Deeltoets 1 'Recht & Bedrijf' (mc-vragen) in week 5, woensdag 12 maart 2025
van 18:40 tot 20:00 uur over de stof van de eerste 4 weken. Deze toets bestaat
uit 40 vragen.
Deeltoets 2 ‘Recht & Bedrijf' (mc-vragen) in week 10, woensdag 9 april 2025 van
09:00 tot 11:00 uur over alle stof. Deze toets bestaat uit 60 vragen.
Week 1 Lezen/literatuur
Hoofdstuk 11: Ondernemingsrecht (Verheugt)
Week 2 Lezen/literatuur
Hoofdstuk 11: Ondernemingsrecht (Verheugt)
Week 3 Lezen/literatuur
Hoofdstuk: 1.1 - 1.5.3, 1.5.6 + 2.2 - 2.5.2 (Kern van het
arbeidsrecht)
Week 4 Lezen/literatuur
Hoofdstuk: 3 t/m 3.4.2, 4 t/m 4.4.1 en H 7.3.5 (Kern van het
arbeidsrecht)
Week 5 Lezen/literatuur
Hoofdstuk: 12 Arbeidsrecht blz. 440 t/m 444 (Verheugt)
Hoofdstuk: 7 (Kern van het arbeidsrecht)
Week 6 Lezen/literatuur
Hoofdstuk: 10 Burgerlijk procesrecht blz. 371 t/m 402 (Verheugt)
Week 7 Lezen/literatuur
1
,Inhoudsopgave
Samenvatting - KENNIS Recht en Bedrijf (7 EC)......................................................1
Week 1 en 2 – Hoofdstuk 11 Ondernemingsrecht (Verheugt).................................3
Week 3 – Hoofdstuk 1.1 - 1.5.3, 1.5.6 + 2.2 - 2.5.2 (Kern van het arbeidsrecht)....9
Week 4 – Hoofdstuk 3 t/m 3.4.2, 4 t/m 4.4.1 en H 7.3.5 (Kern van het
arbeidsrecht)........................................................................................................ 17
2
, Week 1 en 2 – Hoofdstuk 11 Ondernemingsrecht (Verheugt)
Volgens art. 1 lid 1 sub c Wet op de ondernemingsraden luidt de definitie van een
onderneming als volgt: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend
organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens
publiekrechtelijke aanstelling wordt verricht.
In het verleden lag bij de omschrijving van een onderneming meer de nadruk op
de eigenaar van de onderneming en op degenen die het belang van de eigenaar
vertegenwoordigen (de aandeelhouders). Daarbij ging het vooral om de
eigendomsverhoudingen in de onderneming: de factor geld. In het moderne
ondernemingsrecht let men meer op het geheel van mensen die in de
onderneming betrokken zijn en het gezamenlijk in stand houden van de
onderneming: de factor arbeid.
Een rechtssubject is een drager van rechten en plichten. Er zijn twee typen
rechtssubjecten: natuurlijke personen en rechtspersonen. Ingevolge art. 2:5 BW
staat een rechtspersoon vermogensrechtelijk gezien gelijk aan een natuurlijk
persoon.
Ondernemingsvormen
Ondernemingen zonder Ondernemingen met
rechtspersoonlijkheid rechtspersoonlijkheid
De eenmanszaak De naamloze vennootschap (NV)
De maatschap De besloten vennootschap (BV)
De vennootschap onder firma (Vof) De vereniging
De commanditaire vennootschap De onderlinge waarborgmaatschappij
De stichting
Ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
De eenmanszaak
Voor de oprichting van een eenmanszaak bestaan vrijwel geen juridische
formaliteiten. Vereist is wel dat zij wordt ingeschreven in het handelsregister, zo
bepaalt art. 5 onder b Handelsregisterwet 2007. Dit register bevindt zich op het
kantoor van de Kamer van Koophandel. De wetgever heeft bij de eenmanszaak
geen scheiding aangebracht tussen het ondernemingsvermogen en het
privévermogen van de ondernemer. De ondernemer is hierdoor met zijn gehele
vermogen aansprakelijk voor alle schulden van de onderneming. Schuldeisers
van het bedrijf kunnen daarom ook aanspraak maken op het privévermogen. Als
de ondernemer gehuwd is, dan kan het zo zijn dat schuldeisers van de
onderneming het gezamenlijk vermogen van beide echtgenoten kunnen
aanspreken, zie art. 1:94 lid 2 BW. Door het opmaken van huwelijkse
voorwaarden is alleen de echtgenoot met de onderneming met zijn vermogen
aansprakelijk.
De maatschap
Art. 7A:1655 BW: maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere
personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk
om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te delen. De maatschap is dus
een overeenkomst tussen twee maten (vennoten) om samen te werken en de
winst uit die samenwerking te delen. Het gaat om een samenwerkingsverband
3