WEEK 1
Bronnen van het arbeidsrecht in volgorde van belangrijkheid:
1. Internationale normen (Internationale regelingen en verdragen)
2. Grondwet (Wetten in formele en materiele zin)
3. Collectieve arbeidsovereenkomst
4. Individuele arbeidsovereenkomst
5. Gebruik en gewoonte
Mate waarin wetsbepalingen dwingend zijn:
-Dwingende bepaling: Geen afwijking mogelijk of niet ten nadele van de werknemer
-Driekwart dwingende bepaling: Afwijking kan alleen bij cao
-Vijfachtste dwingende bepaling: Afwijken kan alleen bij cao of schriftelijke overeenstemming met de
ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging
-Semidwingende bepaling: Afwijken kan bij schriftelijke overeenkomst of reglement
-Aanvullende bepaling: Afwijken is mogelijk
De 3 verschillende overeenkomsten m.b.t. verrichten van arbeid:
1. Aanneming van werk Art. 7:750 – 769 BW
2. Overeenkomst van opdracht Art 7:400 – 413 BW
3. Arbeidsovereenkomst Art. 7:610 – 693 BW
1. Aanneming van werk:
-Bepaalde prijs
-Geen ondergeschiktheid
-Stoffelijk resultaat
2. Overeenkomst van opdracht:
-Bepaalde prijs
-Geen ondergeschiktheid
-Geen stoffelijk resultaat
3. Arbeidsovereenkomst:
-Gedurende zekere tijd
-Persoonlijk (arbeid zelf verrichten)
-Tegen loon
-In dienst (wel ondergeschiktheid)
-Arbeid verrichten
Voordelen van een arbeidsovereenkomst:
-Ontslagbescherming
-Minimum loon
-Aantal vakantiedagen
-Sociale verzekering
Een arbeidsovereenkomst is vormvrij dit betekend dat er geen wet is die eist voor een schriftelijke
overeenkomst een mondelingen overeenkomst is even rechtsgeldig.