Klinische psychologie
Normaal of abnormaal? -
Hoorcollege
Indicators van abnormaiteit (4 D’s):
1. Afwijking, statistische norm en sociale norm. Beperkingen zijn dat
afwijking niet voldoende is en grenswaarden willekeurig zijn.
2. Lijden, als mensen lijden of psychologische pijn ervaren.
Beperkingen zijn dat het noch voldoende, noch noodzakelijk is en
erg subjectief.
3. Dysfunctie, gedrag en gevoelens die het vermogen van een persoon
om in het dagelijks leven te functioneren verstoren. Beperkingen zijn
dat grenswaarden willekeurig en subjectief zijn.
4. Gevaar, gedrag en gevoelens die mogelijk schadelijk zijn voor
zichzelf of anderen. Beperkingen zijn dat grenswaarden willekeurig
zijn.
De bovenstaande zijn de belangrijkste criteria, er zijn er meer: irrationeel
of onvoorspelbaar, verkeerde waarneming van de realiteit en sociaal
ongemak.
Dus, hoe wordt abnormaal gedrag gedefinieerd?
Er zijn bepaalde criteria, deze verschillen per stoornis, ze
vertegenwoordigen een continuüm met willekeurige grenswaarden en elk
genoemd criterium is noch voldoende, noch noodzakelijk.
-Niet voldoende betekent: niet iedereen die het ervaart, heeft de stoornis.
-Niet noodzakelijk betekent: niet iedereen met de stoornis ervaart het.
, Wat bedoelen we met abnormaliteit?
– Artikel 1
Er is nog steeds geen universele overeenstemming over wat wordt
bedoeld met abnormaliteit of stoornis. We hebben wel definities, maar een
werkelijk bevredigende definitie zal waarschijnlijk altijd ongrijpbaar blijven.
De definitie van een mentale stoornis brengt veel uitdagingen met zich
mee. Een groot probleem is dat er geen enkel gedrag is dat iemand
abnormaal maakt. Er zijn echter enkele duidelijke elementen of indicatoren
van abnormaliteit. Geen enkele indicator is op zichzelf voldoende om
abnormaliteit te definiëren of te bepalen. Niettemin, hoe meer iemand
moeilijkheden ervaart op de volgende gebieden, hoe waarschijnlijker het is
dat er sprake is van een mentale stoornis.
Indicatoren van abnormaliteit
1. Subjectief lijden: Mensen die lijden of psychologische pijn ervaren,
kunnen als abnormaal worden beschouwd. Mensen met depressie en
angststoornissen ervaren lijden, maar een patiënt die manisch is en
een opgewekte stemming heeft, ervaart mogelijk geen enkel lijden
(ze weigeren vaak medicijnen omdat ze hun manische 'highs' niet
willen verliezen). Je hebt morgen een toets en bent bezorgd, maar
we bestempelen jouw subjectieve lijden niet als abnormaal. Het is
noch een voldoende voorwaarde (alles wat nodig is), noch een
noodzakelijke voorwaarde (een kenmerk dat in alle gevallen van
abnormaliteit aanwezig moet zijn).
2. Maladaptiviteit: Gedrag dat ons welzijn en ons vermogen om van ons
werk en onze relaties te genieten belemmert. Een persoon met
anorexia kan voedselinname zo sterk beperken dat
ziekenhuisopname nodig is. Iemand met depressie kan zich
terugtrekken van vrienden en familie. Maar niet alle stoornissen
gaan gepaard met maladaptief gedrag; een oplichter en een
huurmoordenaar hebben beiden een antisociale
persoonlijkheidsstoornis. Voor hen is hun gedrag niet maladaptief,
omdat het de manier is waarop ze hun brood verdienen. We
beschouwen hen echter als abnormaal, omdat hun gedrag
maladaptief is voor en tegenover de samenleving.
3. Statistische afwijking: Alleen statistisch zeldzaam gedrag als
abnormaal beschouwen, biedt geen oplossing voor ons probleem bij
het definiëren van abnormaliteit. We beschouwen mensen met
uitzonderlijke talenten niet als abnormaal. Aan de andere kant wordt
een verstandelijke beperking (die statistisch zeldzaam is en een
afwijking van het normale vertegenwoordigt) wel beschouwd als een
vorm van abnormaliteit. Bij het definiëren van abnormaliteit maken