Van onderstaande medicatie moet je de indicatie, werking en specifieke bijwerkingen kennen.
Groepen
NSAID’s (pag. 38)
Indicatie: algemene pijn (hoofd, kies, menstruatie, spier- en gewrichtsproblemen)
Werking: pijnstillend. Verminderen ontsteking, zwelling, pijn door PGE2. Doel: COX-2 remmen, deze
worden geproduceerd bij ontstekingsreactie en draagt bij aan grote hoeveelheden PGE2.
Bijwerking: maag-darmkanaal gevoelig (diarree misselijkheid)
Opioïden
Indicatie: acute en chronische pijn, acuut hartfalen, niersteenkoliek, neuropathische pijn
Werking: remmen de synaptische overdracht door te binden aan opioïdreceptoren op het
presynaptische en postsynaptische membraan → remming pijnoverdracht synaps
• Op presynaptisch membraan remmen ze opengaan Ca2+-kanalen en daarmee de afgifte van
de neurotransmitter die de impulsoverdracht naar het ontvangende neuron mogelijk maakt
• Op het postsynaptische membraan maken ze het membraan minder gevoelig voor stimulatie
door neurotransmitters
Bijwerking: misselijkheid en braken (vooral na 1e keer) ademhalingsdepressie, sedatie, jeuk,
hypotensie, afname peristaltiek, afhankelijkheid
Insuline (kortwerkend/langwerkend/mix)
Indicatie: diabetes mellitus 1 (soms ook DM2)
Werking: lichaam voorzien van insuline
Bijwerking: Hypoglykemie, allergische huidreacties, reacties op injectieplaats
Sulfonylureumderivaten
Indicatie: verlaging bloedglucose concentratie bij DM2
Werking: blokkeren ETP-afhankelijke K+-kanalen → depolarisatie van de B-cellen en opening van
Ca2+ kanalen → stimuleren in de productie van insuline
Bijwerking: hypoglykemie, gewichtstoename, maagdarmstoornissen, huidreacties
Anti-epileptica
Indicatie: epileptische aanvallen
Werking: verminderen van overmatige neuronale activiteit in de hersenen
Bijwerking: misselijkheid, braken, sufheid, duizeligheid, stoornis van de coördinatie, depressie,
obstipatie, droge mond
Bisfosfonaten
Indicatie: behandeling osteoporose
Werking: worden geabsorbeerd door de botmatrix (affiniteit voor calcium) en vervolgens door
osteoclasten, wat apoptose (celdood) in osteoclasten opwekt.
Bijwerking: voorlichting belangrijk; bisfosfonaten kunnen irritatie of zelfs zweren van de slokdarm
veroorzaken → inname op nuchtere maag met veel water en minstens 30 min recht op blijven zitten
of staan om zeker te weten dat het middel de slokdarm gepasseerd is.
,Antibiotica (verschillende groepen en soorten, niet de specifieke namen, behalve penicilline)
Indicatie: bacteriële infectie
• Breedspectrum: effectief tegen groot aantal soorten, zowel gram positief als negatief
• Smalspectrum: werkzaam tegen klein aantal soorten bacteriën
Werking:
1. Aangrijpen op celwand (o.a. penicilline)
aangrijpen op transpeptidase, een enzym dat peptidoglycaan maakt (onderdeel bacteriële
celwand) → celwand onstabiel → lyseren → celdood (bactericide werking: bacteriën
gedood)
2. Aangrijpen op ribosomen: voorkomen dat de bacterie eiwitten aanmaakt
Bacteriostatische werking: bacteriën in hun groei geremd
3. Fluorochinolen: breedspectrum antibiotica die de werking van topoisomerase II remmen
(betrokken bij ontrolling DNA-helix replicatie of transcriptie) → voorkomen zowel celdeling
als eiwitsynthese
Bijwerking: 10% vd bevolking allergische overgevoeligheid, uitslag, koorts, anafylaxie in ernstige
gevallen
ACE-remmers (pag. 38)
Indicatie: hypertensie (soms hartfalen)
Werking: bloeddrukverlagend, enzym ACE is aangrijpingspunt. Blokkeren productie van angiotensine
II = vaatvernauwer en stimuleert afgifte ADH. (1) aanmaak aldosteron neemt af → Na+ spiegels
verlaagd → bloedvolume en bloeddruk nemen af. (2) systemische vasculaire weerstand neemt af. (3)
afgifte van ADH verminderd → zorgt voor vaatverwijding en toename urineproductie (4) waardoor
bloeddruk afneemt
Enalapril is een prodrug en moet eerst worden omgezet door de lever in zijn actieve metaboliet
voordat hij werkt.
Bijwerking: aanhoudende droge hoest (ACE-remmers remmen ook enzymen in de longen waardoor
bradykinine zich ophoopt – irriteert de weefsels), in het begin hypotensie.
Antidepressiva (verschillende groepen) (pag. 40)
Indicatie: depressie
Werking: fluoxetine en paroxetine zijn antidepressiva die transporteiwitten voor 5-
hydroxytryptamine (serotine) remmen in neuronen in centra van de hersenen waar emoties worden
verwerkt.
Bijwerking: (TCA’s): hartritmestoornissen, tachycardie, orthostatische hypotensie. (SSRI’s): maag-
darmproblemen, misselijkheid (MAO-remmers): droge mond, sedatie, wazig zien, obstipatie,
misselijkheid, problemen met seksuele functies.
Specifieke medicatie
Paracetamol
Indicatie: koorts en pijn
Werking: niet-ontstekingremmend, koortsverlagend en pijnstillend
Bijwerking: Bij veel gebruik leverschade
Metformine
Indicatie: diabetes mellitus 2
Werking: vermindert de synthese van glucose in de lever en vergroot de opname van glucose door de
cellen, maar alleen als de pancreas nog enige insuline produceert. Ook gunstige invloed op
insulineresistentie
Bijwerking: hypoglykemie
,Lidocaïne (pag. 34)
Indicatie: een lokaal verdovend middel dat onder andere in de tandheelkunde wordt gebruikt
Werking: door de natriumkanalen in een pijnneuron te blokkeren met lidocaïne wordt voorkomen
dat pijnsignalen zich langs het neuron voortplanten en de hersenen bereiken.
Bijwerking: tijdelijke spierverslapping mogelijk
Salbutamol (pag. 25)
Indicatie: Astma en COPD (kortwerkende bronchodilatatoren die symptomen van astma opheffen)
Werking: een agonist voor adrenalinereceptoren in de longen. Imiteert het effect van adrenaline. Het
stimuleert na binding adrenalinereceptoren in de kleine bronchiën en veroorzaakt een verwijding
daarvan (bronchodilatatie)
Activering sympathisch stelsel → bijnieren geven adrenaline af → bindt aan B2-adrenerge
receptoren op gladde spiercellen in de wand van de bronchiolen → spiercellen ontspannen en
bronchiolen verwijden → meer lucht stroomt de longen in
Bijwerking: tachycardie of hartkloppingen, lichte tremor
Levothyroxine
Indicatie: hypothyreoïdie
Werking: synthetische schildklierhormoon (T4) → vervanging van schildklierhormoon
Bijwerking: te hoge dosis: hyperthyroïdie
Thiamizol
Indicatie: langdurige hyperthyroïdie
Werking: verondersteld wordt dat een enzym in de schildklier betrokken is bij de aanmaak van
schildklierhormonen
Bijwerking: te hoge dosis: hyperthyroïdie
Digoxine (pag. 34)
Indicatie: hartritmestoornissen
Werking: op ionkanalen. Verhoogt de Ca2+ concentratie in de myocyten, die op hun beurt de
concentratiekracht van het myocard vergroten. Werkt ook in op centrale zenuwstelsel door
parasympatische activiteit te versterken en zo de hartfrequentie te verlagen
Bijwerking: duizeligheid, stoornissen van het CZS, visusstoornissen
Atenolol (pag. 25)
Indicatie: angina pectoris, hypertensie, hartritmestoornissen en hartfalen
Werking: Verlaagd hartslag. Een antagonist voor adrenalinereceptoren op het hart. Blokkeert die
receptoren en daarmee de stimulerende werking van adrenaline. Hierdoor hoeft het hart minder te
presteren en is ook de zuurstofbehoefte minder.
Bijwerkingen: bradycardie, koude of cyanotische extremiteiten, maag-darmklachten
Verapamil (pag. 34, 58)
Indicatie: Hoge bloeddruk en artimieën, angina pectoris, licht-matige hypertensie
Werking: op ionkanalen en is een modulator. Het voorkomt dat calciumkanalen in allerlei hartcellen
opengaan, zodat Ca₂+-ionen niet naar binnen kunnen. Hierdoor daalt de hartslag en wordt het ritme
regelmatiger. De gladde spiercellen die alle holle organen van het lichaam (waaronder bloedvaten en
de darmen) omgeven, trekken samen in reactie op calcium dat die cellen binnengaat. Een Ca₂+-
blokkerend geneesmiddel als verapamil dat calciumkanalen ook op die blokkeert, interfereert dus
met contractie en bevordert dilatatie.
Bijwerking: obstipatie doordat de samentrekking van de gladde spieren in de darmen worden
geblokkeerd en hypotensie, blozen, oedeem en hoofdpijn
, Diazepam (pag. 34)
Indicatie: verlicht angst (een anxiolyticum)
Werking: is een modulator. Veranderen het gedrag van ionkanalen door hun werking te stimuleren of
te remmen. Diazepam gaat een interactie aan met chloridekanalen in neuronen van het centrale
zenuwstelsel en vergroot hun doorlaatbaarheid, waardoor chloride-hormonen worden aangezet om
het neuron te verlaten.
Bijwerking: slaperigheid
1. De plaats van het geneesmiddel binnen de patiëntenzorg benoemen
Medicijnleer of farmacologie = de wetenschap van de aard en eigenschappen van geneesmiddelen, in
het bijzonder de werking of de effecten ervan. Polyfarmacy = 5 of meer medicijnen
2. Het belang van goed geneesmiddelgebruik toelichten: receptuur lezen en informatie
opzoeken in het farmacotherapeutisch kompas
Zie voor belang gehele samenvatting.
Het farmaceutisch kompas
Het doel van het FK is het bevorderen van het gepast gebruik van geneesmiddelen. Daartoe biedt het
(aspirant) artsen praktijkgerichte en beslissingsondersteunende informatie over geneesmiddelen en
hun toepassingen. Onder gepast gebruik van geneesmiddelen wordt verstaan: farmacotherapie die in
medisch opzicht optimaal en vervolgens het meest economisch is.
Risicofactoren bij ouderen
• Meerdere aandoeningen
• Veranderde/verminderde nierfunctie (nieren scheiden medicatie uit)
• Hoog en complex medicatiegebruik
• Meerdere specialisten die medicatie voorschrijven en niet afstemmen
• Praktische problemen: verpakking/breken van pillen/slikfunctie
• Cognitie en invloed op therapietrouw
• Ouderen duiden bepaalde klachten niet altijd aan het medicijngebruik, maar aan het ouder
worden
• Therapietrouw: 70% van alle geneesmiddelgebruikers neemt zijn medicatie niet juist in