Vergelijkend staatsrecht algemeen
We gaan de landen Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten bekijken. We
kijken naar de staatsvorm, het staatshoofd, de regeringsstructuur, het parlement en het
tweekamerstelsel, het parlement en de wetgevingsprocedure, de verhouding regering-parlement en
de rechterlijke organisatie/constitutionele toetsing.
Gemeenschappelijke kenmerken Verschillen
Uitgangspunten: Begrippen
- Machtenscheiding
- Rechtsstaat
- ‘Rule of law’
Regeringsstructuur Constructies
Vertegenwoordigend lichaam (met Achtergronden
tweekamerstelsel)
Onafhankelijke rechter en toetsing
Staatsvorm
Wat is een staatsvorm? De verhouding van het geheel van de staat en delen van de staat.
- Eenheidsstaat
- Confederatie (statenbond)
- Federale staat (bondsstaat)
Unitarisme ≠ eenheidsstaat
De eenheid van de lidstaat staat voorop met sterk centraal gezag. De centrale overheid heeft
exclusieve bevoegdheid en houdt toezicht op de lagere overheden (gedecentraliseerde
eenheidsstaat).
Frankrijk, Nederland, VK en Spanje. Maar… het VK en Spanje zijn aan het federaliseren:
- VK: Schotland, Wales, Engeland.
- Spanje: o.a. Catalonië.
Federalisme
De soevereiniteit wordt gedeeld tussen de federale overheid en de deelstaten, waarbij de nadruk ligt
op de zelfstandigheid van de deelstaten.
- Zwak federalisme = confederatie (statenbond): samenwerking van soevereine staten o.b.v.
een verdrag.
Geen juridische band tussen de organen van de statenbond en de burgers; de
burgers hebben alleen te maken met de organen van de eigen staat.
Recht van afscheiding/secessie (art. 50 VEU): het verdrag kan door een lidstaat
eenzijdig worden opgezegd.
EU.
- Sterk federalisme = federale staat (bondsstaat): één soevereine staat bestaande uit
soevereine deelstaten, zich kenmerkend door een algemene grondwet.
Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, VS, Canada, Argentinië, Mexico en Rusland.
Regeringsvorm
Wat is een regeringsvorm? De verdeling van de macht binnen een overheidsverband.
- Absolutisme: alle overheidsbevoegdheden zijn rechtens in één ambt geconcentreerd of zij
gaan van één ambt uit.
- Constitutionalisme: de verdeling van bevoegdheden over overheidsambten.
,Federale staat
DUITSLAND
Waarom is Duitsland een federale staat?
- Historische verklaring federale traditie.
- Staatsrechtelijke verklaringen:
Machtsconcentratie voorkomen/spreiding van macht.
Democratie bevorderen burgers hebben op meerdere niveaus zeggenschap: op
deelstaatniveau (kiezen van het parlement) en op federaal niveau (kiezen van het
nationaal parlement – Bondsdag).
Transparantie brengt het bestuur dichter bij de burgers.
Kenmerken van de federale staat
- Tweeledige staat:
1. De staat als geheel Bundesstat/Gesammtstat (Bondsrepubliek Duitsland, hierna:
“BRD”).
2. De deelstaten Länder.
- Statelijkheid deelstaten de deelstaten hebben de kenmerken van een lidstaat, zij hebben
een eigen overheidsorganisatie: wetgeving, bestuur en rechtspraak.
- Eenheid in constitutioneel recht er is een overkoepelende federale grondwet, namelijk
het Grundgesetz (hierna: “GG”).
- Loyaliteit (art. 4 lid 3 VEU) verplichting om samen te werken.
- Voorrang federaal recht het federale recht gaat voor op het recht van de deelstaten.
- Constitutioneel Hof ≠ Bundesverfassungsgericht (hierna: “BVerfGe”) het BVerfGe beslist in
geschillen tussen de deelstaten onderling of tussen de deelstaten en de federale staat.
- Zeggenschap deelstaten op federaal niveau de deelstaten hebben zeggenschap op
nationaal niveau als het gaat om wetgeving en uitvoering.
- Doelstellingen:
Democratieprincipe.
Machtenscheiding.
Verankering in het GG:
- Democratieprincipe
Art. 20 GG: BRD is een democratische en sociale bondsstaat.
Art. 79.3 GG: de grondwetgever mag op bepaalde punten (waaronder art. 22 GG)
geen wijzigingen aanbrengen in het GG. Dit betreft de eeuwigheidsgarantie:
Duitsland is voor eeuwig een democratische en sociale bondsstaat.
Alleen te veranderen middels een referendum.
- Machtenscheiding
Art. 30 GG: de uitoefening van de overheidsmacht is een aangelegenheid van de deelstaten,
de deelstaten zijn bevoegd (algemene wetgevingsbevoegdheid, algemene
uitvoeringsbevoegdheid en algemene bevoegdheid tot rechtspraak), tenzij de federale staat
bevoegd is.
Wetgevingsbevoegdheden
Art. 70 GG: de deelstaten zijn op het gebied van wetgeving bevoegd, tenzij het GG de
wetgevingsbevoegdheid aan de federale staat geeft.
- Art. 71 GG: de federale wetgever (de Bondswetgever) heeft op bepaalde terreinen de
exclusieve wetgevingsbevoegdheid.
- Art. 73 GG: de exclusieve wetgevingsbevoegdheid van de federale wetgever op o.a. de
volgende terreinen: defensie, nationaliteitsaangelegenheden, geldzaken, buitenlandse
betrekkingen en wetgeving ter bestrijding van internationaal terrorisme.
, - Art. 72 GG: concurrerende wetgevingsbevoegdheden. Dit houdt in dat zowel de federale
staat als de deelstaten wetgevingsbevoegd zijn, maar als de federale overheid (de Bondsdag)
actief van haar bevoegdheid gebruikmaakt, dan vervalt voor de deelstaten de mogelijkheid
deze bevoegdheid in te zetten. De deelstaten zijn in principe bevoegd totdat de federale
wetgever op nationaal niveau een regeling heeft.
- Art. 74 GG: regelt welke onderwerpen onder de concurrerende wetgevingsbevoegdheid
vallen. In de praktijk heeft de federale wetgever op deze gebieden dus al regelgeving
gemaakt (uitholling concurrerende wetgevingsbevoegdheid), maar…
- Art. 72.3 GG: ook al heeft de federale wetgever een regeling op nationaal niveau getroffen,
dan nog mag er een afwijkende regeling worden vastgesteld door de deelstaten.
Bestuursbevoegdheden
Art. 83 GG: de deelstaten voeren de Bondswetten uit.
- Art. 84 GG: de Bondsoverheid kan beperkt toezicht houden (d.m.v. beleidsregels) op de
uitvoering van de Bondswetten door de deelstaten.
- Art. 32.3 GG: gaat specifiek over buitenlandse betrekkingen. Ook de deelstaten mogen
buitenlandse betrekkingen onderhouden; verdragen sluiten (hiervoor moet de
Bondsregering wel toestemming geven).
Bevoegdheid tot rechtspraak
Art. 92 GG: 3 categorieën rechters.
1. Bundesgerichte (op federaal niveau).
2. Landesgerichte (op niveau deelstaat).
3. BVerfGe (op federaal niveau).
Conclusie:
- Wetgeving is vooral een federale aangelegenheid.
- Het bestuur ligt bij de deelstaten.
- Ook de rechtspraak is grotendeels op deelstaatniveau.
Overige principes Duits federalisme
- Loyaliteit (art. 4 lid 3 VEU) plicht voor de deelstaten om elkaar te helpen/ondersteunen.
- Homogeniteit de deelstaten zijn volgens dezelfde uitgangspunten ingericht.
- Bondsinvloed de federale staat houdt toezicht en kan inrijpen als een deelstaat zijn taak
verwaarloost.
- Lex generalis van art. 31 GG “Bundesrecht bricht Landesrecht” geldt niet bij art. 72.3 GG.
- Medewerking deelstaten in de bond de deelstaten mogen meebeslissen in de Bondsraad.
HC 2 De Staatsvorm II
Welke federale karaktertrekken kent de EU? En welke grenzen kent de federalisering van de EU?
Benaderd vanuit het Duitse perspectief.
Federale karaktertrekken EU
De EU heeft geen staatsrechtelijke verbinding (zoals bijv. de federale staat Duitsland) maar is een
verdragsconstructie met federale trekken.
- Recht van secessie (art. 50 VEU) het verdrag kan door een lidstaat eenzijdig worden
opgezegd.
= Zwak federaal kenmerk.
- De bevoegdheden op federaal niveau zijn beperkt (art. 3 VEU).
Instellen van een gemeenschappelijke markt.
, Het vrije verkeer van personen, goederen en diensten.
Vestigen van een economische en monetaire Unie.
Dit zijn de speerpunten waar de bevoegdheden op Europees niveau worden uitgeoefend. Dit
is een redelijk beperkt deel van het geheel van de overheidsactiviteiten, maar in zekere zin
toch belangrijk.
= Sterk federaal kenmerk.
- Werking EU-recht:
HvJEG Costa/ENEL (zie WC 7): het Europese gemeenschapsrecht heeft voorrang
boven het nationale recht.
HvJEG Van Gend & Loos (zie WC 7): een verdragsbepaling heeft directe werking en
kan dus direct voor de nationale rechter worden ingeroepen wanneer de bepaling
voldoende helder, precies en onvoorwaardelijk is.
= Zwak federaal kenmerk.
- EU-ambten?
Geen vertegenwoordiging van de lidstaten? Sterk federaal karakter.
Europese Raad (art. 15 VEU) staatshoofden, regeringsleiders, minister-
presidenten en de voorzitter van de Europese Commissie.
Bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, dus niet sterk federaal.
Europese Commissie (art. 17 VEU) commissieleden/commissarissen.
Een van de lidstaten onafhankelijk toezichthoudend ambt, dus sterk federaal.
Raad van de EU (art. 16 VEU) ministers.
Bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, dus niet sterk federaal.
Europees Parlement (art. 14 VEU) (let op!) geen vertegenwoordigers van de ) geen vertegenwoordigers van de
lidstaten, maar vertegenwoordigers van de burgers van de EU.
Heeft wetgevings- en controlebevoegdheden t.a.v. met name de Europese
Commissie, dus sterk federaal.
Hof van Justitie EU (art. 19 VEU).
Een van de lidstaten onafhankelijk ambt dat de eenheid van de toepassing van het
EU-recht bewaakt, dus sterk federaal.
Europese Centrale Bank (art. 282 VWEU).
Een van de lidstaten onafhankelijk ambt dat een deel van het monetaire beleid
uitvoert, dus sterk federaal.
Let op!) geen vertegenwoordigers van de Kanttekening: de beslissingsmacht ligt, als het erop aankomt, bij de Europese Raad en
de Raad van de EU (de ambten waarin de vertegenwoordigers van de lidstaten zitten). De EU
is dus alsnog federaal beperkt.
1993 Verdrag van Maastricht afspraken over de
economische en monetaire Unie.
1997 Verdrag van Amsterdam behalve afspraken
over de economische en monetaire Unie ook Ontwikkeling
op andere gebieden samenwerking (buitenlands federalisering
beleid).
2007 Verdrag van Lissabon compromis na het mis-
lukken van het grondwettelijk verdrag dat in 2005
bij referendum werd verworpen.
Deze verdragen hebben geleid tot een uitbreiding van de bevoegdheden van de EU. Zijn daar
constitutionele grenzen aan gesteld?
- Art. 92 Gw: bevoegdheden (tot wetgeving, bestuur en rechtspraak) kunnen worden
overgedragen aan volkenrechtelijke organisaties en EU-ambten. Dit kenmerkt de open
constitutie; nauwelijks grenzen aan federalisering.