GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE
,Inhoudsopgave
Thema 1: Inleiding en achtergrond.................................................................2
1. Psychologie en gezondheid – een overzicht...............................................................2
2. Het menselijk lichaam................................................................................................7
Interventiecyclus.......................................................................................................... 12
Thema 2: Stress, ziekte en coping................................................................13
3. Stress – betekenis, impact en bronnen....................................................................13
4. Stress, biopsychosociale factoren en ziekte.............................................................17
5. Omgaan met en verminderen van stress.................................................................21
Thema 3: Gezondheid, gedrag en preventie..................................................23
6. Gezondheid gerelateerd gedrag en gezondheidsbevordering..................................23
7. Het terugdringen van gebruik en misbruik van verslavende middelen....................31
8. Voeding, gewichtscontrole, lichaamsbeweging en veiligheid...................................34
Thema 4: Fysieke symptomen – pijn en ongemak...........................................36
9. De aard en symptomen van pijn..............................................................................36
10. Omgaan met en controleren van pijn.....................................................................39
Thema 5: Ziekte en medische zorg................................................................41
11. Het gebruik van de gezondheidszorg.....................................................................41
12. In het ziekenhuis.................................................................................................... 45
13. Omgaan met chronische en levensbedreigende aandoeningen.............................49
,Thema 1: Inleiding en achtergrond
1. Psychologie en gezondheid – een
overzicht
1.1 What is health?
Health/Gezondheid: Positieve toestand van het mentaal, fysiek en sociaal
welbevinden – niet simpel de afwezigheid van letsel of ziekte, die langs
een continuüm varieert.
1.11 An illness/wellness continuum
Ziekte en gezondheid overlappen elkaar.
VB: Zo kun je niet ziek zijn, maar wel minder gezond leven. (Roken)
Figure 1-1 Illness/wellness continuum
Illness/wellness continuum: Geeft de verschillende
gezondheidstoestanden van de mens weer.
De neutrale status van gezondheid staat in het midden. Naar links neemt
de ziekte toe, richting de dood. Naar rechts neemt de gezondheid toe,
richting de optimale gezondheid.
1.12 Illness today and in the past
- Nu worden mensen gemiddeld ouder dan vroeger, omdat het leven
nu anders is. Oudere mensen lopen meer risico op chronische
ziektes die tot de dood leiden.
- Infectieziekten zijn in een groot deel van de wereld nog steeds een
van de belangrijkste doodsoorzaken.
- Verleden weinig medicatie ertegen, tegenwoordig meer medicatie
- Betere hygiëne
1.2 Viewpoints from history: Physiology, disease processes, and
the mind
1.21 Early cultures
Onderzoekers dachten dat lichamelijke en geestelijke ziekten vroeger
werden veroorzaakt door mystieke krachten, zoals boze geesten.
Trephination: Is een procedure die uitgevoerd werd om bijvoorbeeld de
ziekteverwekkende demonen het hoofd te laten verlaten. (Dit was terug te
zien aan de gaten in de schedels)
1.22 Ancient Greece and Rome
500 – 300 b.c. Hippocrates stelde de humoral theory (humorale
ziektetheorie) voor. Volgens deze theorie bestaat het lichaam uit vier
verschillende vloeistoffen (lichaamsvochten). Wanneer deze vier in balans
zijn, verkeren we in een goede gezondheid.
Ziekte treedt op wanneer dit mengsel onjuist is.
, De vraag over de relatie tussen geest en lichaam wordt the mind/body
problem genoemd.
Tegenwoordig worden geest en lichaam apart van elkaar gezien. De
belangrijke vraag is of ze onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren.
1.23 The middel Ages
5th – 13th century: De opkomst van de kerk vertraagde de ontwikkeling
van medische kennis tijdens de Middeleeuwen enorm.
De mens beschikte volgens de kerk over een vrije wil en hierdoor kan de
mens geen voorwerp zijn van wetenschappelijk onderzoek. Dit vormde
een eeuwenlange belemmering in de ontwikkeling van anatomie en
geneeskunde.
1.24 Renaissance and after
14th – 15th Renaissance: Wedergeboorte
Geleerden werden meer “mensgericht” dan “godgericht” in hun zoektocht
naar de waarheid en ze geloofden dat de waarheid op veel verschillende
manieren gezien kan worden, vanuit individuele perspectieven.
17th-18th Hoewel lichaam en geest afzonderlijk van elkaar gezien werden,
konden ze wel communiceren (communicate) via een orgaan in de
hersenen.
18th-19th Kennis van wetenschap en geneeskunde groeide snel, mede
dankzij verbeteringen in microscoop en gebruik van dissectie bij
autopsies.
De verbeteringen en geloof dat mind en body gescheiden zijn, legt basis
voor nieuwe benadering -> Biomedical model: Ziekte is een aandoening
van het lichaam en staat los van psychologische en sociale processen van
de geest/ ziekte en gezondheid zijn (uitsluitend) een gevolg van
fysiologische processen. De patiënt is niet verantwoordelijk voor de
behandeling.