H8. De huid en de zintuigen
Huid
In de huid verschilde zintuigen reageren op: pijn, druk, tast en temperatuur. Prikkels worden naar
het centrale zenuwstelsel geleid. Huid is een scheiding tussen de binnen en de buitenwereld.
De huid omhult gehele lichaam, behalve bij mond, neus en anus, overgang van huid in slijmvlies.
Functie van de huid
Beschermende functie, ziekteverwekkers, schadelijke stoffen, warmte en kou.
uitscheidingsorgaan, via zweetklieren vocht en afvalstoffen uitgescheiden.
zintuig orgaan, receptoren = zenuwcellen voor prikkelregistratie voor pijn, tast, druk en temp.
Deze receptoren liggen in de lederhuid. Zijn niet eerlijk verdeeld, vingertoppen meer tastorgane.
Warmteregulatie, bij inspanning chemische reactie warmte komt vrij. Temp actieve spieren
neemt toe, extra warmte wordt afgeven aan het bloed en vervolgens warmteafgifte via de huid
door bloedvaten zich verwijden. Bij kou vernauwen bloedvaten om warmte verlies te voorkomen.
Anatomie van de huid
• Epidermis = opperhuid
o Stratum corneum = verhoornde laag = oppervlakte huid, 3 a 4 wk
o Stratum lucidum = heldere laag, voetzool en handpalm.
o Stratum granulosum = Korrellaag,
o Stratum spinosum = stekelcellige laag,
o Stratum basale = Regeneratie laag, onderste laag, nieuwe cellen = keratinocyten.
• Dermis = lederhuid of corium
• Subdermis = onderhuids bindweefsel
Subcutis = onderhuids bindweefsel, direct onder huid, veel bindweefsels gaat zonder
onderbreking over in lederhuid. Groot deel lichaamsvet opgeslagen belangrijk voor warmte-
isolatie.
Melanocyten = pigmentcellen in de huid, pigment is een korrelige kleurstof
die diverse weefsels kleur geeft: haar, iris en de huid.
Huid bevat:
• Klieren
o Talgklieren: in de wand haarzakje, exocriene klieren,
produceren talg door verwerking van cellen. Holocrien = met
cel verlies secretie = afscheiden lichaamsvocht.
o Zweetklieren: overal verspreid, water met opgeloste zout.
Gespecialiseerde in oksel en uitwendig gehoorgang.
• Nagels = onyx of unguis
o Verhoorde laag, levende huidcellen gemaakt, nagel zelf is dood.
• Haren
o Verhoornde epitheelcellen buigzame draden, product van epidermis.
o 2 soort: fijn haar – over het hele lichaam en dik gepigmenteerd haar – hoofd.
, Zintuigen
Receptoren = zenuwcellen voor prikkelregistratie.
Zijn receptoren van het zenuwstelsel. Het prikkelgevoelige deel bestaat uit zenuwvezels.
Soorten zintuigcellen:
• Chemoreceptoren = gevoelig voor chemische prikkels, die opgelost zijn in het water- en
of slijmvlieslaagje dat de zintuigcellen bedekt. Reukzin ,smaakzin en zuurgraad
receptoren in de wand van de aorta en de halsslagaders, gevoelig voor zuurgehalte bloed .
• Thermoreceptoren = kou en warmtezintuigen in de huid en in de hypothalamus = een
deel van de tussenhersenen, centrum van tempratuurregulatie.
• Mechanoreceptoren = gevoelig voor mechanische prikkels, druk, vervorming en
beweging. Tast-, druk- en pijnzintuigen in de huid en de inwendige receptoren spieren en
gewrichten + gehoor- en evenwichtsorgaan.
• Elektromagnetische receptoren = staafjes en kegeltjes in het oog, gevoelig voor licht.
Neus
Reukprikkels wordt opgevangen door het reukslijmvlies dat boven de neus ligt.
Neusslijmvlies klein deel reukfunctie, groter deel scheid slijm af.
Functie: waarnemen gasvormige stoffen opgelost vocht neusslijmvlies, beter ruiken bij vochtig
neuslijmvlies. Waarschuwing bij giftige stoffen.
Reukzintuigcellen in het neuslijmvlies lopen zenuwvezeltjes, die samen linker- en
rechterreukzenuw vormen, naar de hersenen waar de reukprikkels tot bewustzijn komen.
Tong
Smaakprikkels worden opgewekt in de smaakknoppen in de mond en keelholte. Meer dan de
helft in het slijmvlies van de tongpapillen= paddelstoelachtige vormsels bovenzijde tong.
Daar eindigt de smaakzenuw, vertakking neemt de smaakprikkel op en geleid deze naar de
hersen daar vind bewustwording plaats.
4 primaire smaken: zoet - puntje tong, zuur - midden, bitter- achter op de tong en zout – na zoet.
Te heet, te koud of onopgeloste stoffen - geen smaakgewaarwording, bij vermenging speeksel.
Huid
In de huid verschilde zintuigen reageren op: pijn, druk, tast en temperatuur. Prikkels worden naar
het centrale zenuwstelsel geleid. Huid is een scheiding tussen de binnen en de buitenwereld.
De huid omhult gehele lichaam, behalve bij mond, neus en anus, overgang van huid in slijmvlies.
Functie van de huid
Beschermende functie, ziekteverwekkers, schadelijke stoffen, warmte en kou.
uitscheidingsorgaan, via zweetklieren vocht en afvalstoffen uitgescheiden.
zintuig orgaan, receptoren = zenuwcellen voor prikkelregistratie voor pijn, tast, druk en temp.
Deze receptoren liggen in de lederhuid. Zijn niet eerlijk verdeeld, vingertoppen meer tastorgane.
Warmteregulatie, bij inspanning chemische reactie warmte komt vrij. Temp actieve spieren
neemt toe, extra warmte wordt afgeven aan het bloed en vervolgens warmteafgifte via de huid
door bloedvaten zich verwijden. Bij kou vernauwen bloedvaten om warmte verlies te voorkomen.
Anatomie van de huid
• Epidermis = opperhuid
o Stratum corneum = verhoornde laag = oppervlakte huid, 3 a 4 wk
o Stratum lucidum = heldere laag, voetzool en handpalm.
o Stratum granulosum = Korrellaag,
o Stratum spinosum = stekelcellige laag,
o Stratum basale = Regeneratie laag, onderste laag, nieuwe cellen = keratinocyten.
• Dermis = lederhuid of corium
• Subdermis = onderhuids bindweefsel
Subcutis = onderhuids bindweefsel, direct onder huid, veel bindweefsels gaat zonder
onderbreking over in lederhuid. Groot deel lichaamsvet opgeslagen belangrijk voor warmte-
isolatie.
Melanocyten = pigmentcellen in de huid, pigment is een korrelige kleurstof
die diverse weefsels kleur geeft: haar, iris en de huid.
Huid bevat:
• Klieren
o Talgklieren: in de wand haarzakje, exocriene klieren,
produceren talg door verwerking van cellen. Holocrien = met
cel verlies secretie = afscheiden lichaamsvocht.
o Zweetklieren: overal verspreid, water met opgeloste zout.
Gespecialiseerde in oksel en uitwendig gehoorgang.
• Nagels = onyx of unguis
o Verhoorde laag, levende huidcellen gemaakt, nagel zelf is dood.
• Haren
o Verhoornde epitheelcellen buigzame draden, product van epidermis.
o 2 soort: fijn haar – over het hele lichaam en dik gepigmenteerd haar – hoofd.
, Zintuigen
Receptoren = zenuwcellen voor prikkelregistratie.
Zijn receptoren van het zenuwstelsel. Het prikkelgevoelige deel bestaat uit zenuwvezels.
Soorten zintuigcellen:
• Chemoreceptoren = gevoelig voor chemische prikkels, die opgelost zijn in het water- en
of slijmvlieslaagje dat de zintuigcellen bedekt. Reukzin ,smaakzin en zuurgraad
receptoren in de wand van de aorta en de halsslagaders, gevoelig voor zuurgehalte bloed .
• Thermoreceptoren = kou en warmtezintuigen in de huid en in de hypothalamus = een
deel van de tussenhersenen, centrum van tempratuurregulatie.
• Mechanoreceptoren = gevoelig voor mechanische prikkels, druk, vervorming en
beweging. Tast-, druk- en pijnzintuigen in de huid en de inwendige receptoren spieren en
gewrichten + gehoor- en evenwichtsorgaan.
• Elektromagnetische receptoren = staafjes en kegeltjes in het oog, gevoelig voor licht.
Neus
Reukprikkels wordt opgevangen door het reukslijmvlies dat boven de neus ligt.
Neusslijmvlies klein deel reukfunctie, groter deel scheid slijm af.
Functie: waarnemen gasvormige stoffen opgelost vocht neusslijmvlies, beter ruiken bij vochtig
neuslijmvlies. Waarschuwing bij giftige stoffen.
Reukzintuigcellen in het neuslijmvlies lopen zenuwvezeltjes, die samen linker- en
rechterreukzenuw vormen, naar de hersenen waar de reukprikkels tot bewustzijn komen.
Tong
Smaakprikkels worden opgewekt in de smaakknoppen in de mond en keelholte. Meer dan de
helft in het slijmvlies van de tongpapillen= paddelstoelachtige vormsels bovenzijde tong.
Daar eindigt de smaakzenuw, vertakking neemt de smaakprikkel op en geleid deze naar de
hersen daar vind bewustwording plaats.
4 primaire smaken: zoet - puntje tong, zuur - midden, bitter- achter op de tong en zout – na zoet.
Te heet, te koud of onopgeloste stoffen - geen smaakgewaarwording, bij vermenging speeksel.