FUNCTIONEREN 5
, Samenvatting Lichamelijk Functioneren 5
Thema 1: Gynaecologie en Verloskunde
De geslachtsorganen: Bij de man vormen de interstitiële cellen van de testes
steroïdhormonen die androgenen worden genoemd; testosteron is een voorbeeld. Het
bevordert de functie van spermacellen, de onderhoud van klieren, secundaire
geslachtskenmerken en heeft invloed op de stofwisseling in het lichaam. Het stimuleert
daarnaast de eiwitsynthese en de spiergroei. Sertolicellen worden door FSH gestimuleerd en
geven dan inhibine af wat de afgifte van FSH weer remt. Dit zorgt voor de negatieve
terugkoppeling van de spermaproductie.
Bij de vrouw worden de follikels gestimuleerd door FSH en gaan dan vervolgens eicellen
vormen. Follikelcellen rond de eicellen produceren vervolgens weer oestrogeen en dat
bevordert de rijping van eicellen en de groei van de bekleding van de baarmoeder. Ook
geven de follikelcellen inhibine af wat weer zorgt voor de negatieve terugkoppeling. Na
ovulatie ontwikkelt het follikel zich tot het gele lichaam (corpus luteum). Dan gaat het gele
lichaam een mengsel van oestrogenen en progestativa afgeven, met name progesteron.
Progesteron versnelt de verplaatsing van bevruchte eicellen door de eileiders en bereidt de
baarmoeder voor op de aankomst van een embryo in ontwikkeling. Ook zorgt het er voor dat
de melkklieren gaan groeien. Tijdens de zwangerschap functioneert de placenta ook als
hormoonklier en werkt samen met de ovaria en de hypofyse.
Structuur/cellen Hormoon Primair doelorgaan Effecten
Testes Androgenen De meeste cellen Spelen een rol bij rijping spermacellen,
Interstitiële cellen eiwitsynthese in skeletspieren,
geslachtskenmerken en bijbehorend
gedrag
Sertolicellen Inhibine Lobus anterior van de Remt de afgifte van FSH
hypofyse
Ovaria Oestrogenen De meeste cellen Rijping follikels, geslachtskenmerken
Follikelcellen Inhibine Lobus anterior van de en bijbehorend gedrag, remt afgifte
hypofyse FSH
Gele lichaam Progestativa Baarmoeder, melkklieren Voorbereiding baarmoeder op
innesteling, bereidt melkklieren voor
op melkafgifte
Acquired Immunodeficiency Syndrome (AIDS)
Aids is een ziekte van het immuunsysteem wat gekenmerkt word door een vermindering in
het aantal T helper cellen (CD4 cellen) en een verminderde gevoeligheid om infecties en
bepaalde vormen van kanker tegen te gaan. Elke dag infecteert het human
Immunodeficiency virus (HIV) ongeveer 7000 mensen met de ontwikkeling van aids
uiteindelijk. 34 miljoen mensen hebben het momenteel op de wereld en het komt vooral
voor in Afrika. Risicofactoren zijn onveilige seks, meerde sekspartners, een andere seksueel
overdraagbare aandoening hebben, drugsgebruik, onbesneden zijn en geboren worden bij
een geïnfecteerde moeder. Een HIV infectie heeft 4 verschillende stadia. Het eerste stadia
duurt een paar weken en gaat gepaart met een griepachtige ziekte. De tweede stadia is een
, stadium zonder symptomen wat ongeveer 10 jaar duurt. Patiënten hebben geen symptomen
maar kunnen HIV wel overdragen en HIV breidt uit en gaat T cellen doden. Het derde
stadium wordt HIV genoemd met symptomen maar je hebt nog geen AIDS ontwikkeld.
Symptomen kunnen blijven voor een aantal jaar en zijn diarree, griep, nachtzweten, braken
gewrichtspijn, orale infecties, vergrote lymfknopen en huidproblemen. Het vierde stadium is
de ontwikkeling van HIV tot AIDS. De helper T cellen zijn er dan minder als 200. Aids-
indicatorziekten zijn infecties die normaal niet voorkomen bij een persoon die wordt
beschermd door een gezond immuunsysteem. De oorzaak van AIDS is het humaan
immunodeficiëntievirus, een retrovirus dat zijn genetische informatie draagt als RNA in
plaats van als DNA. HIV wordt overgedragen via besmette lichaamsvloeistoffen, waaronder
bloed, sperma, vaginale afscheidingen en moedermelk. Daarom wordt HIV overgedragen
door onbeschermde anale, orale of vaginale geslachtsgemeenschap, tijdens de geboorte,
door borstvoeding en door het delen van naalden. Het virus infecteert en doodt helper-T-
cellen, waardoor de immuunrespons van het lichaam wordt verlamd en het lichaam vatbaar
wordt voor infecties en tumoren die een gezond immuunsysteem gemakkelijk kan
beheersen. HIV wordt gediagnosticeerd met ELISA om Hiv-antilichamen in het bloed te
detecteren. De meeste mensen produceren binnen 3 maanden na besmetting antilichamen
tegen HIV. Een positieve ELISA wordt herhaald en het resultaat wordt bevestigd met de
Western-blot. Anonieme gratis Hiv-tests zijn verkrijgbaar bij de lokale gezondheidsafdeling in
de Verenigde Staten.
Antiretrovirale therapie (ART) is de aanbevolen behandeling voor hiv-infectie en moet zo
snel mogelijk worden gestart. ART regelt de replicatie van het virus en vertraagt de
progressie van aan HIV gerelateerde ziekte.
- onthouding
- monogamie
- condoomgebruik
- testen en counseling voor hiv
- mannelijke besnijdenis
- steriele naalden en spuiten voor elke injectie voor intraveneus drugsgebruik
- ART therapie: pre-exposure profylaxe voor een hiv-negatieve partner, postexposure
profylaxe voor accidentele blootstelling, om overdracht van moeder op kind te
voorkomen.
ART omvat verschillende soorten geneesmiddelen: transverse-remmers van het
transcriptase interfereren met de omzetting van HIV-RNA in DNA; proteaseremmers stoppen
de aanmaak van nieuwe hiv-virussen; fusieremmers voorkomen de fusie van HIV in T-
helpercellen; en integraseremmers interfereren met HIV door het genetisch materiaal in
menselijke cellen in te brengen. ART combineert drie of meer hiv-remmers. ART geneest een
hiv-infectie niet en personen die deze medicijnen gebruiken, kunnen nog steeds hiv op
anderen overdragen. Een effectief vaccin tegen hiv is nog niet beschikbaar. De ontwikkeling
van vaccins wordt bemoeilijkt door grote genetische variatie tussen hiv-stammen en het
vermogen van het virus om snel te muteren. Tot op heden zijn vaccins niet succesvol
geweest in het stimuleren van de productie van HIV-antilichamen.