H7. Het zenuwstelsel
Structuren van het zenuwstelsel
Zenuwstelsel bevat miljard zenuwcellen, over
het hele lichaam verspreid als communicatienet.
Bestaat uit neuronen, met uitlopers, gliacellen,
het steunweefsel dat ondersteunt en beschermd
Gliaweefsel = bindweefsel van het zenuwstelsel.
Neuronen, of zenuwcellen opgebouwd uit:
• Het perikaryon = het cellichaam met de kern
• De dendrieten = korte, sterk vertakte uitlopers van cellichaam, informatie naar zenuwcel.
• Het axon = lange celuitloper, informatie vanuit cel afvoert. Ofwel neuriet, zowel dendriet.
2 hoofdfuncties van het zenuwstelsel zijn:
1. Waarnemen, analyseren, verwerken en verspreiden van alle informatie die als prikkel
binnenkomt via ogen, reuk, smaak en tast of mechanische of chemische veranderingen
binnen en buiten het lichaam gebeurd door sensorische cellen.
2. Het direct of indirect organiseren en coördineren van de meeste lichaamsfuncties: het
bewegen van spieren, werking interne organen (hart, longen en darmen), en geestelijke
activiteiten (denken, bewustzijn en onze wil) verlopen via motorische cellen.
Door schakelcellen wordt tussen beide contact verzorgt, binnenkomende informatie wordt
doorgeven aan andere delen van het zenuwstelsel.
Grijze en witte stof
Grijze stof: Cellichamen, dendrieten en steuncellen (donker van kleur).
Witte stof: Axonen met myeline, een vetachtige, witte stof.
Neuronen verbinden elkaar via axonen. Waar axonen en dendrieten contact maken = synaps.
Synaps
Bestaat uit 2 delen:
• Presynaptische deel = aanvoerende zenuwuitlopers
• Postsynaptische deel = afvoerende zenuwuitlopers
Door contact neuronen is overdracht informatie mogelijk. Dit gebeurd door het doorgeven van
elektrische stroompjes = impuls langs de zenuwvezel en zijn uitlopers. Scheiden een chemische
stof af = neurotransmitters.
Elektrische impulsen worden doorgegeven via synapsen. Als een impuls het presynaptische deel
van een neuron bereikt, wordt een neurotransmitter in de synaptische spleet vrijgelaten. Deze
stof bereikt het postsynaptische deel, wat een nieuw elektrisch stroompje veroorzaakt. Zo
worden signalen in het zenuwstelsel
doorgegeven. Daarna afgebroken zodat
het opnieuw plaats vindt.
, Indeling zenuwstelsel
• De anatomische indeling, zenuwstelsel aan de hand van ligging wordt ingedeeld.
o Centrale zenuwstelsel (CZS), → hersen en het ruggenmerg.
▪ Het ruggenmerg
▪ De hersenstam:
• Het verlengde merg
• De bug= overgang hersenstam en hersenen
• De middenhersenen
▪ De tussen hersenen
▪ De grote hersenen
▪ De kleine hersenen
o Perifere zenuwstelsel → hersenen- en ruggenmergzenuwen
• Het fysiologische, manier waarop processen plaatsvinden.
o Willekeurig zenuwstelsel → onder invloed van onze wil (bv. Bewegingen)
o Onwillekeurig zenuwstelsel, autonome of vegetatieve → niet onder invloed van
onze wil, regelt de orgaan functies.
Indeling centraal/perifeer en willekeurig/ onwillekeurig lopen door elkaar heen.
In het centrale en in het perifere zenuwstelsel zijn zenuwbanen die:
• informatie aanvoeren = opstijgende zenuwbanen = afferente.
o Ze brengen informatie van zintuigen naar de hersenen.
o Sensibel → prikkels vanuit het lichaam.
o Sensorisch → prikkels van zintuigen dus van buiten het lichaam.
• informatie afvoeren = afdalende zenuwbanen = efferente.
o Motorisch → geleiden informatie vanaf de hersen naar de motorische cellen in
het ruggenmerg, die vervolgens weer beweging van spieren verzorgt.
Structuren van het zenuwstelsel
Zenuwstelsel bevat miljard zenuwcellen, over
het hele lichaam verspreid als communicatienet.
Bestaat uit neuronen, met uitlopers, gliacellen,
het steunweefsel dat ondersteunt en beschermd
Gliaweefsel = bindweefsel van het zenuwstelsel.
Neuronen, of zenuwcellen opgebouwd uit:
• Het perikaryon = het cellichaam met de kern
• De dendrieten = korte, sterk vertakte uitlopers van cellichaam, informatie naar zenuwcel.
• Het axon = lange celuitloper, informatie vanuit cel afvoert. Ofwel neuriet, zowel dendriet.
2 hoofdfuncties van het zenuwstelsel zijn:
1. Waarnemen, analyseren, verwerken en verspreiden van alle informatie die als prikkel
binnenkomt via ogen, reuk, smaak en tast of mechanische of chemische veranderingen
binnen en buiten het lichaam gebeurd door sensorische cellen.
2. Het direct of indirect organiseren en coördineren van de meeste lichaamsfuncties: het
bewegen van spieren, werking interne organen (hart, longen en darmen), en geestelijke
activiteiten (denken, bewustzijn en onze wil) verlopen via motorische cellen.
Door schakelcellen wordt tussen beide contact verzorgt, binnenkomende informatie wordt
doorgeven aan andere delen van het zenuwstelsel.
Grijze en witte stof
Grijze stof: Cellichamen, dendrieten en steuncellen (donker van kleur).
Witte stof: Axonen met myeline, een vetachtige, witte stof.
Neuronen verbinden elkaar via axonen. Waar axonen en dendrieten contact maken = synaps.
Synaps
Bestaat uit 2 delen:
• Presynaptische deel = aanvoerende zenuwuitlopers
• Postsynaptische deel = afvoerende zenuwuitlopers
Door contact neuronen is overdracht informatie mogelijk. Dit gebeurd door het doorgeven van
elektrische stroompjes = impuls langs de zenuwvezel en zijn uitlopers. Scheiden een chemische
stof af = neurotransmitters.
Elektrische impulsen worden doorgegeven via synapsen. Als een impuls het presynaptische deel
van een neuron bereikt, wordt een neurotransmitter in de synaptische spleet vrijgelaten. Deze
stof bereikt het postsynaptische deel, wat een nieuw elektrisch stroompje veroorzaakt. Zo
worden signalen in het zenuwstelsel
doorgegeven. Daarna afgebroken zodat
het opnieuw plaats vindt.
, Indeling zenuwstelsel
• De anatomische indeling, zenuwstelsel aan de hand van ligging wordt ingedeeld.
o Centrale zenuwstelsel (CZS), → hersen en het ruggenmerg.
▪ Het ruggenmerg
▪ De hersenstam:
• Het verlengde merg
• De bug= overgang hersenstam en hersenen
• De middenhersenen
▪ De tussen hersenen
▪ De grote hersenen
▪ De kleine hersenen
o Perifere zenuwstelsel → hersenen- en ruggenmergzenuwen
• Het fysiologische, manier waarop processen plaatsvinden.
o Willekeurig zenuwstelsel → onder invloed van onze wil (bv. Bewegingen)
o Onwillekeurig zenuwstelsel, autonome of vegetatieve → niet onder invloed van
onze wil, regelt de orgaan functies.
Indeling centraal/perifeer en willekeurig/ onwillekeurig lopen door elkaar heen.
In het centrale en in het perifere zenuwstelsel zijn zenuwbanen die:
• informatie aanvoeren = opstijgende zenuwbanen = afferente.
o Ze brengen informatie van zintuigen naar de hersenen.
o Sensibel → prikkels vanuit het lichaam.
o Sensorisch → prikkels van zintuigen dus van buiten het lichaam.
• informatie afvoeren = afdalende zenuwbanen = efferente.
o Motorisch → geleiden informatie vanaf de hersen naar de motorische cellen in
het ruggenmerg, die vervolgens weer beweging van spieren verzorgt.