: angst voor afkeuring door anderen om anderen
tekenen van sociale angst zien (blozen, trillen etc.)
- Specifieke fobieën: afhankelijk van aard fobie
- GAS: wisselend (piekeren is vervelend maar eigenlijk goed)
Comorbiditeit
- Hoog met andere angststoornissen
- Hoog met depressie
o Depressie vaker piekeren over verleden angst over toekomst
- Hoog met andere stoornissen, bv alcoholverslaving
- Vuistregel: primaire angststoornis, dan 50% kans op ten minste 1
comorbide stoornis