Inhoudsopgave
Ademhaling 1........................................................................................................................................................................2
Ademhaling 2........................................................................................................................................................................5
Bloedsomloop 1 ...................................................................................................................................................................9
Bloedsomloop 2 ................................................................................................................................................................ 18
Oefen vragen: ...................................................................................................................................................................................... 20
Spijsvertering .................................................................................................................................................................... 25
Inleiding inspanningsfysiologie ................................................................................................................................. 30
Vragen: .................................................................................................................................................................................................. 30
Veroudering 2 ................................................................................................................................................................... 41
Oefenvragen: ....................................................................................................................................................................................... 45
,Ademhaling 1
Het doel van de ademhaling:
Het zuurstof wordt gebruikt voor verbranding van
voedingsstoffen en daar maak je atp van, en als
afhaalproduct maak je co2, dus cco2 moet je kwijt en
o2 moet je hebben. O2 haal je uit de buitenlucht, haal
je in de longen , de zuurstof word opgenomen in de
bloedsomloop en gaat naar de weefsels toe, co2 word
naar de longen gebracht en raak je kwijt aan de
buitenlucht
• Diffussie is de kern van de ademhaling, van
buiten het lichaam (hoge concentratie O2
naar binnen het lichaam lage concentratie)
• Wat vergroot de diffussiesnelheid:
o Temperatuur
o Oppervlakte
o Verschil in concentratie
• Ventilatie: voortdurend verversen van longlucht
• Diffusie: verplaatsen moleculen tussen bloed en longlucht
• Perfusie: doorbloeding (van de longen)
En wat is het belang van ventilatie diffusie en perfusie
• Bovenste en onderste luchtwegen
• Bovenste luchtwegen: neus, mondholte, keelholte
• Onderste luchtwegen: longen, trachia, bronchiaalboom, bronchien, longblaasjes
• 2 longen
• Links → 2 longkwabben
• Rechts → 3 longkwabben
• Bovenste luchtwegen: milieu externe
• Functie neus:
o Verwarming
o Bevochtiging
o Waarschuwing (ruiken)
o Immuunsysteem (tonsils)
o Stoffilter (neusharen, slijmvlies)
• Epiglottis (klep:
o slikken
, o hoesten persen
• stembanden
Trachea
• luchtwegen vertakken
zich, door iedere keer op
te delen doen veel grotere
delen mee met de diffusie,
dus een groter diffusie
oppervlak.
Broncheal boom
• toevoerende zone
o trachea
o bronci
o bronchioli
o bronchioli terminalis
• overgangs- en respiratoire zone
o Bronchilis respiratorius
o Ductuli albeolaris
o Sacculi alveolaris
*blauw is aanvoerend en zuurstofarm
*rood is afvoerend en zuurstof rijk venus
Alveoli
• Aantal ~ 300 x 10^6
• Oppervlak ~ 70-100 M2
• Dunne cellaag
In de neus zitten neusschelpen, soort centrifuge in je neus,
zwaarste deeltjes worden naar de buitenkant gegooid, tegen de neusslijmvlies en
trilharen, door trilhaarepitheel wordt dat richting de keel gezwiept en dan slik je het
door en gaat het verloren in de maag. (reinigingsmechanisme) Rokers hebben minder
slijmvlies.
Wand neus en luchtwegen:
• Trilhaarepitheel
, o Slijmlaag
o Microvilli (cilia)
Ventilatie (wet van Boyle)
• Zelfde aantal moleculen
o Groot volume = lagere druk
o Klein volume = hogere druk
o P1V1 =P2V2 (P = druk, V = Volume)
• Inspiratie = inademen
Het diafragma doet de inademing (spant aan), als je
actief wordt heb je meer spieren nodig.
*als de longen groter worden wordt de thorax ook groter
Ademhaling in rust:
• Inspiratie:
o Diafragma
o Mm. Intercostalis externi
• Expiratie:
o Elasticiteit long en thorax
o Oppervlakte spanning laagje vloeistof in longen
Bij actief ademhalen heb je actief spieren nodig
• Inspiratie:
o Diafragma
o Mm. Intercostalis externi
o M. Scaleni
o M. Sternocleidomastoideus
o M. Pectoralis major en minor
o M. Serrati
• Expiratie:
o Elasticiteit long en thorax
o Oppervlakte spanning laagje vloeistof in de longen
o Mm. Intercostalis interni
o Buikspieren
▪ Forceren buikinhoud omhoog
▪ Trekken ribbenkast omlaag
Wat moet je leren:
Opgegeven literatuur + vooral de leerdoelen ( bij temmink is alleen de verplichte
literatuur kennen)