Van dorp naar stadstaat
Veel dorpjes in Griekenland, door het bergachtige landschap ver uit elkaar.
Bijna iedereen was boer, maar toch was er maar net genoeg voedsel om van te leven.
Betere landbouwtechnieken > betere oogsten > voedseloverschotten zelfs > meer mensen. Hierdoor werden
dorpen steden.
Maar; door de bergen was niet alle grond geschikt voor landbouw, dus gingen steden gebieden in de buurt
veroveren. Zo werden de steden stadstaten. (900 v.Chr.)
Elke stadstaat had zijn eigen gebied, regels en bestuur.
Bestuur van de stadstaten
De meeste Griekse stadstaten waren een monarchie. Er was een koning de baas. Hij kreeg advies van een
kleine groep, de aristoi (‘de besten’). Zij waren de elite: machtig en rijk. Als de koning de steun van de aristoi
kwijtraakte (bv. als hij een oorlog verloor) namen zij de macht over. Zo ontstond er een aristocratie.
De macht lag niet meer bij één persoon, maar bij deze groep. (deze groep noemen we in NL aristocraten)
Ongelijkheid en onvrede
Soms wilde een aristocraat niet samen met anderen besturen, hij wilde zelf de macht.
Het grootste deel van de mensen was slaaf of boer, en dus arm en daardoor was er onvrede. Hiervan maakte
deze persoon gebruik door hen van alles te beloven en hen te betalen als huursoldaat. Zo ontstond tirannie.
Handel en nederzettingen overzee
Doordat er stadstaten ontstonden en zo alle grond in gebruik raakte, maar ook het aantal mensen toenam,
werd het steeds moeilijker genoeg voedsel voor iedereen te produceren.
Daarom besloten bestuurders van veel stadstaten om groepen inwoners weg te sturen. Zij moesten overzee
nieuwe dorpen stichten en daar landbouwgrond in gebruik nemen. Zo’n overzeese nederzetting heet een
kolonie. (750 tot 550 v.Chr.)
Deze koloniën leken erg op Griekse steden. (Belangrijke gebouwen in Griekse stijl, men gebruikte het Griekse
schrift en geloofde in Griekse goden). De Grieken hadden zo dus contacten met andere volken. Meestal waren
de banden tussen de kolonisten en de oorspronkelijke bewoners goed.
3.2 Athene en Sparta
Tirannie in Athene
Tiran Peisistratos verdreef in 546 v.Chr. de aristocraten en pakte de macht. In de jaren daarna verbeterde hij de
welvaart van de gewone Atheners. Daardoor konden steeds meer mensen ook wapens betalen. En wie kan
meevechten, mag ook meebeslissen vonden zij. Maar Peisistratos wilde de enige machthebber zijn. Na zijn
overlijden werd een van zijn zoons vermoord en de andere vluchtte uit Griekenland. De gewone Atheners
wilden geen tiran meer, zij wilden zelf invloed op het bestuur. In 508 v.Chr. kozen zij voor een democratie.
(Grieks: demos > ‘volk’, kratos > ‘heersen’. Het volk had nu de macht.
Heerschappij van het volk
Burgers mochten nu dus meebeslissen over het bestuur van hun stadstaat. Burgers waren: Vrije, volwassen
mannen van wie de vader Atheens burger was.
Vrouwen, kinderen, vreemdelingen en slaven waren geen burgers. (hadden dus geen burgerrecht)
Burgers kwamen bij elkaar in een volksvergadering, hier werd gestemd over de besluiten. Omdat de burgers
zelf meededen in de volksvergadering was de Atheense democratie een directe democratie. (NL is een
democratie, burgers kiezen de vertegenwoordigers, wij gaan niet zelf naar een volksvergadering)De stem van
een arme burger was net zo belangrijk als die van een rijke burger. De Atheners zagen zichzelf als zeer
beschaafd.
FEIT en MENING
Een feit is iets dat waar is, of wat echt is gebeurd. (vrouwen waren geen burgers) Een mening is iets wat
iemand vindt. (Het is stom dat alleen mannen burgers waren)
Verschillen tussen Athene en Sparta
Spartanen vonden de Atheense democratie maar niks, zij vonden het prima bestuurd te worden i.p.v. zelf te
bepalen. (verschil 1) Ook de opvoeding van jongens verschilde. (verschil 2) In Sparta zorgde het bestuur
voor de opvoeding. Na een zware training en uiteindelijk aan het einde van de opleiding een slaaf moeten
vermoorden waren de jongens soldaat.
De Perzen vallen aan
Ondanks de verschillen hadden Athene en Sparta geen ruzie. Toen de Perzen Griekenland binnenvielen
werkten alle Grieken samen om hen te verslaan. De Spartanen waren goed in gevechten op het land, de
Atheners op zee.
Oorlog in Griekenland
Het bondgenootschap in Griekenland bestond uit veel stadstaten, maar uiteindelijk nam stadstaat Athene alle
beslissingen. Athene werd steeds machtiger en dat vond Sparta niet ok. Uiteindelijk leidde dat tot de
Peloponnesische oorlog. (431 v.Chr.) Hierdoor raakte Athene, en eigenlijk heel Griekenland verzwakt.
De oorlogen bleven duren tot in de tweede helft van de vierde eeuw.