9. Het hormoonstelsel
Endocriene stelsel = hormonale stelsel, deze hormonen
geproduceerd door klieren die hun producten direct afgeven in
het bloed = endocriene = interne secretie. Ze worden van het
bloed getransporteerd vanaf het orgaan waar ze worden afgeven
tot daar waar ze hun functie uitoefenen. Hormoon werkt
specifiek weinig van nodig.
Exocriene = externe secretie staan de klieren hun product via een
afvoerbuis af aan de buitenwereld in plaats van aan het bloed. (
huid, zweetklieren of darmen, darmsappen)
Wat zijn de voornaamste klieren met interne secretie?
• Hypofyse = hersenklier
• Glandula thyroidea = schildklier
• Glandulae parathyroideae = bijschildklieren
• Glandulae adrenales = Bijnieren
• Pancreas = alvleesklier
• Gonaden = geslachtsklieren, eierstokken en zaadballen
Regulatie
Negatieve terugkoppeling = regulatiemechanisme, de effecten van de hormonen kunnen zo
groot zijn dat bij kleine stijgingen van de concentratie in het bloed ernstige stoornissen kunnen
ontstaan. Het hormoon oefent invloed uit op zijn eigen product. Bij te veel afremmen aanmaak
en bij te weinig stimuleren aanmaak.
Hypothalamus: Zorgt voor geheugen, tempratuur, honger/dorst gevoel, dag en nacht ritme,
emotionele gevoelens en biologische klok.
, Hypofyse
Ligt omsloten dor hersenweefsel in de sell turcica = turks zadel. Bestaat uit een achterkwab en
een voorkwab, beide kwabben elk hun eigen functie. Is via zenuwbanen rechtstreeks verbonden
met de hypothalamus, daarvan signaal voor uitscheiding.
Hypofyseachterkwab: Opslagplaats en doorgeefluik van 2 hormonen
• Antidiuretisch hormoon (=ADH), bevordert terugresorptie van water in de nieren
• Oxytocine, speelt een rol bij weeën en afgifte van moedermelk
Terugresorptie = houden, terug nemen
Hypofysevoorkwab:
• Produceert hormonen die invloed hebben op endocriene klieren elders in het lichaam.
• Staat onder controle van de hypothalamus die door “releasing factors = bepaalde
stoffen” tot hormoonproductie kan aanzetten.
Hypofysevoorkwab produceert:
• Groeihormoon, bevordert eiwitsynthese en groei.
• Thyrotroop hormoon of thyroid-stimulerend-hormoon =TSH, dat de schildklier aanzet tot
vorming van schildklierhormoon.
• Adrenocorticotroop hormoon =ACTH, zet bijnierschors aan tot productie van hormonen.
• Gonadotrope hormonen, nl follikelstimulerend hormoon (=FSH) en luteïniserend
hormoon (=LH) dat invloed uitoefent op ovaria (=eierstokken) en testes (=zaadballen).
• Prolactine, hormoon wordt tijdens zwangerschap en lactatieperiode afgegeven.
Bevordert vorming van moedermelk.
Nieren
Nieren hebben effect op de bloeddruk.
Samenstelling van urine:
• 95% water
• Zouten (natrium, kalium, calcium en fosfaat)
• Afbraakproducten van de stofwisseling
o Ureum, eiwit- urine zuur, creatinine
• Gal kleurstof
• Afgestorven epitheelcellen
ADH: antidiuretisch hormoon: zorgt voor minder water afscheiding → Anti = niet → diuretisch =
uitscheidde urine.
Te kort ADH: heel veel urine/plassen.
Te veel ADH: Lichaam houd vocht vast.
Endocriene stelsel = hormonale stelsel, deze hormonen
geproduceerd door klieren die hun producten direct afgeven in
het bloed = endocriene = interne secretie. Ze worden van het
bloed getransporteerd vanaf het orgaan waar ze worden afgeven
tot daar waar ze hun functie uitoefenen. Hormoon werkt
specifiek weinig van nodig.
Exocriene = externe secretie staan de klieren hun product via een
afvoerbuis af aan de buitenwereld in plaats van aan het bloed. (
huid, zweetklieren of darmen, darmsappen)
Wat zijn de voornaamste klieren met interne secretie?
• Hypofyse = hersenklier
• Glandula thyroidea = schildklier
• Glandulae parathyroideae = bijschildklieren
• Glandulae adrenales = Bijnieren
• Pancreas = alvleesklier
• Gonaden = geslachtsklieren, eierstokken en zaadballen
Regulatie
Negatieve terugkoppeling = regulatiemechanisme, de effecten van de hormonen kunnen zo
groot zijn dat bij kleine stijgingen van de concentratie in het bloed ernstige stoornissen kunnen
ontstaan. Het hormoon oefent invloed uit op zijn eigen product. Bij te veel afremmen aanmaak
en bij te weinig stimuleren aanmaak.
Hypothalamus: Zorgt voor geheugen, tempratuur, honger/dorst gevoel, dag en nacht ritme,
emotionele gevoelens en biologische klok.
, Hypofyse
Ligt omsloten dor hersenweefsel in de sell turcica = turks zadel. Bestaat uit een achterkwab en
een voorkwab, beide kwabben elk hun eigen functie. Is via zenuwbanen rechtstreeks verbonden
met de hypothalamus, daarvan signaal voor uitscheiding.
Hypofyseachterkwab: Opslagplaats en doorgeefluik van 2 hormonen
• Antidiuretisch hormoon (=ADH), bevordert terugresorptie van water in de nieren
• Oxytocine, speelt een rol bij weeën en afgifte van moedermelk
Terugresorptie = houden, terug nemen
Hypofysevoorkwab:
• Produceert hormonen die invloed hebben op endocriene klieren elders in het lichaam.
• Staat onder controle van de hypothalamus die door “releasing factors = bepaalde
stoffen” tot hormoonproductie kan aanzetten.
Hypofysevoorkwab produceert:
• Groeihormoon, bevordert eiwitsynthese en groei.
• Thyrotroop hormoon of thyroid-stimulerend-hormoon =TSH, dat de schildklier aanzet tot
vorming van schildklierhormoon.
• Adrenocorticotroop hormoon =ACTH, zet bijnierschors aan tot productie van hormonen.
• Gonadotrope hormonen, nl follikelstimulerend hormoon (=FSH) en luteïniserend
hormoon (=LH) dat invloed uitoefent op ovaria (=eierstokken) en testes (=zaadballen).
• Prolactine, hormoon wordt tijdens zwangerschap en lactatieperiode afgegeven.
Bevordert vorming van moedermelk.
Nieren
Nieren hebben effect op de bloeddruk.
Samenstelling van urine:
• 95% water
• Zouten (natrium, kalium, calcium en fosfaat)
• Afbraakproducten van de stofwisseling
o Ureum, eiwit- urine zuur, creatinine
• Gal kleurstof
• Afgestorven epitheelcellen
ADH: antidiuretisch hormoon: zorgt voor minder water afscheiding → Anti = niet → diuretisch =
uitscheidde urine.
Te kort ADH: heel veel urine/plassen.
Te veel ADH: Lichaam houd vocht vast.