sociologie helpt om in gedrag van bepaalde mensen algemene patronen te zien/ontdekken. het
is een systematisch onderzoek van de menselijke samenleving.
sociologisch perspectief = het specifieke gezichtspunt van sociologie waarmee in het leven en
gedrag van individuen algemene maatschappelijke patronen zichtbaar worden
→ in het gedrag van bepaalde mensen algemene patronen ontdekken
mondiaal/globaal perspectief = het bestuderen van de wereld in zijn geheel en de plaats die
onze samenleving daarin inneemt
hoge-inkomenslanden: de rijkste landen met de hoogste algemene levensstandaard
middeninkomenslanden: landen met een levensstandaard die we, als we de wereld in zijn
geheel bekijken, gemiddeld kunnen noemen
lage-inkomenslanden: landen met een lage levensstandaard. waarvan de meeste inwoners
arm zijn
waarom wordt de situatie in de rijke westerse landen vergeleken met die in andere landen?:
1) het leven dat we leiden wordt gevormd door het land waarin we leven
2) de contacten tussen samenlevingen zijn sterk toegenomen
3) veel sociale problemen waarmee de westerse wereld geconfronteerd wordt
4) globaal denken helpt ons om meer inzicht in onszelf te krijgen
ontstaan van de sociologie;
3 belangrijke veranderingen: industrialisering → explosieve groei van steden → nieuwe
opvattingen over democratie en politieke rechten
• sociologie kwam voor het eerst tot ontwikkeling in landen waarin zich in hoog tempo
veranderingen voltrokken
• aandacht richtte zich meer op samenleving, het verstand werd nieuwe maatstaf
• overgang van een traditionele samenleving naar een moderne samenleving
• 1838 → auguste comte introduceerde de term sociologie
comtes benadering werd positivisme genoemd = inzicht verwerven op basis van
wetenschappelijk onderzoek
moderniteit = sociale patronen die het resultaat zijn van industrialisering /
sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de industrialisering
→ verzamelnaam om de vele patronen te beschrijven die tot ontwikkeling zijn gekomen in de
industriële revolutie → van traditionele naar moderne samenleving
modernisering = sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de industrialisering
vier belangrijke kenmerken van modernisering:
1. het verdwijnen van kleine, traditionele, hechte gemeenschappen
2. de uitbreiding van persoonlijke keuzemogelijkheden
3. grotere sociale diversiteit
4. oriëntatie op de toekomst en een groeiend tijdsbewustzijn
1
,drie grondleggers van de sociologie:
→ hun kijk op moderniteit / modernisering
1. ferdinand tönnies (1855-1936) (verloren gaan van de gemeenschap)
• gemeinschaft = klein, iedereen kent elkaar, verbonden, eenheid, hecht
gesellschaft = groot, afgezonderd van elkaar, stad, vreemden voor elkaar
• traditionele samenleving = gemeinschaft (hechte eenheid)
modernisering = verandering gemeinschaft → gesellschaft
2. émile durkheim (1858-1917) (arbeidsverdeling)
• traditionele samenleving: mensen verrichten min of meer dezelfde werkzaamheden
moderne samenleving: arbeidsverdeling = gespecialiseerde economische activiteit,
iedere werknemer heeft 1 taak
• onderzoek naar suïcide, tussen verschillende groepen (bijv. geloof, solidariteit)
• mechanische solidariteit: mensen verrichten dezelfde werkzaamheden, zien elkaar als
gelijken, horen bij elkaar, niet afhankelijk van elkaar
organische solidariteit: mensen verrichten gespecialiseerde arbeid en zijn afhankelijk
van elkaar, zorgt voor versterking van sociale cohesie
• eind negentiende eeuw (1893): verandering mechanisch → organisch
• moderne samenlevingen worden niet bijeengehouden door overeenkomsten, maar door
verschillen
3. max weber (1864-1920) (rationalisering)
• moderniteit: traditioneel wereldbeeld vervangen wordt door een rationelere denkwijze
• traditionele mensen => waarheid is hoe dingen altijd zijn geweest
moderne mens => waarheid is resultaat van rationele processen
• onttovering: proces waarin de wereld minder magisch wordt gezien door de opkomst van
rationeel denken
• het rationele denken heeft de samenleving aan het denken gezet
• dit vraagstuk begon al in de verlichting
4. karl marx (1818-1883) (kapitalisme)
• moderne samenleving staat gelijk aan kapitalisme
• marx was het eens met de aspecten van de anderen mensen, maar hij beschouwde dit
als condities die het mogelijk maakten dat het kapitalisme volledig tot ontwikkeling zou
komen
• 2 groepen: bezitters van het kapitaal & het volk/de arbeiders
drie hoofdvragen sociologie:
1. hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk? (marx)
2. hoe is sociale (wan)orde mogelijkheid? (durkheim)
3. hoe werkt het proces van rationalisering (modernisering) van de wereld? (weber)
2
, hoofdstuk 2: sociologische theorieën en methoden (1-5)
vier theoretische benaderingen / perspectieven:
1: het structureel functionalisme → macroniveau (émile durkheim)
de samenleving wordt gezien als een systeem dat bestaat uit verschillende onderdelen, elk
onderdeel heeft een specifieke functie en draagt bij aan het functioneren van het geheel
hoe sociale structuren bijdragen aan stabiliteit en orde in de samenleving
sociale structuur = het geheel van relatief stabiele sociale gedragspatronen
sociale functies = de gevolgen van een sociaal patroon voor het functioneren van de totale
samenleving
merton maakte onderscheid tussen verschillende functies:
1) manifeste functies: bedoelde en erkende gevolgen van een sociaal patroon
2) latente functies: onbedoelde en vaak niet-erkende gevolgen van sociaal patroon
3) sociale disfuncties: negatieve gevolgen van een sociaal patroon
- kritische kanttekening: door zich op sociale stabiliteit en eenheid te richten, nauwelijks
oog voor bestaande ongelijkheden (sociale klasse, gender, etniciteit) die spanningen en
conflicten veroorzaken & macroniveau
2: de conflictsociologie → macroniveau (karl marx)
samenleving wordt gezien als een arena van ongelijkheid, dit veroorzaakt conflicten en
veranderingen
factoren zoals sociale klasse, etniciteit, sekse, leeftijd, fysieke mogelijkheden/beperkingen zijn
gerelateerd aan ongelijkheid in geld, macht, onderwijs, sociale status
➢ sekse conflictbenadering = ongelijkheid en de conflicten tussen mannen en vrouwen
➢ rassen conflictbenadering = richt zich op de ongelijkheid en conflicten tussen mensen
met een verschillende raciale en etnische achtergrond
- kritische kanttekening: nauwelijks oog voor de mogelijkheid dat gemeenschappelijke
waarden en wederzijdse afhankelijkheid voor eenheid tussen de leden van een
samenleving kunnen zorgen & minder objectieve wetenschap & macroniveau
3: het symbolisch interactionisme → microniveau (max weber)
samenleving bestaat uit de realiteit die mensen voor zichzelf construeren als zij met anderen
omgaan -> we leven in een wereld van symbolen, we geven aan vrijwel alles een betekenis ->
deze betekenissen worden gevormd en veranderd door interacties tussen individuen
- kritische kanttekening: nadruk wordt gelegd op individuele interacties, daardoor worden
misschien sociale structuren op macroniveau over het hoofd gezien & het gaat erom hoe
individuen de samenleving construeren en ervaren, de invloed van culturele en andere
factoren worden misschien over het hoofd gezien
4: de rationelekeuzebenadering → micro & macroniveau
alle sociale handelingen zijn rationele keuzes van individuen over wat het beste voor ze is -> al
het handelen kan verklaard worden uit de kosten- batenanalyse die mensen maken -> individuen
die op basis van eigen belang handelen
- kritische kanttekening: niet alles is rationeel en kan verklaard worden met kosten en
baten, denk aan emotie of altruïsme
3