HC1: Griekse kunst
Klassieke archeologie: bestuderen van antieke culturen aan de hand van materiële resten
● Aspecten van (kunsthistorische) archeologie: fragmentatie → veel ontbrekende informatie en
delen van objecten → reconstrueren dmv interpretatie en context herkomstplaats. De
kunstgeschiedenis van de Oudheid geeft ons dus een fragmentarisch beeld.
● Herkomst oudheden
- Altijd geweest (overgebleven) → soms met reconstructie en aanvullingen
- Hergebruikt (spolia = hergebruikt bouwmateriaal in latere gebouwen)
- Kunstmarkt (‘oude collecties’) → levert problemen op wat je weet niet of het een
authentiek object is
- Opgraven (regulier!)
● Ordening in de tijd
- Statigrafie = ordening op ouderdom op basis van positie in de grond
Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) → Geschichte der Kunst des Altertums. Heeft op basis
van stijl en techniek de Griekse beeldhouwkunst in periodes weten in te delen.
- Stijl en techniek (Archaïsch - Klassiek - Hellenistisch) door gedetailleerde bestudering
en onderlinge vergelijking
Tijd en plaats
● Homeros → begin Westerse traditie (8e eeuw vc) met Ilias en Odyssee
● Ontstaan stadstaten etc, het verspreiden van de Griekse cultuur
● Ontstaan Hellenistische rijk → verspreiding Griekse cultuur naar het oosten
Karakteristiek voor de archaïsche (bouw)kunst: With the changing ideal of the citystate came
transformations in its physical appearance. Scholars know the artistic style of this time as Archaic (from
archaios, Greek for old ). Architects began to design monumental buildings in canonical styles, while
artists started to explore human movement and emotion
Griekse bouwkunst: bronstijd
● Contexten van Griekse (monumentale) kunst:
● Politieke context
- Polis
- Klein oppervlak
- Stedelijk centrum
- Band: platteland - stad
, - Competitie → monumentale architectuur maakte hier een onderdeel van uit
● Religieuze context → tempels
- Scheiding religieus en wereldlijk gebied (temenos)
- Ingang (propylon)
- Altaar (centrum van de tempel)
- Tempelgebouw
- Cultusbeeld → beelden van de vereerde god of godin
- Votiefgeshenken → cadeaus aan de goden (dit leverde ook veel kunst op!!!)
- Gecontroleerd door polis (nauw verband tussen politiek bestuur, maatschappij en
religie)
- Panhelleens → Olympia
● Funeraire context
● Private context - vooral vanaf Hellenisme
Archaïsche tempelbouw
● Ordes:
- Dorisch (simpelste orde)
- Ionisch
- Korinthisch
Dorische tempelorde
- Crepidoma (platform waar de tempel op staat)
- Stylobaat (platform waar de zuil op staat)
- Zuil bestaat uit trommels (onder klein, naar boven groot)
- De trommels hebben cannelures (groeven)
- Op de zuil zit het kapiteel (afwerking van de zuil, vb korintisch)
- Entablatuur (bovenste gedeelte boven de zuil) met metoop, triglyph en architraaf → van boven
naar onder
- Pediment boven de triglyph en metopen, de driehoek boven aan de tempel, soms versierd
meestal kaal
De Stylobaat is vaak curvatuur (krom gebouwd) in Dorische tempels.
Zuilen: entasis en inclinatie
→ Waarom? Om te laten zien dat de tempel iets organisch heeft, iets menselijks, niet ‘doods’.
● Samenvattend periode 600-480 vc:
, - Monumentalisering door steen
- Zoektocht naar standaardvorm
- In heiligdommen: strenge regels wat betreft verhoudingen (bouworde)
→ daarom kunnen moderne geleerden ook met kleine tempelfragmenten een complete
tempel ‘uitbouwen’, aangezien de standaardvorm voor tempels daar ontstond.
Beroemdste klassieke tempel: Athena tempel; Parthenon op de Acropolis
Deze tempel wijkt af van de standaardvorm:
- De cella heeft een Fries rondom → enige griekse tempel die dit heeft
Tempelbouw Ionische orde (tegenhanger Dorische tempel):
Vb: tempel van Athena Nike
- Eleganter dan de dorische orde
- Iets andere cannelures met een recht einde
- Ander kapiteel (krullen)
- Architraaf bestaat niet uit een vierkant blok maar heeft 3 iets verspringende stukken
- Een doorlopend Fries (parthenon dus voor een deel Ionisch??????)
- Pediment en kroonlijsten ook net anders dan bij Dorische tempels
- Vaak hoger en ‘slanker’
- Komt vooral voor in Oost Griekenland (klein Azië) maar niet uitsluitend
Vb: de Artemis tempel (groter dan het parthenon) in 550 vc
● Varianten op dorisch en ionisch:
- Aeolisch (andere details, ander krulletje dan de ionische) → geen doorbraak gehad
- Ionische orde is wel voortgebracht uit deze orde
Vaak heeft de klassieke tempelbouw een variatie aan deze ordes.
Hellenistische tempelbouw
4e eeuw vc crisistijd, weinig geld en tijd om tempels te bouwen
Pas onder Alexander de Grote zie je een nieuwe golf van tempelbouw (financiering van de oorlogsbuit)
● Vb: Didyma, Apollo Tempel (ca. 313 vc)
Tempelbouw in Romeinse tijd
● Vb: Tempel van Zeus in Athene in uiteindelijk een Kortintische orde
Theaterarchitectuur
, ● Theater van Dionysos in Athena (450 vc)
● Thorikos (450 vc)
● Epidaurus theater (250 vc) → wiskundig ontworpen gebouw met akoestieke factor
● Pergamon (200 vc)
● Taormina in Sicilië waar het uitzicht op de Etna gebruikt wordt
- Eerst festivals toen theater of eerst theater toen festivals / toneel?
Klassieke archeologie: bestuderen van antieke culturen aan de hand van materiële resten
● Aspecten van (kunsthistorische) archeologie: fragmentatie → veel ontbrekende informatie en
delen van objecten → reconstrueren dmv interpretatie en context herkomstplaats. De
kunstgeschiedenis van de Oudheid geeft ons dus een fragmentarisch beeld.
● Herkomst oudheden
- Altijd geweest (overgebleven) → soms met reconstructie en aanvullingen
- Hergebruikt (spolia = hergebruikt bouwmateriaal in latere gebouwen)
- Kunstmarkt (‘oude collecties’) → levert problemen op wat je weet niet of het een
authentiek object is
- Opgraven (regulier!)
● Ordening in de tijd
- Statigrafie = ordening op ouderdom op basis van positie in de grond
Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) → Geschichte der Kunst des Altertums. Heeft op basis
van stijl en techniek de Griekse beeldhouwkunst in periodes weten in te delen.
- Stijl en techniek (Archaïsch - Klassiek - Hellenistisch) door gedetailleerde bestudering
en onderlinge vergelijking
Tijd en plaats
● Homeros → begin Westerse traditie (8e eeuw vc) met Ilias en Odyssee
● Ontstaan stadstaten etc, het verspreiden van de Griekse cultuur
● Ontstaan Hellenistische rijk → verspreiding Griekse cultuur naar het oosten
Karakteristiek voor de archaïsche (bouw)kunst: With the changing ideal of the citystate came
transformations in its physical appearance. Scholars know the artistic style of this time as Archaic (from
archaios, Greek for old ). Architects began to design monumental buildings in canonical styles, while
artists started to explore human movement and emotion
Griekse bouwkunst: bronstijd
● Contexten van Griekse (monumentale) kunst:
● Politieke context
- Polis
- Klein oppervlak
- Stedelijk centrum
- Band: platteland - stad
, - Competitie → monumentale architectuur maakte hier een onderdeel van uit
● Religieuze context → tempels
- Scheiding religieus en wereldlijk gebied (temenos)
- Ingang (propylon)
- Altaar (centrum van de tempel)
- Tempelgebouw
- Cultusbeeld → beelden van de vereerde god of godin
- Votiefgeshenken → cadeaus aan de goden (dit leverde ook veel kunst op!!!)
- Gecontroleerd door polis (nauw verband tussen politiek bestuur, maatschappij en
religie)
- Panhelleens → Olympia
● Funeraire context
● Private context - vooral vanaf Hellenisme
Archaïsche tempelbouw
● Ordes:
- Dorisch (simpelste orde)
- Ionisch
- Korinthisch
Dorische tempelorde
- Crepidoma (platform waar de tempel op staat)
- Stylobaat (platform waar de zuil op staat)
- Zuil bestaat uit trommels (onder klein, naar boven groot)
- De trommels hebben cannelures (groeven)
- Op de zuil zit het kapiteel (afwerking van de zuil, vb korintisch)
- Entablatuur (bovenste gedeelte boven de zuil) met metoop, triglyph en architraaf → van boven
naar onder
- Pediment boven de triglyph en metopen, de driehoek boven aan de tempel, soms versierd
meestal kaal
De Stylobaat is vaak curvatuur (krom gebouwd) in Dorische tempels.
Zuilen: entasis en inclinatie
→ Waarom? Om te laten zien dat de tempel iets organisch heeft, iets menselijks, niet ‘doods’.
● Samenvattend periode 600-480 vc:
, - Monumentalisering door steen
- Zoektocht naar standaardvorm
- In heiligdommen: strenge regels wat betreft verhoudingen (bouworde)
→ daarom kunnen moderne geleerden ook met kleine tempelfragmenten een complete
tempel ‘uitbouwen’, aangezien de standaardvorm voor tempels daar ontstond.
Beroemdste klassieke tempel: Athena tempel; Parthenon op de Acropolis
Deze tempel wijkt af van de standaardvorm:
- De cella heeft een Fries rondom → enige griekse tempel die dit heeft
Tempelbouw Ionische orde (tegenhanger Dorische tempel):
Vb: tempel van Athena Nike
- Eleganter dan de dorische orde
- Iets andere cannelures met een recht einde
- Ander kapiteel (krullen)
- Architraaf bestaat niet uit een vierkant blok maar heeft 3 iets verspringende stukken
- Een doorlopend Fries (parthenon dus voor een deel Ionisch??????)
- Pediment en kroonlijsten ook net anders dan bij Dorische tempels
- Vaak hoger en ‘slanker’
- Komt vooral voor in Oost Griekenland (klein Azië) maar niet uitsluitend
Vb: de Artemis tempel (groter dan het parthenon) in 550 vc
● Varianten op dorisch en ionisch:
- Aeolisch (andere details, ander krulletje dan de ionische) → geen doorbraak gehad
- Ionische orde is wel voortgebracht uit deze orde
Vaak heeft de klassieke tempelbouw een variatie aan deze ordes.
Hellenistische tempelbouw
4e eeuw vc crisistijd, weinig geld en tijd om tempels te bouwen
Pas onder Alexander de Grote zie je een nieuwe golf van tempelbouw (financiering van de oorlogsbuit)
● Vb: Didyma, Apollo Tempel (ca. 313 vc)
Tempelbouw in Romeinse tijd
● Vb: Tempel van Zeus in Athene in uiteindelijk een Kortintische orde
Theaterarchitectuur
, ● Theater van Dionysos in Athena (450 vc)
● Thorikos (450 vc)
● Epidaurus theater (250 vc) → wiskundig ontworpen gebouw met akoestieke factor
● Pergamon (200 vc)
● Taormina in Sicilië waar het uitzicht op de Etna gebruikt wordt
- Eerst festivals toen theater of eerst theater toen festivals / toneel?