Klinisch Werkveld en Organisatie
Uitwerking hoorcolleges
Hoorcollege 1: GGZ volwassenen – organisatie en beleid
- Doel van de GGZ
o Vanuit de overheid geldt dat gezondheidszorg alleen voor mensen met een ziekte is.
Voor de ggz geldt tot nu toe dat iemand ziek is wanneer iemand een DSM-5
stoornis heeft.
o Gevolg als iedereen binnen de ggz terecht zou kunnen: toename in aantal patiënten
en toename in kosten.
Meer budget voor de ggz zou fijn zijn, maar dit kan niet ongelimiteerd. De
overheid heeft ook andere doelen die geld kosten.
Er is dus een beperkt budget voor de ggz en de vraag is hoe je dit geld zo
goed mogelijk kan gebruiken om zoveel mogelijk gezondheidswinst te
creëren.
o Aantallen in de ggz:
Circa 20 tot 25% van de volwassen bevolking heeft een DSM-stoornis (per
jaar); dit zijn ongeveer 2,4 tot 3 miljoen mensen.
Hiervan zijn ruim 1 miljoen patiënten per jaar in ggz zorg.
Kosten ggz: 4,5 miljard (ongeveer 5% van het totale gezondheidszorgbudget).
- Zorgstelsel
o 2014-2022
In 2014 en in 2022 waren er grote wijzigingen in het ggz stelsel.
Periode van 2014 tot 2022:
Kern van de stelselwijzing was dat er minder ‘bedden’ moesten zijn;
dus minder opnames en kortere opnameduur.
Dus meer kortdurende ambulante zorg en minder langdurige
ambulante zorg.
Doel: betere zorg en minder kosten.
o Zorg moet beter: kwaliteit, toegankelijkheid en
betaalbaarheid.
3 pijlers/sectoren (echelons) in de ggz:
o Huisarts en praktijk ondersteuner huisarts ggz (POH-GGZ)
Sinds 2014 extra financiering om een POH-GGZ aan
te nemen.
, De POH-GGZ werkt onder de verantwoordelijkheid
van de huisarts en is dus strikt genomen geen ggz.
Laagdrempelige manier om psychische hulp te
krijgen, geen eigen risico.
Groot volume patiënten.
o Basis ggz
Ontstaan in 2014, voor kortdurende hulpverlening.
Idee: de meeste patiënt hebben voldoende aan een
korte behandeling (max. 750 minuten).
Ingedeeld in 4 zorgproducten:
Kort: 300 minuten.
Middel: 500 minuten.
Intensief: 750 minuten
Chronisch: 750 minuten; dit zijn patiënten
met ernstige psychiatrische aandoeningen
(EPA).
Andere zorgvisie: kijken naar wat mensen wel
kunnen.
o Specialistische ggz
Doorgaans in grote instellingen.
Langdurende ambulante behandelingen
(opgenomen in DBCs (diagnose-behandeling
combinaties).
Meestal in zorgpaden.
Kortdurende opname in (psychiatrisch) ziekenhuis:
minder bedden.
FACT-team is onderdeel van S-ggz, gericht op EPA.
o Welke patiënten moet waar heen?
Gebaseerd op 5 criteria:
DSM-stoornis: zonder diagnose kom je niet
bij de ggz.
Ernst: in hoeverre is het functioneren
aangetast?
Risico: om zichzelf of anderen in gevaar te
brengen.
Complexiteit: zijn er ook andere diagnosen?
Beloop / duur: zijn de klachten net ontstaan
of langdurig?
Dit is echter niet goed wetenschappelijk
onderbouwd.
Geen DSM-diagnose POH-GGZ.
DSM-diagnose, weinig risicovol of complex basis
ggz.
DSM-diagnose, risicovol of complex
gespecialiseerde ggz.
Hoe heeft dit uitgepakt?
o Wens was meer patiënten bij POH-GGZ en toename van
patiënten in B-ggz + afname S-ggz.
o Uitkomst: inderdaad een toename van het aantal patiënten
bij de POH-ggz; echter is het aantal patiënten bij de B-ggz
niet toegenomen en het aantal bij de S-ggz niet afgenomen.
, o Doelen behaald?
Minder bedden
Opnameduur is teruggegaan van 34 naar 17
dagen.
Betere crisis- en intensieve thuiszorg.
Patiënten vinden dit fijn.
Tendens naar lichter behandelen.
Nog steeds een groot volume S-ggz en hele lange
wachtlijsten.
o Knelpunten 2021:
Toename van het aantal patiënten (te vaak ‘lichte’
patiënten?)
Schaarste personeel en middelen.
Lange wachttijden.
Ggz teveel ingericht op 1 diagnose in plaats van
complexe problematiek.
EPA patiënten te lang in zorg.
o Vanaf 2022: nieuw organisatie model (heeft twee overgangsjaren dus nu pas echt in
gebruik).
Zorgprestatiemodel.
Wijzigingen:
Administratief / financieel:
o Minder registratie.
o Vergoeding op basis van zorgprestaties (bijv. consult, nacht in
ziekenhuis).
o Geen onderscheid tussen directe en indirecte tijd.
Direct: echt contact met de patiënt.
Indirect: extra werk buiten het echte contact met de
patiënt.
Zorg wordt gekoppeld aan zorgzwaarte en niet aan DSM ziekte
wordt anders gedefinieerd.
o Gemeten met de HONOS (19 vragen) over de aard en ernst
van de klachten, beperkingen in het functioneren en risico
voor zichzelf of omgeving.
Onderscheid tussen basis ggz en specialistische ggz vervalt.
- Wat levert ggz op?
o Gezondheidswinst
Resultaten kunnen ingedeeld worden in 4 categorieën:
Hersteld: geen klachten meer.
Verbeterd: vermindering van de klachten.
Zelfde gebleven: geen verandering in de klachten.
Verslechterd: meer klachten.
hersteld en verbeterd hebben baat bij de behandeling.
Uit een onderzoek onder 78 instellingen blijkt dat 36-84% baat heeft bij de
behandeling.
Grote variatie tussen instellingen; oorzaken:
o Instellingen hebben een andere patiëntenpopulatie;
instellingen richten zich op verschillende soorten
problematiek.
o Hulpverleners beter/slechter geschoold.
o Andere therapieën worden aangeboden.
, o Goede/minder goede organisatie.
o Concurrentie tussen instellingen.
o Tevredenheid
Online kan gezien worden hoe instellingen scoren op tevredenheid.
- Hoe los je wachtlijsten op?
o Grootste knelpunt van de ggz is de wachtlijsten. Manieren om dit te verbeteren:
Meer geld en dus meer therapeuten.
Behandeling efficiënter maken.
Behandelingen eerder afsluiten.
Meer online behandeling.
Betere samenwerking tussen verschillende vormen van zorg.
Meer naar sociale domein.
Uitwerking hoorcolleges
Hoorcollege 1: GGZ volwassenen – organisatie en beleid
- Doel van de GGZ
o Vanuit de overheid geldt dat gezondheidszorg alleen voor mensen met een ziekte is.
Voor de ggz geldt tot nu toe dat iemand ziek is wanneer iemand een DSM-5
stoornis heeft.
o Gevolg als iedereen binnen de ggz terecht zou kunnen: toename in aantal patiënten
en toename in kosten.
Meer budget voor de ggz zou fijn zijn, maar dit kan niet ongelimiteerd. De
overheid heeft ook andere doelen die geld kosten.
Er is dus een beperkt budget voor de ggz en de vraag is hoe je dit geld zo
goed mogelijk kan gebruiken om zoveel mogelijk gezondheidswinst te
creëren.
o Aantallen in de ggz:
Circa 20 tot 25% van de volwassen bevolking heeft een DSM-stoornis (per
jaar); dit zijn ongeveer 2,4 tot 3 miljoen mensen.
Hiervan zijn ruim 1 miljoen patiënten per jaar in ggz zorg.
Kosten ggz: 4,5 miljard (ongeveer 5% van het totale gezondheidszorgbudget).
- Zorgstelsel
o 2014-2022
In 2014 en in 2022 waren er grote wijzigingen in het ggz stelsel.
Periode van 2014 tot 2022:
Kern van de stelselwijzing was dat er minder ‘bedden’ moesten zijn;
dus minder opnames en kortere opnameduur.
Dus meer kortdurende ambulante zorg en minder langdurige
ambulante zorg.
Doel: betere zorg en minder kosten.
o Zorg moet beter: kwaliteit, toegankelijkheid en
betaalbaarheid.
3 pijlers/sectoren (echelons) in de ggz:
o Huisarts en praktijk ondersteuner huisarts ggz (POH-GGZ)
Sinds 2014 extra financiering om een POH-GGZ aan
te nemen.
, De POH-GGZ werkt onder de verantwoordelijkheid
van de huisarts en is dus strikt genomen geen ggz.
Laagdrempelige manier om psychische hulp te
krijgen, geen eigen risico.
Groot volume patiënten.
o Basis ggz
Ontstaan in 2014, voor kortdurende hulpverlening.
Idee: de meeste patiënt hebben voldoende aan een
korte behandeling (max. 750 minuten).
Ingedeeld in 4 zorgproducten:
Kort: 300 minuten.
Middel: 500 minuten.
Intensief: 750 minuten
Chronisch: 750 minuten; dit zijn patiënten
met ernstige psychiatrische aandoeningen
(EPA).
Andere zorgvisie: kijken naar wat mensen wel
kunnen.
o Specialistische ggz
Doorgaans in grote instellingen.
Langdurende ambulante behandelingen
(opgenomen in DBCs (diagnose-behandeling
combinaties).
Meestal in zorgpaden.
Kortdurende opname in (psychiatrisch) ziekenhuis:
minder bedden.
FACT-team is onderdeel van S-ggz, gericht op EPA.
o Welke patiënten moet waar heen?
Gebaseerd op 5 criteria:
DSM-stoornis: zonder diagnose kom je niet
bij de ggz.
Ernst: in hoeverre is het functioneren
aangetast?
Risico: om zichzelf of anderen in gevaar te
brengen.
Complexiteit: zijn er ook andere diagnosen?
Beloop / duur: zijn de klachten net ontstaan
of langdurig?
Dit is echter niet goed wetenschappelijk
onderbouwd.
Geen DSM-diagnose POH-GGZ.
DSM-diagnose, weinig risicovol of complex basis
ggz.
DSM-diagnose, risicovol of complex
gespecialiseerde ggz.
Hoe heeft dit uitgepakt?
o Wens was meer patiënten bij POH-GGZ en toename van
patiënten in B-ggz + afname S-ggz.
o Uitkomst: inderdaad een toename van het aantal patiënten
bij de POH-ggz; echter is het aantal patiënten bij de B-ggz
niet toegenomen en het aantal bij de S-ggz niet afgenomen.
, o Doelen behaald?
Minder bedden
Opnameduur is teruggegaan van 34 naar 17
dagen.
Betere crisis- en intensieve thuiszorg.
Patiënten vinden dit fijn.
Tendens naar lichter behandelen.
Nog steeds een groot volume S-ggz en hele lange
wachtlijsten.
o Knelpunten 2021:
Toename van het aantal patiënten (te vaak ‘lichte’
patiënten?)
Schaarste personeel en middelen.
Lange wachttijden.
Ggz teveel ingericht op 1 diagnose in plaats van
complexe problematiek.
EPA patiënten te lang in zorg.
o Vanaf 2022: nieuw organisatie model (heeft twee overgangsjaren dus nu pas echt in
gebruik).
Zorgprestatiemodel.
Wijzigingen:
Administratief / financieel:
o Minder registratie.
o Vergoeding op basis van zorgprestaties (bijv. consult, nacht in
ziekenhuis).
o Geen onderscheid tussen directe en indirecte tijd.
Direct: echt contact met de patiënt.
Indirect: extra werk buiten het echte contact met de
patiënt.
Zorg wordt gekoppeld aan zorgzwaarte en niet aan DSM ziekte
wordt anders gedefinieerd.
o Gemeten met de HONOS (19 vragen) over de aard en ernst
van de klachten, beperkingen in het functioneren en risico
voor zichzelf of omgeving.
Onderscheid tussen basis ggz en specialistische ggz vervalt.
- Wat levert ggz op?
o Gezondheidswinst
Resultaten kunnen ingedeeld worden in 4 categorieën:
Hersteld: geen klachten meer.
Verbeterd: vermindering van de klachten.
Zelfde gebleven: geen verandering in de klachten.
Verslechterd: meer klachten.
hersteld en verbeterd hebben baat bij de behandeling.
Uit een onderzoek onder 78 instellingen blijkt dat 36-84% baat heeft bij de
behandeling.
Grote variatie tussen instellingen; oorzaken:
o Instellingen hebben een andere patiëntenpopulatie;
instellingen richten zich op verschillende soorten
problematiek.
o Hulpverleners beter/slechter geschoold.
o Andere therapieën worden aangeboden.
, o Goede/minder goede organisatie.
o Concurrentie tussen instellingen.
o Tevredenheid
Online kan gezien worden hoe instellingen scoren op tevredenheid.
- Hoe los je wachtlijsten op?
o Grootste knelpunt van de ggz is de wachtlijsten. Manieren om dit te verbeteren:
Meer geld en dus meer therapeuten.
Behandeling efficiënter maken.
Behandelingen eerder afsluiten.
Meer online behandeling.
Betere samenwerking tussen verschillende vormen van zorg.
Meer naar sociale domein.