KIN-3 Kind met een interne aandoening
Literatuur:
- Heymans, H.S.A., Derksen-Lubsen, G., Draaisma, J.N.T., van Goudoever, J.B. &
Nieuwenhuis, E.E.S. (2020). Leerboek kindergeneeskunde. (2de druk). De tijdstroom
- R. Ulijn-ter Wal, K. Masolijn (2018) Leerboek kinderverpleegkunde. Bohn Stafleu van
Loghum.
,Voeding vocht en elektrolytenhuishouding
E-learning
Functie nieren:
- Uitscheiden afvalproducten van eiwitmetabolisme → ureum, urinezuur en creatine.
- Hoog ureum → misselijkheid, vermoeidheid en pijn in de botten
- Produceren urine
- Reguleren waterhuishouding en mineraalhuishouding
- Reguleren bloeddruk
- Reguleren productie erytrocyten
Wanneer de nieren achteruit gaan is soms een dieet nodig omdat de nieren dan afvalstoffen
niet meer goed kunnen uitscheiden. Er moet gelet worden op de volgende voedingsstoffen:
eiwit, fosfaat, kalium, zout (natrium) en vocht.
Dieet bij kinderen met nierfunctiestoornis:
- Eiwitbeperking → minder uremische symptomen → minder metabole acidose en
uitstellen dialyse. Eiwitten moeten verdeeld over de dag ingenomen worden.
- Voldoende energie → te weinig calorieën zorgen voor katabolisme (spierafbraak) en
remming van de groei. Het eiwitarme dieet wordt aangevuld met producten die veel
vet of koolhydraten bevatten (fantomalt)
- Kaliumbeperking → bij een nierfunctiestoornis breekt de nier minder of geen kalium
af → te hoog kalium → hartritmestoornissen → kaliumrijke producten vermijden
(groenten en fruit, cacao, noten, koffie, vruchtensap, tomaten, aardappel).
- Vochtbeperking → Bij nierproblematiek is er sprake van verminderde diurese
(volume aan uitgescheiden urine). Het kind mag niet te veel drinken.
- Fosfaatbeperking → fosfaat kan achterblijven in het bloed. Fosfaat draagt bij aan de
stevigheid van de botten. Het zit in alle voedingsmiddelen waar eiwit in zit. Door
minder eiwit te nemen daalt ook het fosfaat.
- Natriumbeperking → te veel natrium in het lichaam → vocht vasthouden en hoge
bloeddruk. Hierdoor het natrium beperken.
Coeliakie = glutenallergie → afwijkingen aan dunne darmmucosa ontstaan. Het is een
chronische aandoening → levenslang glutenvrij (strikt want een broodkruimel kan al
vervelende symptomen veroorzaken).
- Diarree (chronisch)
- Opgezette buik
- Gewichtsafname
- Slechte lengtegroei
- Humeurigheid
Deze kinderen hebben soms ook lactose-intolerantie als gevolg van de beschadigde darm.
Lactase werkt dan namelijk minder goed.
Glutensensitiviteit = geen diagnose coeliakie maar wel verbetering van klachten bij een
glutenvrij dieet.
Gluten = een mengsel van eiwitten in granen → tarwe, rogge, spelt en kamut, haver (dit is
vaak besmet met gluten).
Ketogeen dieet = vetrijke voeding (betekent niet dat het kind gaat aankomen) met weinig
koolhydraten en voldoende inname van eiwitten. Als de voeding weinig koolhydraten bevat,
,schakelt het lichaam over op de verbranding van vetten waarbij er ketonen vrijkomen.
Ketonen zijn positief voor epilepsie → kunnen epileptische aanvallen verminderen
(onduidelijk hoe dit werkt).
In het begin kan het kind door het lage koolhydraatgehalte van de voeding, een laag
bloedsuiker krijgen. Ouders moeten dan leren om ketonen en glucose te meten.
, Gastro intestinaal systeem
- Adipositas
- Anorexie
- Braken
- Coeliakie
- Colitis ulcerosa
- Diarree
- Dysfagie
- Failure to thrive
- Functionele buikpijn
- Gastro-oesofageale reflux (GER)
- Infammatory Bowel Disease (IBD)
- Koemelk allergie
- Malabsorptie
- Melaena
- Obesitas
- Regurgitatie
- Ziekte van Crohn
H10 9.2 Obesitas
Voor de definitie van obesitas wordt het BMI gebruikt. Dit is geassocieerd met de
hoeveelheid lichaamsvet. Bij volwassenen:
- Overgewicht: > 25 kg/m2
- Obesitas: > 30 kg/m2
- Hierbij nemen ziekten als DM, hypertensie, dyslipidemie nemen toe
Bij kinderen varieert de normale BMI afhankelijk van leeftijd en geslacht.
Overgewicht ontstaat door een combinatie van een leefstijl met genetische aanleg.
- Veel eten, vooral vet- en suikerhoudende producten, weinig beweging
- 70% van het gewicht wordt door de genen verklaard
De oorzaak van obesitas kan met leefstijl te maken hebben maar kan ook zeker een
organische aandoening als oorzaak hebben. Een alarmsymptoom is een vertraagde
lengtegroei:
- Hypercortisolisme (syndroom van Cushing)
- Hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto)
- Groeihormoondeficiëntie (GHD)
- Ruimte-innemend proces in het cerebro
Obesitas + psychomotorische retardatie + kleine lengte + dysmorfe kenmerken of hyperfagie
→ Syndroom of monogenetische oorzaak voor obesitas. Gevolgen obesitas:
- Belemmering in beweeglijkheid
- Meer pesten
- Negatiever zelfbeeld
- Verhoogde kans op hypertensie, hart- en vaatziekten, diabetes, complicaties bij
operatieve ingrepen en vroege dood
- Economische en maatschappelijke gevolgen
Literatuur:
- Heymans, H.S.A., Derksen-Lubsen, G., Draaisma, J.N.T., van Goudoever, J.B. &
Nieuwenhuis, E.E.S. (2020). Leerboek kindergeneeskunde. (2de druk). De tijdstroom
- R. Ulijn-ter Wal, K. Masolijn (2018) Leerboek kinderverpleegkunde. Bohn Stafleu van
Loghum.
,Voeding vocht en elektrolytenhuishouding
E-learning
Functie nieren:
- Uitscheiden afvalproducten van eiwitmetabolisme → ureum, urinezuur en creatine.
- Hoog ureum → misselijkheid, vermoeidheid en pijn in de botten
- Produceren urine
- Reguleren waterhuishouding en mineraalhuishouding
- Reguleren bloeddruk
- Reguleren productie erytrocyten
Wanneer de nieren achteruit gaan is soms een dieet nodig omdat de nieren dan afvalstoffen
niet meer goed kunnen uitscheiden. Er moet gelet worden op de volgende voedingsstoffen:
eiwit, fosfaat, kalium, zout (natrium) en vocht.
Dieet bij kinderen met nierfunctiestoornis:
- Eiwitbeperking → minder uremische symptomen → minder metabole acidose en
uitstellen dialyse. Eiwitten moeten verdeeld over de dag ingenomen worden.
- Voldoende energie → te weinig calorieën zorgen voor katabolisme (spierafbraak) en
remming van de groei. Het eiwitarme dieet wordt aangevuld met producten die veel
vet of koolhydraten bevatten (fantomalt)
- Kaliumbeperking → bij een nierfunctiestoornis breekt de nier minder of geen kalium
af → te hoog kalium → hartritmestoornissen → kaliumrijke producten vermijden
(groenten en fruit, cacao, noten, koffie, vruchtensap, tomaten, aardappel).
- Vochtbeperking → Bij nierproblematiek is er sprake van verminderde diurese
(volume aan uitgescheiden urine). Het kind mag niet te veel drinken.
- Fosfaatbeperking → fosfaat kan achterblijven in het bloed. Fosfaat draagt bij aan de
stevigheid van de botten. Het zit in alle voedingsmiddelen waar eiwit in zit. Door
minder eiwit te nemen daalt ook het fosfaat.
- Natriumbeperking → te veel natrium in het lichaam → vocht vasthouden en hoge
bloeddruk. Hierdoor het natrium beperken.
Coeliakie = glutenallergie → afwijkingen aan dunne darmmucosa ontstaan. Het is een
chronische aandoening → levenslang glutenvrij (strikt want een broodkruimel kan al
vervelende symptomen veroorzaken).
- Diarree (chronisch)
- Opgezette buik
- Gewichtsafname
- Slechte lengtegroei
- Humeurigheid
Deze kinderen hebben soms ook lactose-intolerantie als gevolg van de beschadigde darm.
Lactase werkt dan namelijk minder goed.
Glutensensitiviteit = geen diagnose coeliakie maar wel verbetering van klachten bij een
glutenvrij dieet.
Gluten = een mengsel van eiwitten in granen → tarwe, rogge, spelt en kamut, haver (dit is
vaak besmet met gluten).
Ketogeen dieet = vetrijke voeding (betekent niet dat het kind gaat aankomen) met weinig
koolhydraten en voldoende inname van eiwitten. Als de voeding weinig koolhydraten bevat,
,schakelt het lichaam over op de verbranding van vetten waarbij er ketonen vrijkomen.
Ketonen zijn positief voor epilepsie → kunnen epileptische aanvallen verminderen
(onduidelijk hoe dit werkt).
In het begin kan het kind door het lage koolhydraatgehalte van de voeding, een laag
bloedsuiker krijgen. Ouders moeten dan leren om ketonen en glucose te meten.
, Gastro intestinaal systeem
- Adipositas
- Anorexie
- Braken
- Coeliakie
- Colitis ulcerosa
- Diarree
- Dysfagie
- Failure to thrive
- Functionele buikpijn
- Gastro-oesofageale reflux (GER)
- Infammatory Bowel Disease (IBD)
- Koemelk allergie
- Malabsorptie
- Melaena
- Obesitas
- Regurgitatie
- Ziekte van Crohn
H10 9.2 Obesitas
Voor de definitie van obesitas wordt het BMI gebruikt. Dit is geassocieerd met de
hoeveelheid lichaamsvet. Bij volwassenen:
- Overgewicht: > 25 kg/m2
- Obesitas: > 30 kg/m2
- Hierbij nemen ziekten als DM, hypertensie, dyslipidemie nemen toe
Bij kinderen varieert de normale BMI afhankelijk van leeftijd en geslacht.
Overgewicht ontstaat door een combinatie van een leefstijl met genetische aanleg.
- Veel eten, vooral vet- en suikerhoudende producten, weinig beweging
- 70% van het gewicht wordt door de genen verklaard
De oorzaak van obesitas kan met leefstijl te maken hebben maar kan ook zeker een
organische aandoening als oorzaak hebben. Een alarmsymptoom is een vertraagde
lengtegroei:
- Hypercortisolisme (syndroom van Cushing)
- Hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto)
- Groeihormoondeficiëntie (GHD)
- Ruimte-innemend proces in het cerebro
Obesitas + psychomotorische retardatie + kleine lengte + dysmorfe kenmerken of hyperfagie
→ Syndroom of monogenetische oorzaak voor obesitas. Gevolgen obesitas:
- Belemmering in beweeglijkheid
- Meer pesten
- Negatiever zelfbeeld
- Verhoogde kans op hypertensie, hart- en vaatziekten, diabetes, complicaties bij
operatieve ingrepen en vroege dood
- Economische en maatschappelijke gevolgen