003 Filtering:
Leerdoelen:
- Uitleggen wat een smoothing- en een sharpening-convolutiefilter (kernel) is
- Uitleggen hoe een smoothing- en een scharpening-filter in het spatiële domein werkt
- Uitleggen hoe een smoothing- en een sharpening-filter in het frequentiedomein
werkt (deel 2)
- Verband tussen sterkte van een smoothing- en sharpeningfilter op de spatiele
resolutie en ruis uitleggen
- Smoothing en sharpeningfilters toepassen op gammabeelden (NG) en
röntgenbeelden t.b.v. ruisonderdrukking en verhogen van de scheprte en de effecten
verklaren (practicum)
TA-curve:
- Gedurende een bepaalde tijd waar de counts worden gemeten
- Je ziet bij de hoge counts dat het grillig wordt, om dit te verhelpen kan de curve
gefilterd worden
-
-
- Maar hoe kom je op een gefilterde TA-curve?
Beeldcoördinaten:
Beeld bestaat uit pixels, waarbij een beeldcoördinatie nodig is.
- Linksboven is 0
- U= horizontaal, V=verticaal M= breedte, N= hoogte
-
,Combinatie van pixels:
- Gemiddeldefilter neemt het gemiddelde van een pixel (U,V) met omliggende pixels in
een gebied met pixels P0 t/m P8
P 0+ P 1+ P 2+ P3+ P 4+ P 5+ P 6+ P 7+ P 8
- Waarbij het resultaat is: I1(u,v)=
9
- De uitkomst is dan de nieuwe pixelwaarde. Als je al dit resultaat optelt zie je een
beeld wat smooth/wazig is
1-D Gemiddelde filter:
Wat gebeurd er nou om zo’n beeld wazig/smooth te maken:
, Filtermatrix:
Voorbeelden:
Wat is het resultaat van filtering met onderstaande filters:
000
010
000
Het beeld blijft hetzelfde
Voorbeeld 2:
000 = 1/3 010
111 010
000 010