10. voortplanting
Genitalia = geslachtsorganen
Genitalia externa = de uitwendige geslachtsorganen
Genitalia interna = inwendige geslachtsorganen
Coitus = geslachtsgemeenschap (uitwendige geslachtsorganen)
Geslachtsorganen zorgen voor de vorming van geslachtscelen (eicel bij vrouwen en zaadcellen
bij mannen). De aanmaak vind plaats in de gonaden = kiemklieren.
Deze zorgen ook voor de aanmaak van de geslachtshormonen. Geslachtsorganen zorgen voor
transport van de geslachtscellen via de geslachtswegen. De geslachtsklieren (prostaat man)
helpen mee bij het tot stand komen van de samensmelting van de eicel en zaadcel.
Anatomie van de mannelijke geslachtsorganen
Uitwendige geslachtsorganen
• De penis = mannelijk lid
• Het scrotum = balzak
Penis:
Zit via spierverbindingen vat aan de bekkenbodem en het os pubis = schaambeen. Het
bewegelijke deel van de penis heet penisschacht. De penis eindigt met een verdikking; glans
penis = eikel. De penis is een dunne laag huid, die stevig is vergroeid met het begin van de glans.
Over de glans ligt de huid dubbellaag; het preputium = voorhuid.
Hier wordt talg gevormd = smegma.
Tot het zesde jaar kan voorhuid zijn verkleefd aan de glans.
Door wellichamen ( corpus cavernosum penis en het corpus spongiosum penis) in de penis kan
er een erectie = verstijving optreden. het corpus spongiosum penis loopt de urethra = plasbuis
en eindigt in de glans.
Zwellichamen zijn veneuze systemen en worden bij erectie gevuld met veneus bloed. Daarbij
wordt de bloedtoevoer vergroot en tegelijkertijd bloedafvoer verminderd. Geregeld door
autonome zenuwstelsel ( Hier heb je zelf geen invloed op).
Scrotum = balzak: Dunne huidzak die sterk kan rimpelen en weer glad wordt. Hierin zijn de
testes = zaadballen aanwezig.
, Inwendige geslachtsorganen
• De testis ( mv testes) ook wel testikel = zaadbal
• De epididymis = bijbal
• De ductus deferens = zaadleider
• De vesiculae seminales = zaadblaasjes
• De prostaat = voorstanderklier
Zaadbal:
Tijdens de groei van het kind in de uterus = baarmoeder dalen de
testes in, vanuit de buikholte naar het scrotum = balzak Bij de
geboorte van een voldragen kind zijn de testes daar te voelen.
Soms weer omhoog in de buikholte, dit is vaak tijdelijk vooral als
ze bij de geboorte wel aanwezig in het scrotum waren.
Tempratuur is 2 graden kouder in het scrotum i.v.m. met de
productie van zaadcellen in de testes. Testes zitten vastgehecht
door middel van de zaadstreng. Deze loopt van de buikholte naar
het lieskanaal naar het scrotum. De zaadstreng bevat
bloedvaten voor de testes en de ductus deferens = zaadleider.
Via ductus deferens gaat het sperma nar de urethra= plasbuis.
Om elke testes bevindt zich een restant van het peritoneum = buikvlies.
Als de bouw microscopisch wordt bekeken: veel kleine kanaaltjes, kiembuisjes =
zaadkanaaltjes. In de wand vindt vorming zaadcellen plaats = spermatogenese. In de wand
bevinden zich nog 2 soorten cellen: cellen van Sertoli zorgen voor steun en de cellen van Leydig
spelen en rol bij productie van hormonen, testosteron. Heeft de ontwikkeling van mannelijke
geslachtskenmerken als effect ( beharing, baardgroei en stemvorming) het stimuleert de
seksualiteit en bevordert de spermatogenese.
Spermatogenese start in de pubertijd onder invloed van de hypofysehormonen FSH en LH en het
mannelijk geslachtshormoon testosteron. Vorming en rijping vindt na opstarten continu plaats
tot op hoge leeftijd. Zaadcellen ontstaan uit ‘oerzaadcellen’ = spermatogonia. De onrijpe
zaadcellen = spermatiden groeien na rijping uit tot spermatozoa = zaadcel (kop (met celkern en
dus de chromosomen, hals en staart). In rijpingsfase vind ook de meiose = reductiedeling plaats.
Productie van zaadcellen vind in hoog tempo plaats 400 miljoen dagelijks een totale
rijpingsperiode van een zaadcel duurt 75 dagen.
Bijbal:
Zaadcellen verlaten de testes via verzamelkanaaltjes.
Vanuit de testes gaan ze naar de epididymis = bijbal. Dit is
een orgaantje dat op elke testes ligt. Hier liggen
zaadcellen opgeslagen tot ze bij ejaculatie = zaadlozing
het lichaam verlaten.
Genitalia = geslachtsorganen
Genitalia externa = de uitwendige geslachtsorganen
Genitalia interna = inwendige geslachtsorganen
Coitus = geslachtsgemeenschap (uitwendige geslachtsorganen)
Geslachtsorganen zorgen voor de vorming van geslachtscelen (eicel bij vrouwen en zaadcellen
bij mannen). De aanmaak vind plaats in de gonaden = kiemklieren.
Deze zorgen ook voor de aanmaak van de geslachtshormonen. Geslachtsorganen zorgen voor
transport van de geslachtscellen via de geslachtswegen. De geslachtsklieren (prostaat man)
helpen mee bij het tot stand komen van de samensmelting van de eicel en zaadcel.
Anatomie van de mannelijke geslachtsorganen
Uitwendige geslachtsorganen
• De penis = mannelijk lid
• Het scrotum = balzak
Penis:
Zit via spierverbindingen vat aan de bekkenbodem en het os pubis = schaambeen. Het
bewegelijke deel van de penis heet penisschacht. De penis eindigt met een verdikking; glans
penis = eikel. De penis is een dunne laag huid, die stevig is vergroeid met het begin van de glans.
Over de glans ligt de huid dubbellaag; het preputium = voorhuid.
Hier wordt talg gevormd = smegma.
Tot het zesde jaar kan voorhuid zijn verkleefd aan de glans.
Door wellichamen ( corpus cavernosum penis en het corpus spongiosum penis) in de penis kan
er een erectie = verstijving optreden. het corpus spongiosum penis loopt de urethra = plasbuis
en eindigt in de glans.
Zwellichamen zijn veneuze systemen en worden bij erectie gevuld met veneus bloed. Daarbij
wordt de bloedtoevoer vergroot en tegelijkertijd bloedafvoer verminderd. Geregeld door
autonome zenuwstelsel ( Hier heb je zelf geen invloed op).
Scrotum = balzak: Dunne huidzak die sterk kan rimpelen en weer glad wordt. Hierin zijn de
testes = zaadballen aanwezig.
, Inwendige geslachtsorganen
• De testis ( mv testes) ook wel testikel = zaadbal
• De epididymis = bijbal
• De ductus deferens = zaadleider
• De vesiculae seminales = zaadblaasjes
• De prostaat = voorstanderklier
Zaadbal:
Tijdens de groei van het kind in de uterus = baarmoeder dalen de
testes in, vanuit de buikholte naar het scrotum = balzak Bij de
geboorte van een voldragen kind zijn de testes daar te voelen.
Soms weer omhoog in de buikholte, dit is vaak tijdelijk vooral als
ze bij de geboorte wel aanwezig in het scrotum waren.
Tempratuur is 2 graden kouder in het scrotum i.v.m. met de
productie van zaadcellen in de testes. Testes zitten vastgehecht
door middel van de zaadstreng. Deze loopt van de buikholte naar
het lieskanaal naar het scrotum. De zaadstreng bevat
bloedvaten voor de testes en de ductus deferens = zaadleider.
Via ductus deferens gaat het sperma nar de urethra= plasbuis.
Om elke testes bevindt zich een restant van het peritoneum = buikvlies.
Als de bouw microscopisch wordt bekeken: veel kleine kanaaltjes, kiembuisjes =
zaadkanaaltjes. In de wand vindt vorming zaadcellen plaats = spermatogenese. In de wand
bevinden zich nog 2 soorten cellen: cellen van Sertoli zorgen voor steun en de cellen van Leydig
spelen en rol bij productie van hormonen, testosteron. Heeft de ontwikkeling van mannelijke
geslachtskenmerken als effect ( beharing, baardgroei en stemvorming) het stimuleert de
seksualiteit en bevordert de spermatogenese.
Spermatogenese start in de pubertijd onder invloed van de hypofysehormonen FSH en LH en het
mannelijk geslachtshormoon testosteron. Vorming en rijping vindt na opstarten continu plaats
tot op hoge leeftijd. Zaadcellen ontstaan uit ‘oerzaadcellen’ = spermatogonia. De onrijpe
zaadcellen = spermatiden groeien na rijping uit tot spermatozoa = zaadcel (kop (met celkern en
dus de chromosomen, hals en staart). In rijpingsfase vind ook de meiose = reductiedeling plaats.
Productie van zaadcellen vind in hoog tempo plaats 400 miljoen dagelijks een totale
rijpingsperiode van een zaadcel duurt 75 dagen.
Bijbal:
Zaadcellen verlaten de testes via verzamelkanaaltjes.
Vanuit de testes gaan ze naar de epididymis = bijbal. Dit is
een orgaantje dat op elke testes ligt. Hier liggen
zaadcellen opgeslagen tot ze bij ejaculatie = zaadlozing
het lichaam verlaten.